De terrorist is een altruïst

Terrorisme

Zelf heb je het goed, maar met de wereld gaat het slecht. Menig aanslag komt voort uit schuldgevoel, ontdekte terrorisme-expert Teun van Dongen.

Weduwe Maha toont haar zes maanden oude zoon Saleh het portret van haar eerste man, Saleh Ghandour. Deze ‘martelaar van Hezbollah’ reed met een auto vol explosieven in op een militair konvooi van ‘bezettingsmacht’ Israël. Foto Courtney Kealy/Getty Images

In het zicht van de dood werd de Russische revolutionair Vera Figner bevangen door een gevoel van gelukzaligheid. Nadat in 1883 tegen haar de doodstraf was geëist (later overigens omgezet in gevangenisstraf) vanwege betrokkenheid bij de aanslag op de Russische tsaar Alexander II, schreef Figner in gevangenschap: „Zoals een mens een gelukzalig gevoel van sereniteit kan ervaren bij zijn fysieke dood, zo had ik een vergelijkbaar gevoel toen ik terugkeek op mijn leven, wetend dat ik alles had gedaan wat mogelijk was. En dat, als ik iets van de maatschappij en van het leven had gekregen, ik ook alles aan de maatschappij en het leven heb teruggegeven.”

De drang om iets terug te geven aan de samenleving uit schuldgevoel over het eigen comfortabele leventje: het was de wonderlijkste ontdekking die terrorisme-expert Teun van Dongen deed in zijn onderzoek naar de motieven van aanslagplegers. De gevoelde noodzaak van de eigen, behaaglijke bank te moeten komen om anderen te helpen, verbindt aanslagplegers door de eeuwen heen.

Bekijk ook onze productie: Zo werkt de AIVD

Of het nu gaat om het helpen van horige boeren in armoedige Russische dorpen, Palestijnse vluchtelingen in ellendige opvangkampen of gebombardeerde geloofsgenoten in Aleppo. Een aanslag plegen is dan aantrekkelijker dan met collectebus rondgaan, of een Facebookpagina openen. Van Dongen: „Terrorisme spreekt meer aan dan geweldloos activisme. Het biedt meer spanning en sensatie en het geeft de daders meer het gevoel dat ze echt iets voorstellen”.

De gevoelens en reflexen zijn geboekstaafd in Radicalisering ontrafeld: tien redenen om een terroristische aanslag te plegen, dat in de afgelopen verkiezingsweek verscheen. Van Dongen onderzocht dagboekaantekeningen, memoires en andere egodocumenten van revolutionairen, verzetsstrijders, terroristen en anderen in Europa en de VS, die ruwweg de laatste honderddertig jaar aanslagen pleegden. Zijn conclusie: veel van die motieven lijken veel op elkaar. En: ze hebben veel minder met de islam van doen dan veel lijsttrekkers suggereerden, zoals Geert Wilders (PVV), Sybrand van Haersma Buma (CDA) of Kees van der Staaij (SGP).

Ver van ons af

Van Dongen: „Als we gruweldaden moeten verklaren, zoeken we vaak naar verklaringen die ver van ons af staan. De gedachte dat gewone mensen gruwelijke dingen doen, vinden we moeilijk te verteren. We schrijven ze liever toe aan factoren waaraan we toch al een hekel hadden. Maar de Britse documentairemaker Louis Theroux zei eens: „Mensen doen fundamenteel ongebruikelijke dingen om heel begrijpelijke redenen.”

Herkenbare, zelfs onbaatzuchtige motieven als zelfopoffering, altruïsme en schuldgevoel over het lot van geloofsgenoten scoren hoog op het lijstje van verklaringen voor aanslagen. Ze zitten diep verscholen in de psychologie van religies die in het terrorismedebat tegen over elkaar worden gezet: de christelijke en islamitische.

De Russische revolutionaire Figner werd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw mede geïnspireerd door het Russisch-orthodoxe geloof in het lijden en sterven van Jezus Christus, schrijft Van Dongen. De Duitse terroristen van de RAF – afkomstig uit gegoede, vaak christelijke milieus – legden zichzelf een hard leven op, compleet met hongerstakingen. Dat deden ze uit solidariteit met onder meer de ontberingen van de Vietcong, de Vietnamese bevrijdingsbeweging.

De Duitse terroristen van de RAF – afkomstig uit gegoede, vaak christelijke milieus – legden zichzelf een hard leven op, compleet met hongerstakingen

Ook hedendaagse, gewelddadige moslimradicalen passen in het rijtje. In de martelaarsvideo die opdook na de zelfmoordaanslagen in Londen (juli 2005), bekritiseerde terreurcel-leider Mohammed Siddique Khan zijn islamitische geloofsgenoten. Die hadden zich laten inpakken door de luxe van het Britse leven met „zijn Toyota’s en twee-onder-een-kapwoningen”. Mohammed B., die in 2004 Theo van Gogh vermoordde, schreef voorafgaand aan zijn aanslag vol dedain over zijn geloofsgenoten: „Je dreigt in eigen lusten te verdrinken in de veronderstelling vrij te zijn. Terwijl je in feite een gevangene bent van je eigen wensen.”

Mohammed B., vermoordde Theo van Gogh. ANP

Het verlangen naar solidariteit en zelfopoffering is prachtig nieuws voor de pr- en rekruteringsafdelingen van terreurorganisaties als de RAF en Islamitische Staat. De terreurorganisaties spelen handig in op deze reflexen, aldus Van Dongen die eerder promoveerde op de effectiviteit van terrorismebestrijding.

RAF-leiders hadden het best goed

De hongerstakingen, bijvoorbeeld, van de RAF-leiders in Duitse gevangenissen als protest tegen een vermeend hardvochtig detentieregime, raakten destijds een gevoelige snaar bij de aanhang. Een golf aanhankelijkheidsbetuigingen spoelde door Duitsland. „Je kreeg overal Komitees gegen Isolationsfolter”, vertelt Van Dongen. „Tamelijk absurd allemaal. Want de RAF-leiders om wie het ging, hadden het best goed. Ze konden vier tot acht uur per dag bij elkaar zitten, hadden toegang tot kranten, bibliotheek, radio, televisie en een keuken.”

Lees ook: De TomTom van de terreurbestrijding

IS kent zijn pappenheimers al even goed als de RAF-leiders van destijds. Ook het kalifaat speelt in op schuldgevoelens. De terreurorganisatie belooft drugsdealers en andere kleine criminelen vergeving van hun zonden als ze zich inzetten voor het bedreigde kalifaat. Een 17-jarige Britse jongen die zich bij IS had willen aansluiten, vertelde naderhand dat de ronselaar hem had beloofd „dat alle zonden vergeven zijn, zodra het bloed van de martelaar de aarde raakt”.

Van Dongen hoopt het terrorismedebat te „demystificeren”

Door sterk de persoonlijke motieven te beklemtonen bij bijzonder ingrijpende beslissingen als het plegen van een aanslag, hoopt Van Dongen het terrorismedebat te „demystificeren”. Enigszins tot zijn irritatie wordt dat al twintig jaar gedomineerd door twee theses, mede gepropageerd door belangrijke overheidsinstanties als inlichtingendienst AIVD en terreurbestrijder NCTV.

De eerste stelling luidt dat sociale achterstelling en discriminatie een vruchtbare voedingsbodem vormen voor terrorisme. Daarin, werpt Van Dongen tegen, past niet een hele rij terroristen – variërend van die van 9/11, via Jihadi John die in 2015 hoofden afsneed in de Syrische woestijn, tot de psychiater Nidal Hassan. De laatste schoot in 2009 dertien man dood op een legerbasis in Texas. „Veelal hoogopgeleid, en afkomstig uit de middenklasse of hoger”, zegt Van Dongen.

De tweede these betreft de rol van de islam als verklaring voor terrorisme. „De rol van de islam als godsdienst wordt overschat”, zegt Van Dongen. „Het is echt niet zo dat Haagse jongeren, soera’s uit de Koran citerend, zich voorbereiden op een aanslag. IS komt ook niet steeds met de Koran aan. Die vertelt eerder verhalen over de herrijzende islamitische gemeenschap, het succes van de staat die in Syrië en Irak uit de grond is gestampt, en de romantiek van het leven als strijder”.

Voor dat laatste waren rekruten van organisaties als de Waffen-SS ook al heel gevoelig, zegt Van Dongen. „Ze meldden zich aan voor het uniform waarmee ze door Oost-Europa konden paraderen. De voorlichtingsfilmpjes van het Nederlandse ministerie van Defensie appelleren aan dezelfde soort gevoelens: stoer met een militair uniform door een Afrikaans dorp lopen.”

Maar de grote hoeveelheid moslims in de wereld dan, die begrip lijkt te hebben voor aanslagen door geloofsgenoten of die zelfs goedpraat? Of problematische begrippen in de Koran als ‘jihad’ of antisemitische teksten?

Slachtoffer van bombardementen

„Wat betreft het eerste”, antwoordt Van Dongen, „denk ik dat het gaat om geloofsgenoten die met elkaar solidariseren, bijvoorbeeld omdat ze het slachtoffer zijn geworden van westerse bombardementen. Ik zie het eerder als verzet tegen westerse defensiepolitiek dan als uiting van een religieuze visie.”

Religie is pas in tweede instantie belangrijk, denkt Van Dongen. „Ik wil problematische elementen in de Koran of islam zeker niet ontkennen of goedpraten”, zegt hij. „Maar het gaat eigenlijk net zo als met problematische teksten in de Bijbel: mensen hebben eerst persoonlijke redenen om boos te worden of om ergens aansluiting bij te zoeken, en vervolgens zoeken ze daar ter rechtvaardiging teksten, begrippen en labels bij. Die krijgen dan een eigen invulling. Als je boos bent over de behandeling van Palestijnen door Israël of van soennieten in Irak, dan komt de jihad – eigenlijk bedoeld als innerlijke zelfreiniging – goed van pas om daar vorm aan te geven.”

    • Kees Versteegh