Kikkerbillen

Wat eten we?

Kikkerbillen. De eerste twee doodgereden kikkers van dit jaar zag ik vorige week op de weg liggen. Vlak bij elkaar. Nog met mooie gave achterpootjes. Ik liet ze liggen voor kraai, raaf, das, of bunzing. Kikkers zijn in Nederland beschermd. Ook in Frankrijk, het land waar de kikkerbil een traditionele lekkernij is. De Fransen mogen kikkers uit eigen land niet meer eten. Wij ook niet.

In 1979 hadden de Fransen hun kikkers bijna op, waarna het dier er zijn beschermde status kreeg. Meteen kwam de import uit India en Bangladesh op gang. Binnen tien jaar waren daar zo veel eetbare kikkers gevangen dat ze op de lijst met bedreigde diersoorten kwamen te staan. De Indiase overheid verbood de export.

Nu komen de cuisses de grenouille uit Indonesië. Ook de Nederlandse winkels die kikkerbillen in hun webshops aanbieden tonen Indonesische verpakkingen. Net als de Belgische supermarkt Delhaize. Op de Indonesische verpakkingen staat dat er billen van de kikkersoort Rana macrodon in zitten. Dat is de Javaanse reuzenkikker.

In werkelijkheid is maar één op de honderd kikkerbillen in die Indonesische verpakkingen een Javaanse reuzenkikkerbil. Dat ontdekten Annemarie Ohler en Violaine Nicolas, biologen van het Muséum national d’Histoire naturelle van de Sorbonne-universiteit in Parijs.

Dat is een overtreding van een Europese wet, schrijven ze, want wat op de verpakking staat moet er inzitten. De Indonesische exporteurs leveren vrijwel uitsluitend de diepgevroren billetjes van de krabetende kikker (Fejervarya cancrivora), schrijven de twee biologen in hun in februari gepubliceerde artikel in het European Journal of Taxonomy. Ze deden DNA-onderzoek om daarachter te komen, want aan het ontvelde billetjesvlees is niet te zien welke soort het is.

Voor de Javaanse reuzenkikker is dit geen slechte ontwikkeling. Op de rode lijst van de IUCN heet de soort ‘kwetsbaar’.

De krabetende kikker is op het ogenblik niet bedreigd en ruim aanwezig in rijstvelden en moerassen. Het is een cultuurvolger. L. macrodon is afhankelijk van stromend water in natuurlijk gebied. Zijn leefomgeving wordt steeds kleiner.

Toch melden Indonesische onderzoekers dat nog steeds bijna 1 op de 5 in Indonesië gevangen kikkers een Javaanse reus is. Ze schrijven dat de Indonesiërs de reuzenkikkers voor zichzelf houden, omdat hij lekkerder is dan de krabetende kikker.

Het is niet mis wat er jaarlijks aan diepgevroren kikkerbillen het land uit gaat. De Indonesische export schommelt in deze eeuw jaarlijks tussen de 3 en 4 miljoen kilo. Nederland importeert ongeveer 200.000 kilo. Toch schijnt de krabetende kikker nog lang niet op te zijn. De gevangen exemplaren worden bijvoorbeeld niet kleiner.

Dat is geen reden om alsnog toe te happen. De beste reden om van de kikkerbillen af te blijven is wreedheid. De billen en achterpoten worden van de levende kikker geknipt of getrokken. Kop en romp blijven nog makkelijk een half uur in leven. Die lijden pijn. Een dodende klap op de kop zou al beter zijn, maar dat zou te tijdrovend zijn.

Die twee eerste dode kikkers op een koude natte Nederlandse asfaltweg waren sneller aan hun einde gekomen: allebei een geplette kop.