Hun dochter en zus werden doodgeschoten op een vluchtelingenboot

Somaliland Voor de kust van Jemen werd vorige week een boot vol vluchtelingen, voornamelijk uit Somalië, beschoten door een legerhelikopter. Correspondent Bram Vermeulen spoorde de nabestaanden op.

Broer en moeder van de gedode vluchteling Aamina (22), in Somaliland Beeld Sven Torfinn

Toen eind vorige week het nieuws over een vluchtelingenboot die voor de kust van Jemen was beschoten, de stad Burco in Somaliland bereikte, greep Abdiasis Osman Ali onmiddellijk naar zijn telefoon. Hij scrolde langs de talloze foto’s die Jemenieten die dag op Facebook plaatsten.

Hij zag bebloede lichamen, liggend op de kade van Al Hudaydah, aan de Rode Zee. Vrouwen. Kinderen. Doorzeefd door kogels uit een legerhelikopter van de Jeminitische oorlogscoalitie, die door Saoedi-Arabië wordt geleid. Er waren ook beelden van de boot. Op een van de foto’s was een jonge vrouw te zien, met ingevlochten haar, het hoofd rustend op het achtersteven. Het was zijn zus Aamina, 22. Dood.

Er valt een korte stilte in het ouderlijk huis. „Ze hebben haar willens en wetens doodgeschoten. Stel je voor dat je zo je zus ziet liggen.” Hij huilt.

Deze wijk heet Oktober en ligt aan de rand van Burco. Dat is de tweede stad van de autonome regio Somaliland in het noorden van Somalië. De stad is een kruispunt van vluchtelingen uit Jemen die de oorlog in hun land ontvluchten in de ene richting. En, in de andere richting, van economische migranten uit de regio, Ethiopiërs, Eritreeërs, Somaliërs, op weg naar het Arabisch schiereiland of naar Europa. Met 75 procent werkloosheid in Somaliland is vertrekken nog altijd het beste toekomstplan.

Aamina vertrok al vier jaar geleden, naar Saoedi-Arabië. Via Jemen. Ondanks de oorlog is Jemen nog steeds de springplank voor arbeidsmigranten uit de hoorn van Afrika. Somalische schoonmakers vinden makkelijk werk in Saoedi-Arabië. Het verging Aamina slecht. Ze had geen geldige papieren en werd opgepakt door de Saoedische politie. „Ze hebben haar in de gevangenis gemarteld. Toen is ze naar Jemen gevlucht. Daar heeft ze zich bij de vluchtelingen aangesloten”, vertelt broer Abdiasis. Dat was een maand geleden.

Het nieuws over de oorlog in Jemen volgen ze hier enkel op afstand. Aamina belde niet veel, tot de week voor haar vertrek. Ze had geld nodig voor de overtocht. Bestemming: Soedan of Egypte. De route naar Europa. Woensdag belde ze voor het laatst met haar moeder.

Het lichaam van een doodgeschoten vluchteling wordt van een boot af gedragen in Al Hudaydah, Jemen. Foto Reuters

„Ik heb nooit geprobeerd haar tegen te houden” zegt moeder. „Ze zou ons financieel helpen. Ze deed haar best voor ons.” Moeder was thuis toen het telefoontje kwam. Haar zoon was in Hargeisa, de hoofdstad van Somaliland.

„Ze hebben alleen de zwaargewonden naar het ziekenhuis gebracht. De andere overlevenden zitten nu in de gevangenis”, zegt hij. Als ik het geld zou hebben zou ik nu naar Jemen of Saoedi-Arabië gaan. Om haar te wreken.”

De regering van Somaliland probeert de stroom te stoppen. Anders dan de rest van Somalië heeft Somaliland een goed functionerend veiligheidsapparaat, met een kustwacht die actief smokkelaars de weg blokkeert. De georganiseerde misdaad opereert daarom liever vanuit de kustplaats Bosaso in Puntland, noordoost-Somalië.

Burco is sinds kort gevuld met kleine taxi’s, van Japanse makelij. Ze heten hooyo ha tahriibin, vrij vertaald als een smeekbede van een moeder aan haar kind: „mijn zoon ga niet op reis”. Veel ouders kopen de taxi’s voor hun kinderen, in de hoop dat het werk ze thuis houdt.

„Ik heb niks in Europa te zoeken”, zegt Abdikaali Abdi. Hij rijdt ook in een taxi, geschonken door zijn vader. Hij moet nog een jaar medicijnen studeren.

„Ik ben een Afrikaan, een Somaliër, een Somalilander. Dit is mijn thuis, de plek van mijn familie. Veel vrienden zijn naar Europa vertrokken, maar als ik ze spreek op Facebook dan vertellen ze alleen maar slechte verhalen. Ik heb hier meer te bieden, ik wil hier het verschil maken.”

De gevaren van de overtocht worden uitgebreid besproken in de mensa’s van Somalilands universiteiten, op straat en op de stoffige pleinen. Vorig jaar nog zonk een boot met 500 migranten aan boord, veel van de opvarenden kwamen uit Somaliland, vaak uit Burco.

Maar het land, dat in 1991 de onafhankelijkheid uitriep, die door geen enkel ander land in de wereld wordt erkend, drijft ook op de euro’s en dollars die de Somalilandse diaspora terugstuurt. De waarde van het geld dat migranten jaarlijks naar hun families in Somaliland sturen is naar schatting tweeënhalf keer zo groot als het totale budget van de regering, 300 miljoen euro. De diaspora is de grootste inkomstenbron voor de economie.

De familie van Aamina Osman Ali verloor met haar dood op de Rode Zee de belangrijkste kostwinner van het gezin. Haar broer weet wat dit betekent. Hij schudt zijn hoofd op de vraag of hij nu ook gaat vertrekken. Hij studeert voor ingenieur in de hoofdstad, Hargeisa. Hij zou het liefst hier willen werken, zegt hij eerst.

„Of waar dan ook in de wereld. Zelfs in Nederland. Maar dan kom ik met het vliegtuig.”