Opinie

    • Pia de Jong

Hoeveel aandacht moet de ober geven?

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: hoe de auditie van de ober afliep.

Illustratie Eliane Gerrits

De broodmagere jongeman met helderblauwe ogen brengt dansend op zijn puntschoenen de menukaart. Wanneer hij die op tafel legt, zegt mijn Amerikaanse tafelheer met een blik op zijn naamkaartje: „Janek, waar kom je vandaan?”

Hier gaan we weer, denk ik, als Janek uitgebreid begint te vertellen over zijn acteer-en danstalent en zijn hoop beroemd te worden. Hij dient de verkorte versie van zijn levensverhaal op, inclusief alle plotwendingen. Wanneer hij klaar is, krijg ik de neiging hem een staande ovatie te geven.

New Yorkse obers zijn vaak acteurs, regisseurs of kunstenaars die zich tijdelijk vermommen als ober. Het serveren van eten wordt benaderd als de auditie voor de nieuwste musicals. De Amerikaanse comédienne Lily Tomlin vertelde altijd graag met een knipoog dat ze alleen maar op het podium stond om haar echte wens mogelijk te maken: in een restaurant bedienen. Ze hoopte dat op een dag de hoofdserveerster haar been zou breken en zij de kans zou krijgen te schitteren in de bediening.

Het is voor Nederlanders ook nooit goed. We zijn gewend aan Hollandse bediening, wat welbeschouwd een contradictio in terminis is. De typische Nederlandse ober doet er immers alles aan om niet te bedienen. Hij of zij is een meester in het vermijden van oogcontact en het bedenken van excuses om niet langs je tafel te hoeven lopen.

Ik voel me zo ongemakkelijk met de Amerikaanse stijl van bediening dat ik liever thuis eet

Maar het kan nog erger. Probeer maar eens in een brasserie in Parijs te eten. Bonne chance! Franse obers kijken van zulke grote hoogte op je neer dat je jezelf onzichtbaar waant. De relatie tussen de Parijse ober en klant is weleens beschreven alsof de klant in feite een leerling-ober is. Als je maar vaak genoeg komt eten, maak je een kans om ooit zelf ober te worden. Maar die kans is eigenlijk nul. Iedereen zakt bij voorbaat voor het oberexamen.

Maar kun je ook te veel aandacht krijgen? Aan deze kant van de oceaan laten restaurants iedere dag zien dat dit inderdaad kan. Ik voel me zo ongemakkelijk met de Amerikaanse stijl van bediening dat ik liever thuis eet. Je wordt wel erg hartelijk verwelkomd. Het contact is zo overweldigend dat je de neiging voelt opkomen de bediening aan tafel uit te nodigen en zelf maar te gaan koken en afwassen. De hemel verhoede dat een leeg bord langer dan een seconde op tafel staat. De aandacht is zo intens dat een intiem gesprek met je tafelpartner vrijwel onmogelijk is, om van eten maar niet te spreken. Maar de grootste obsessie betreft het glas water. Dehydratatie lijkt een groot risico voor restaurantbezoekers te zijn. Bij iedere sip wordt het glas bijgevuld.

Terwijl Janek mijn tafelheer onderhoudt, vraag ik me af wat nu precies de juiste hoeveelheid aandacht is voor de tere Nederlandse ziel. Ik denk ergens tussen de klant als leerling-ober en de ober als ongenode gast aan tafel.

Dan is mijn maat vol en vraag ik Janek om de voorgerechten te brengen. Mijn tafelheer kijkt me onthutst aan. „Wat doe je nu?”, zegt hij. „Nu weten we niet hoe het met die auditie afgelopen is.”

Maar ik weet de afloop al: als klant ben ik afgewezen.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong