Onderwijs

Met Franse communicatieles blijf je hakkelen op de camping

Op school leren leerlingen alleen het spreken van een moderne vreemde taal. Communicatie eerst. Maar als ze te weinig grammatica krijgen, blijven ze hakkelen op de camping, schrijft Rosalinde Stadt.

La Conversation Henri Matisse

Door Rosalinde Stadt

Een leerling uit de onderbouw HAVO/VWO krijgt over het algemeen drie tot negen uur per week moderne vreemdetalenonderwijs (MVT). In de bovenbouw is dit in het ‘Cultuur & Maatschappijprofiel’ of als keuzevak, drie uur per week per taal. Dit is vrij veel. Maar wat leren de leerlingen eigenlijk tijdens deze lessen? Op de lerarenopleidingen wordt de communicative based opvatting als absolute must van goed talenonderwijs onderwezen. In het onderwijsadvies van Platform 2032 staat ook dat de nadruk moet liggen op een communicatieve aanpak, het kunnen spreken van de taal. Maar een gemiddelde HAVO vijf of VWO zes leerling zal schoorvoetend toegeven dat hij na jaren van noeste arbeid nog geen normaal gesprek kan voeren in het Frans.

Volgens mij is het probleem dat het hedendaagse talenonderwijs op HAVO/VWO-niveau intellectuele uitdaging mist. Bij vakken als wiskunde en natuurkunde wordt het abstractievermogen van de leerling getraind en bij geschiedenis en maatschappijleer wordt naast kennisverwerving beroep gedaan op het analytisch vermogen. Maar het talenonderwijs blijft de focus hangen op beheersing van de taal en werken docent en leerling aan vaardigheden.

Steenkolenduits

Ondanks de beste bedoelingen is door het accent op communicatie en vaardigheden het ultieme doel van het onderwijs en moderne vreemde talen om in een paar jaar met weinig training zo goed mogelijk camping-Frans, steenkolenduits en inmiddels ook fiesta Spaans leren. De afkeer van een overload aan expliciete grammatica-instructie zonder context, die vooral de oudere generatie veelal met gruwel doet denken aan het rijtjesstamp-talenonderwijs, is doorgeschoten naar een uitholling van het talenonderwijs waarin in de eindtermen geen plek is voor het leren over taal.

Het denken in termen van competenties (lees-, luister-, spreekvaardigheid) en ‘je verstaanbaar maken’ voert de boventoon. En jammer genoeg schiet dit streven zijn doel voorbij: lees-, luister- een schrijfvaardigheid wordt zelden nog gebruikt en de ex-middelbare scholieren staan te hakkelen op de Franse camping, als ze al niet gaan backpacken in Thailand, aangezien output niet genoeg getraind wordt. Ondanks alle ontvangen kennis komt er niet veel uit.

Een logische conclusie uit dit onbehagen over talenonderwijs, is afschaffing van een verplichte moderne vreemde taal naast het Engels. Het adviesrapport van Platform Onderwijs2032 rept niet meer over een verplichte tweede vreemde taal. En dit terwijl een goed aanbod van vreemde talen in het voortgezet onderwijs zo belangrijk is voor interculturele betrekkingen en handel van het kleine en naar buiten gerichte Nederland. Op de middelbare school ligt immers de basis van de samenleving die ‘zijn talen spreekt’.

Taalkundevak

Voor behoud van de vreemde talen moet de inhoud op de schop. Ik zou het Platform Onderwijs2032 aanraden een taalkundevak te integreren in het voortgezet onderwijs als apart vak of als verplicht onderdeel van de moderne vreemde talen. De nadruk wordt dan gelegd op taalstructuren (hoe zitten talen in elkaar?), taalverschillen en –overeenkomsten en taalverwerving (hoe worden talen geleerd?), dus elementen die ‘boven’ de taal als communicatiemiddel uitstijgen - juist omdat uit onderzoek blijkt dat het leren over taal, een volgende taal leren vergemakkelijkt.

Daarnaast is er een zekere urgentie voor een herziening van het-talenonderwijs: in Nederland is de afgelopen decennia een meertalige realiteit ontstaan waarin de overgrote meerderheid naast het Nederlands vloeiend Engels, Turks, Marokkaans, Fries of Chinees spreekt. Laten we deze talenschat die in Nederland ontstaan is als iets positiefs zien en de jonge generatie zich bewust maken van de eigen taalkennis en deze verbinden aan het talenonderwijs. Hoe interessant zou de terugkerende vraag ‘hoe zit dat eigenlijk in jouw taal?’ zijn, als het bijvoorbeeld over woordvormen, zinsstructuren en intonatie gaat?

Wat gespreksvaardigheid betreft: het is vele malen efficiënter en bovendien goed voor de interculturele ontwikkeling om de jongvolwassene die een vreemde taal kiest de mogelijkheid te bieden een uitwisseling of een stage te doen in een Frans-, Spaans- of Duitstalig land en zo, na een intensieve basistraining in Nederland, de taal door immersie te leren. Daarnaast kan de efficiëntie van immersie nagebootst worden door meerdaagse communicatieprojecten te ontwikkelen waarin een schoolimmersiecontext op eigen bodem gecreëerd wordt.

In een brief aan de Tweede Kamer over de herziening van het curriculum in het primair en voortgezet onderwijs benadrukt Staatssecretaris Sander Dekker dat het landelijk curriculum geactualiseerd moet worden omdat de huidige onderwijsdoelen niet meer aansluiten op de hedendaagse maatschappij. Mijns inziens ligt voor het onderwijs in de moderne vreemde talen de grootste uitdaging in een betere aansluiting op de hedendaagse internationale en daardoor meertalige wereld waarin grensoverschrijdender gedacht wordt. Meertaligheid moet worden omarmd en bestudeerd en, zodat het MVT-onderwijs actueler, uitdagender en daardoor interessanter wordt voor de middelbare scholier.

Rosalinde Stadt is PhD-studente taalkunde aan de UvA en docente Frans

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.