Recensie

Meer persoonlijkheid was welkom geweest bij Blechacz

De jonge Poolse pianist Rafal Blechacz viel in voor de legendarische Maurizio Pollini bij de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw.

Maurizio Pollini zou zijn 75e verjaardag komen vieren in het jubileumseizoen van de serie Meesterpianisten. Maar Pollini ligt met hoge koorts op bed. Hoe vervang je last minute zo’n levende legende? Serie-organisator Marco Riaskoff vond de jonge Pool Rafal Blechacz bereid om minder dan een dag van tevoren in te springen. Blechacz (1985) won in 2005 het prestigieuze Chopin Concours in Warschau – 45 jaar ná Pollini – en was al drie keer eerder te gast in de serie. Hij werd terecht ovationeel onthaald.

Pollini zou zijn recital openen met een reeks Klavierstücke van Schönberg, maar die pareltjes heeft niet iedere pianist in de vingers. Blechacz bracht wel een andere ongebruikelijke binnenkomer mee: de 4 Duetti van J.S. Bach. Die komen uit een verzameling stukken voor orgel, en wellicht dat Blechacz (die ooit begon als organist) daarom koos voor een erg getrapte dynamische benadering en een hard toucher. Juist in deze precieuze tweestemmigheid werkte dat onbevredigend.

In Chopins Sonate op. 35 viel op hoe plechtig Blechacz de beroemde Marche funèbre benaderde. In strak tempo bouwde hij zorgvuldig een crescendo op. Bij Blechacz geen hartenkreet (Kissin) of sacrale toversfeer (Sokolov). In plaats van die esthetica van het understatement had iets meer persoonlijkheid hier best gemogen. De waanzinnige chromatische windvlaag van de finale klonk dan weer spectaculair goed.

    • Joep Stapel