Commentaar

Nieuwe selectiemethoden bij hoger onderwijs hebben grote nadelen

Het aantal bacheloropleidingen aan universiteit en hogeschool met een numerus fixus, een maximum capaciteit, is in twee jaar gehalveerd van 199 tot 91. Het was een terechte wens van demissionair minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) om na het halen van het eindexamen de studiekeuze zo min mogelijk te beperken. Maar er is een onvoorzien effect: de overblijvende fixusstudies zijn dubbel populair geworden en kregen twee keer zoveel aanmeldingen. Er zijn nu bijna 50.000 aanmeldingen voor 19.000 plaatsen.

Een numerus fixus is soms nodig. Het hoger onderwijs kan zijn aanbod niet elk jaar snel aanpassen aan toevallige trends in de wensen van scholieren. En voor sommige opleidingen is weinig of slechts een beperkte vraag op de arbeidsmarkt. Het zou verspilling zijn om jaarlijks 1.100 eerstejaars tot tandarts op te leiden.

Dus moet er worden geselecteerd. Tot vorig jaar gebeurde dat ook wel door gewogen loting, waarbij rekening werd gehouden met eindexamencijfers. In een decentraal systeem konden faculteiten daar zelf over beslissen. Maar voor het komende studiejaar is die vrijheid beperkt, doordat loting als selectiemiddel is afgeschaft. Na selecties met gesprekken, beoordeling van schoolcijfers, het cv en toetsing moeten studenten op 15 april weten waar ze aan toe zijn. De eindexamencijfers tellen niet meer mee, alleen de overgangscijfers van het voorlaatste leerjaar aan havo of vwo.

De vraag is waarom. Uiteraard is het gemakkelijk voor de opleidingen als de duizenden afvallers zich al voor 1 mei, voor het eindexamen, voor een andere opleiding inschrijven. Maar de eindexamencijfers zijn nu net wel een belangrijke voorspeller van studiesucces, terwijl de waarde van al die toetsen, tests en gesprekken wetenschappelijk omstreden is. Volgens onderzoek krijgen opleidingen er meestal geen betere studenten door. En waar een positief verschil met loting werd gevonden, was dat gering. Met zeer gemotiveerde studenten kent geneeskunde al een hoog studierendement. Dat maakt de winst van selectie marginaal.

Selectie vergt veel geld en inspanning, zowel van de opleiding als van de kandidaten. Om een kans te maken voor geneeskunde moeten scholieren al vroeg op de middelbare school met buitenschoolse activiteiten en cursussen voorbeeldige artsen in de dop worden. Degenen die pas later achter hun studievoorkeur komen, vaak jongens, zijn in het nadeel.

Het ligt voor de hand alleen te experimenteren met selectie als dat noodzakelijk is. Maar als algemene regel werkt gewogen loting beter en eerlijker.