Recensie

Lyrisch laaiende Lenneke Ruiten in Janáceks ‘Sluwe vosje’

Opera

De beestenboel van Janácek wordt in de handen van debuterend regisseur en kunstenaar Christophe Coppens een metafoor voor de moderne maatschappij.

Foto B. Uhlig / De Munt

Janáceks opera Het sluwe vosje (1923) lijkt op het eerste gezicht een naïef dierensprookje. Onder de vrolijke heisa van zingende kippen en dansende waterjuffers schuilen echter diepzinniger thema’s als het dierlijke in de mens en de eeuwige cyclus van dood en leven, oud en nieuw.

Voor Foxie!, zijn regiedebuut bij operahuis De Munt, interpreteert de Belgische kunstenaar Christophe Coppens de beestenboel van Janácek als een metafoor voor de moderne maatschappij. Het oorspronkelijke dierenbos verandert in zijn scène-ontwerp in een dorpsloods voor feestende jongeren, inclusief TL-verlichte cafetaria. De jager wordt een opzichter en het sluwe vosje de sexy tomboy Foxie. Vrijmoedige toevoeging van Coppens: een figurerende meute hangjongeren die ravottend, append en dissend over het podium zwerft (‘Fuck you!’).

Foto B. Uhlig / De Munt

Coppens’ actualiserende aanpassingen werken. Temeer daar hij zijn hoofdthema (de veronderstelde kloof tussen gevestigde babyboomers en ‘generatie Z’) een persoonlijke noot geeft door in te zoomen op de volwassenwording van titelpersonage Foxie. Haar zoektocht naar liefde en haar ontluikende seksualiteit worden in de eerste akte zonder omhaal uitgebeeld met veel bloot, een verrijdbare kamer met een pornografische glory hole en een geile haan die met een bloemenvaas als peniskoker aan zijn gerief komt in een kippenhok.

Dat de duimendikke symboliek niet flauw wordt, is te danken aan de voortreffelijke zangprestaties. Lenneke Ruiten (Foxie) verstaat de kunst om elke lettergreep in Janáceks spraakmelodie expressief te maken en laat haar hoge register lyrisch laaien als haar vosrode pruik. Haar geliefde Goldie wordt vertolkt door een uitstekend zingende Eleonore Marguerre. Wulps en fysiek acterend maakt het tweetal hun dampende kalverliefde invoelbaar. Ook indrukwekkend: de diepe bas van Vincent le Texier. Andrew Schrer overtuigt als lallende opzichter.

Voor een opera is Janáceks Vosje opvallend symfonisch met gelaagde orkestraties en virtuoze instrumentale tussenspelen. Hoewel het Symfonieorkest van de Munt in de eerste akte niet altijd even goed mengt, licht dirigent Antonello Manacorda de folkloristische ondertonen van de partituur scherp uit en jaagt hij een dramatische flow door de noten die zelfs van de tableaumatige derde akte een dwingend geheel maakt.

    • Joep Christenhusz