‘Screenen kindermishandeling bij eerste hulp niet succesvol’

De vragenlijst waarmee artsen checken of een verwonding verdacht is zou leiden tot een massa aan onterechte verdenkingen, meldt de Volkskrant.

Een huisartsenpost en eerstehulplocatie Lex van Lieshout/ANP

De wijze waarop eerstehulpafdelingen en huisartsenposten screenen of een verwonding het gevolg is van kindermishandeling is niet succesvol. Dat schrijft de Volkskrant maandagochtend op basis van een proefschrift van promovendus Maartje Schouten. De vragenlijst van zes vragen waarmee artsen checken of een kind mogelijk het slachtoffer is van mishandeling zou te snel een verkeerd beeld geven van de situatie.

Zo zijn er volgens de Volkskrant van elke 100 verdenkingen 92 onterecht. Schouten bekeek bij 5.000 kinderen hoeveel er positief scoorden op de lijst, en van welke er daarna binnen tien maanden een melding volgde bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt kindermishandeling. Bij 1 op de 100 kinderen was er volgens de screening niks aan de hand, maar bleek daarna dat er toch een melding volgde bij Veilig Thuis.

Eerder onderzoek maakte ook al duidelijk dat er vaak onterechte verdenkingen volgen op de spoedeisende hulp. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft de lijst - uniek in de wereld - ingevoerd omdat mishandelde kinderen juist vaker terecht zouden komen in het ziekenhuis. De ouders kunnen dan om de eigen huisarts heen. Als op een van de zes vragen een opvallend antwoord volgt, is er al sprake van een verdenking. De lijst is niet wetenschappelijk getoetst.

Lees ook dit achtergrondstuk over huiselijk geweld: Hoe voorkom je dat slachtoffers daders worden?

‘Geen alternatief’

De inspectie zegt in de krant toch vast te willen houden aan de lijst, omdat er op dit moment geen beter alternatief is en het probleem te serieus is. Onterechte verdenkingen zijn bovendien onvermijdelijk, stelt de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Volgens de onderzoeker leidt de lijst echter mogelijk tot schijnzekerheid en kan een onterechte verdenking emotioneel zwaar zijn voor ouders of kind. Er wordt door Schouten gewerkt aan methodes waarmee artsen per verwonding makkelijker zouden kunnen herkennen of die verdacht is of niet.

Hoogleraar gezinspedagogiek Lenneke Alink van de Universiteit Leiden stelt in de Volkskrant wel dat de resultaten voorzichtig dienen te worden geïnterpreteerd, omdat niet alle gevallen van mishandeling uiteindelijk bij Veilig Thuis terechtkomen. Er wordt geschat dat 120 duizend kinderen jaarlijks het slachtoffer zijn van mishandeling, terwijl er in 20 duizend gevallen uiteindelijk onderzoek wordt gedaan. Het is dus lastig om precies te achterhalen hoe vaak er echt sprake is van een onterechte verdenking als een melding uiteindelijk niet bij Veilig Thuis terechtkomt. Desalniettemin noemt Alink de resultaten “niet rooskleurig”.

    • Milo van Bokkum