Recensie

Als je moeder het leven niet kan bijbenen

Zap
Cynthia (21) werd als peuter uit huis geplaatst omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen. In de documentaire Moederliefde is ze tijdelijk terug en ziet ze hoe ingewikkeld de wereld is voor haar zwakbegaafde moeder.

Cynthia Stomphorst in ‘Moederliefde’. 2DOC/NTR

Volgens het CBS noemt 88 procent van de Nederlanders zichzelf gelukkig. Waarom zouden media dan zo vaak inzoomen op die een op de acht burgers die daar niet helemaal van overtuigd lijkt te zijn?

Het eenvoudige antwoord luidt dat die keuze betere verhalen oplevert. En soms moeten die verhalen echt verteld worden, zoals dat van Cynthia Stomphorst in de onontkoombare documentaire Moederliefde (2DOC/NTR).

De vertelling begint op haar 21ste verjaardag. Ze kamt haar natte haren voor de spiegel en de camera tast de woning af: een onbeschrijfelijke rommel, dozen, volle asbakken, kattenattributen. Cynthia zegt dat het haar elke dag moeite kost om op te staan en aan een nieuwe dag te beginnen. Het liefst zou ze de dekens over haar hoofd trekken en de hele dag in bed blijven liggen.

Het huis blijkt van haar moeder te zijn, bij wie ze tijdelijk weer is ingetrokken, na ruzie met een huisgenoot in haar eigen woning. Moeder komt aan het einde van de dag thuis van de fabriek, op de brommer. Dan moet Cynthia in een stoel zitten en vragen hoe haar dag verlopen is.

Langzaam tekent zich nog meer voorgeschiedenis af. De moeder (Yvonne) en inmiddels ergens anders wonende vader (Bertus) zijn beiden zwakbegaafd. In flashbacks naar 1997, een eveneens door Mirjam Bartelsman geregisseerde uitzending van Zembla, zien we hoe de rechter beslist over uithuisplaatsing van de peuter. Die mag nog even blijven, maar op haar vierde gaat het toch mis en begint een treurige tocht langs pleeggezinnen en tehuizen. Cynthia was onhandelbaar, zegt ze nu zelf. Ze wilde altijd terug naar haar moeder, maar dat mocht nu eenmaal niet.

Nu ze door omstandigheden toch ‘thuis’ is gekomen, valt de moederliefde tegen. Yvonne kan gewoon niet veel aandacht opbrengen. Samen lezen ze Cynthia’s pagina op Facebook: „Wat betekent dat, fuck my life? Ik kan geen Engels.”

Misschien is het wel de pech van Cynthia dat ze een goed stel hersens heeft, en dus kan beseffen dat alles waar ze tot nu toe naar verlangd heeft, er nu eenmaal niet is.

Er komt nog een aap uit de mouw. Ze heeft drie oudere zusjes en een broer. Ook allemaal uit huis geplaatst. Zoals de vader het formuleert: „We gingen gewoon door totdat we er een mochten houden van Jeugdzorg.”

We zien min of meer ook wat er van hen geworden is. Rebecca, vakkenvuller van beroep, heeft zich op haar 27ste laten steriliseren, omdat ze niet wilde dat haar kinderen hetzelfde overkomen zou. Esmeralda werd wel moeder, Debora veranderde haar naam en trouwde met een vrouw.

De hoofdlijn van de film volgt Cynthia, vaak met extreme close-ups van cameravrouw Rian van den Boom, waardoor we bijna in haar hoofd kruipen.

Met therapie en begeleid wonen lukt het Cynthia om een eigen flatje te betrekken. Ze moet wel een contract tekenen, dat ze daar alleen mag wonen als ze zich ook laat begeleiden: „Oh, geef maar hier, dat ken ik wel, heb ik al zo vaak gehad.”

Een van de begeleidsters had al eerder geconstateerd wat wij als kijker zelf konden concluderen: „Ik denk dat jij potentieel hebt.”

De moeder blijft alleen in de rotzooi achter, niemand meer om boos op te kunnen worden dat de afwas niet gedaan is.

Wat moeten we in een steeds ingewikkelder wereld toch aan met mensen die daar gewoon de hersens niet voor hebben? Dat is misschien de kernvraag die deze tot nadenken stemmende documentaire opwerpt. Fuck their life.

    • Hans Beerekamp