In Oekraïne is nepnieuws de dagelijkse realiteit

Russische propaganda

De film Nothing but Lies laat zien hoe geavanceerd nepnieuws is, maar een effectief bestrijdingsmiddel blijkt lastig te vinden.

Tegen het eind van de documentaire Nothing but lies gaat het filmdoek ineens op zwart. De volle zaal van arthouse-bioscoop Zjovten in de hippe Kievse wijk Podil reageert lacherig. „Een boodschap van Rusland!”, roept iemand in de donkere zaal. „Censuur!” giechelt een ander. Met wat hulp van de technicus kan de film worden voortgezet, maar in deze zaal had niemand raar opgekeken als er echt sprake was geweest van een Russische hack. Nothing but lies, een samenwerking tussen de Oekraïense organisatie StopFake en de Britse journalist Tim White, gaat over een berucht Russisch wapen: nepnieuws.

Dat de film, die deze week in Kiev zijn bescheiden première beleefde, in Oekraïne tot stand kwam, is geen toeval. Sinds het land in 2014 de Krim aan de Russen verloor en met Moskou in een gewapend conflict verzeilde, worden Oekraïners dagelijks bestookt met nepnieuws van Russische en pro-Russische propagandazenders.

Nepnieuws ontkrachten

Voor Yevhen Fedchenko, docent journalistiek aan de Kievse Mohyla universiteit, was de niet-aflatende stroom Russische nepberichten in 2014 reden om in actie te komen. Hij riep zijn studenten bij elkaar en startte de online groep StopFake, om Russisch nepnieuws te ontkrachten. „Onze eerste factcheck werd binnen twee uur duizenden keren gedeeld op sociale media”, zegt Margot Gontar, journalist en mede-oprichtster van StopFake na de filmvertoning.

Drie jaar later is de groep uitgegroeid tot een volwaardige organisatie die nepberichten checkt in tien talen. Want ook nu worden Oekraïners nog dagelijks geconfronteerd met onzinberichten over hun land. Zoals een bericht, afgelopen week, op de Russischtalige nieuwssite Zvezda, waarin wordt beweerd dat Oekraïne bij zijn Europese partners moet bedelen om geld voor het Eurovisie Songfestival bij elkaar te krijgen. Of wat te denken van het nepbericht van het Russische staatspersbureau Tass, over massale demonstraties in Europese steden tegen „genocide in de Donbas”? De vrijwilligers van StopFake hebben er een dagtaak aan. Gontar en haar collega’s zijn experts in het herkennen van neppe berichten. „We hebben er een zesde zintuig voor ontwikkeld!”

„Dergelijke berichten zijn in eerste instantie bedoeld om het Russische publiek een negatief beeld voor te schotelen over Oekraïne”, zegt Gontar. Sinds kort geeft StopFake een papieren krant uit in de separatistische gebieden Donetsk en Loehansk. Daarmee probeert de organisatie de inwoners van de regio alert te maken op nepnieuws en ze te informeren over de werkelijke situatie in hun land.

Maar ook Oekraïense en internationale media maken zich schuldig aan nepnieuws. In Nederland dook de afgelopen twee jaar nepnieuws op. Zoals een filmpje, eind 2015, waarin gewapende Oekraïense nationalisten Nederlanders dreigden met wraak als zij ‘nee’ zouden stemmen bij het Oekraïne-referendum. Een tijd lang vertaalde StopFake zijn factcheck in het Nederlands, maar is daar uit geldgebrek mee gestopt.

Soldatenselfies als bewijs

In 2015 begon de bekende journalist Simon Ostrovsky van de Amerikaanse nieuwszender Vice het project ‘Selfie Soldiers’. Daarvoor liep hij de gangen na van Russische soldaten aan de hand van de selfies die ze maakten aan het Oekraïense front. „Rusland ontkende toen nog iedere betrokkenheid bij het conflict”, zegt Ostrovsky, die ook meewerkte aan de documentaire. „Ik kon op televisie dus niet zomaar zeggen dat die soldaten uit Rusland kwamen. Niemand me zou geloven.” Daarom moest hij met harde bewijzen komen.

De Russisch-Amerikaanse journalist signaleert grote veranderingen in zijn werk. „Vroeger discussieerden we over partijdigheid onder journalisten. Nu moeten we ons afvragen of gebeurtenissen überhaupt hebben plaatsgevonden.”

Eén medicijn om het nepnieuwsvirus te bestrijden is er niet, zo blijkt. Journalisten en onderzoeksgroepen als Bellingcat, dat data verzamelt rond MH17 en andere dossiers, doen uitstekend werk. Maar ook overheden moeten hun verantwoordelijkheid nemen, stelt regisseur Tim White. Door organisaties als StopFake te steunen, maar vooral door burgers mediawijs te maken. Een zwarte lijst of een Europees verbod op notoire Russische propagandazenders als RT of Sputnik ziet hij niet zitten. „Door propaganda en nepnieuws in te zetten, maakt Rusland misbruik van democratische waarden als vrijheid van meningsuiting. Maar het Westen moet die waarden koste wat kost hooghouden.”