Opinie

Leer van de Benelux, dan kom je verder als EU

België, Nederland en Luxemburg houden met hun succesvolle Benelux de kwijnende EU een spiegel voor, betoogt .

Premier Mark Rutte, premier van Luxemburg Xavier Bettel en premier van België Charles Michel tijdens een BeNeLux-meeting in maart. Foto ANP

Twee weken geleden presenteerde de Europese Commissie een witboek over de toekomst van de Europese Unie. Hierin schetst ze vijf toekomstscenario’s, variërend van ‘doormodderen’ tot ‘volledige integratie in een federalistisch Europa’. Een tussenvariant van een Europa van verschillende snelheden, waarbij lidstaten in kleiner verband met elkaar gaan samenwerken, lijkt op nogal wat steun te kunnen rekenen. Terecht, want goede voorbeelden doen goed volgen.

Interessant is dat er van een Europa van verschillende snelheden al langer sprake is. En nog dicht bij huis ook, in de vorm van de Benelux Unie. Dit in 1944 opgerichte samenwerkingsverband tussen België, Nederland en Luxemburg begon als douane-unie en werd in de decennia daarna ingehaald door de Europese Economische Gemeenschap (1956) en de Europese Unie (1993). Hiermee leek de relevantie van de Benelux ten einde en dit weerspiegelde zich ook in zijn populariteit. In de schoolboeken komt het samenwerkingsverband nauwelijks meer voor; het is in veel opzichten verdrongen door de EU. Toch is de Benelux nooit overbodig geworden.

Nu Europa van binnenuit en buitenaf onder druk staat, ondergaat de Benelux een herwaardering. Begin dit jaar sprak de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Kim Putters van „een Gouden Delta aan de Noordzee”, een economisch en cultureel krachtige Benelux die in een fragmenterend Europa juist een versterking is voor de vrijheid en welvaart in de lage landen.

De drie landen hebben laten zien dat juist op veel praktische gebieden de samenwerking binnen de Benelux meerwaarde heeft. Voorbeelden zijn automatische erkenning van diploma’s van het hoger onderwijs, papierloos vrachtverkeer, het terugdringen van roamingtarieven en de bestrijding van acquisitie-fraude. Dat zijn zaken waar burgers en bedrijven echt mee zijn geholpen.

Naast deze praktische verworvenheden is het samenwerkingsverband ondersteunend op de achtergrond. België, Nederland en Luxemburg zijn geen grote landen, maar vormen met 8 procent van het bruto binnenlands product samen wel de vijfde economie van Europa. Dat helpt, niet alleen bij onderhandelingen in Brussel, maar ook bij het promoten van de lage landen in de wereld en het bundelen van onderdelen van de krijgsmacht.

De Benelux is in de positie om verder vorm te geven aan een Europa van verschillende snelheden. En dat hebben we behoorlijk in eigen hand. Nederland is dit jaar voorzitter van de Unie. Afgelopen januari presenteerde minister Koenders het gemeenschappelijk werkprogramma tot 2020 en het jaarplan 2017, dat zich richt op grensoverschrijdende patiëntenzorg, een Benelux-corridor voor intelligente transportsystemen, de Benelux Retail Unie en bestrijding van uitkerings- en belastingfraude.

Daarnaast bekleedt ons land de komende twee jaar het voorzitterschap van het Beneluxparlement, dat niet alleen de controle van de Unie tot taak heeft, maar ook als trait-d’union naar de nationale parlementen fungeert. Er is, met andere woorden, geen excuus om hier niet een succes van te maken.