Opinie

Toon durf en kies voor regeren met de minderheid

Bij een minderheidsregering kan de oppositie blaffen èn bijten, schrijft Andreas Kinneging. Het parlement kan serieus werk maken van haar controlerende taak. „Als iemand zo’n regering kan laten slagen, is het Rutte.”

PVV-fractievoorzitter Geert Wilders komt aan bij de Tweede Kamer voor een gesprek met Edith Schippers. Verkenner Schippers spreekt met alle dertien fractievoorzitters over mogelijke regeringscoalities. Foto ANP

Welke regering gaat er nu komen? Er wordt lustig op los gespeculeerd. En al die speculaties gaan uit van een meerderheidsregering, alsof dat de vanzelfsprekendste zaak van de wereld is. Velen zien een regering van VVD, CDA, D66 en GroenLinks (85 zetels) als het meest voor de hand liggend. Als het aan Rutte persoonlijk lag, zou het wel lukken. Die zit immers nergens mee. Linksom of rechtsom, het maakt hem allemaal niets uit. Een eigenstandige politieke visie heeft hij niet. Als technisch voorzitter waait zijn jasje zoals de wind waait. Maar voor de meeste VVD-ers is regeren met GroenLinks een brug te ver.

En wat te denken van D66 en GroenLinks? Het is voor beide partijen allesbehalve aantrekkelijk aan een regering deel te nemen waarin rechts (VVD en CDA) zo sterk domineert: 52 zetels tegenover 33 zetels. Ook voor Buma kan dit geen prettig vooruitzicht zijn. Hij heeft zich net conservatief geprofileerd en daar electoraal de vruchten van geplukt. Moet hij dan deelnemen aan een regering die van het gezin, de Nederlandse waarden en het ene paspoort niets moet hebben? Met het oog op de volgende verkiezingen is dat niet verstandig.

De andere coalitie-opties die de ronde doen zijn nog onrealistischer.

Wat resteert? Iets heel simpels en heel fraais: een minderheidsregering.

Een van de hoofdtaken van het parlement is de controle op de regering. Daar is in de achter ons liggende decennia veel te weinig van terecht gekomen, omdat de regeringspartijen in het parlement, die bij een meerderheidsregering de meerderheid vormen in het parlement, trouwe volgelingen zijn van de regering, en altijd doen wat van regeringswege opgedragen wordt. Dat komt door ons stelsel van politieke partijen. Die zijn allemaal weliswaar formeel democratisch, maar feitelijk oligarchisch. De partijtop bepaalt wie op een verkiesbare plaats op de lijst komt. Wanneer nu na de verkiezingen de partijtop van partij x verhuist naar de regering, beseffen alle Kamerleden uit diezelfde partij dondersgoed dat ze niet eigenwijs moeten zijn en moeten stemmen zoals de partijtop wil dat ze stemmen, omdat ze er anders bij de volgende verkiezingen uitvliegen. Eigengereidheid wordt niet op prijs gesteld.

Een Kamerlid is stemvee. Natuurlijk is er altijd nog de oppositie. Maar die heeft slechts een minderheid van de zetels in het parlement. En kan dus wel blaffen, maar nimmer bijten. Kortom, het parlement is buitenspel gezet. Van de controle op de regering komt te weinig terecht. Thorbecke draait zich om in zijn graf.

Is aan deze hoogst ongewenste situatie wat te doen? Jazeker. En heel eenvoudig. Als we niet langer een meerderheidsregering nastreven, maar ons tevreden stellen met een minderheidsregering is het probleem opgelost. Men zou onder de huidige omstandigheden kunnen denken aan een rechtse regering van VVD en CDA (52 zetels), eventueel aangevuld met SGP, of een linkse regering van D66, GroenLinks, CU, SP, PvdD, en PvdA (64 zetels). Ook in dit geval zullen de partijtoppen van de regeringspartijen despotisch de scepter blijven zwaaien over de aan hun gelieerde Kamerleden, maar deze vormen nu slechts de minderheid in het parlement. Dat kan nu dus niet alleen blaffen, maar ook bijten.

Het wordt opeens weer wat het lang geleden ooit is geweest en wat het moet zijn: een serieus te nemen grootheid in het politieke bestel. De regering kan het parlement niet langer beschouwen als quantité négligeable, bestaande uit een gehoorzame meerderheid en een machteloze minderheid. De meerderheid is nu niet gebonden aan de regering en vrij haar grondig te controleren. Zoals het hoort. Bovendien zal de regering, als ze iets voor elkaar wil krijgen, steeds opnieuw stemmen moeten werven in het parlement, om voor haar plannen een meerderheid te verkrijgen. Ze moet dus voortdurend water in de wijn doen en compromissen sluiten. En omdat ze die compromissen dan weer eens met deze en dan weer eens met gene partij kan sluiten, hebben alle partijen er belang bij dat de regering in het zadel blijft: er is voortdurend iets wat de partijen voor de achterban kunnen binnenhalen. Dat is beter dan de tocht door de woestijn van vier jaar oppositie in het geval van een meerderheidsregering.

Een minderheidsregering is natuurlijk wel meer werk. Er moet veel meer worden overlegd dan onder een meerderheidsregering. En de regeringspartijen kunnen nooit hun zin doordrijven. Ze moeten voortdurend compromissen sluiten. Dat is, bezien vanuit de regeringspartijen, allesbehalve leuk. Maar ons staatsbestel is er niet om het leuk te maken voor de regeringspartijen. Het Huis van Thorbecke, onze Trias Politica, is er om willekeur, machtsmisbruik en tirannie te voorkomen, óók de tirannie van de meerderheid. Een meerderheidsregering is in feite een vorm van tirannie van de meerderheid. Op de schroothoop ermee.

Je kunt van Rutte veel zeggen, maar als iemand geschikt is om een minderheidsregering te leiden dan is hij het wel. Niet gehinderd door diepe overtuigingen, is hij bereid en in staat als technisch voorzitter met iedereen te zoeken naar haalbare oplossingen waar een flink deel van de bevolking achter staat.

Het enige wat ons tegenhoudt is een gebrek aan durf en aan begrip van onze constitutie.