‘Ik zei: ik wil weg uit Iran, ik wil naar Europa’

Alireza Jahanbakhsh

Hij voetbalde met slippers op straat en moest de scepsis bij zijn vader wegnemen toen hij naar Nederland vertrok. Nu is hij explosieve aanvaller bij AZ.

Alireza Jahanbakhsh is de naam. „Jahanbaggss”, legt hij de nadruk op de g. „Zo spreken ze het uit in Iran. We hebben ook veel g’s.”

Hij is aanvaller bij AZ; snel, sierlijk, met explosief schot. Alireza (23) is minder uitgesproken dan Heerenveens Reza Ghoochannejhad, is voorzichtiger. „Ik wil niet over politiek praten.” Tegelijkertijd is hij alert, innemend. Hij wil twintig minuten uittrekken voor het interview, op het einde zegt hij, goedlachs: „Volgens mij was het een uur en twintig minuten.”

Hij groeide op in Qazvin, in het noordwesten van Iran. Zijn vader was manager in een fietsenfabriek. „Dat ding dat je hier overal ziet.” Hij is middelste kind van drie. Moeder werkte niet, zij zorgde voor de kinderen.

Hij is een straatvoetballer, speelde vaak in de buurt op slippers. Als zijn moeder hem naar de supermarkt stuurde voor inkopen, ging hij voetballen met vrienden. „Mijn moeder wachtte altijd op de spullen, één uur, twee uur. Dan kwam ze naar buiten: heb je het gekocht?” Nee, was het antwoord vaak.

Ze zaten aan de „onderkant van een middenklassegezin”, zegt hij. Ze woonden in een stadsdeel met veel arbeidersflats, in beheer van de fabrieken. „Er werden voetbaltoernooien georganiseerd tussen de fabrieken. Ik deed altijd mee. Ik was elf, twaalf jaar toen ik met jongens van negentien speelde.”

Als Iraniër niet naar Israël

In het najaar kwam hij in het nieuws. AZ nam hem niet op in de selectie voor de uit- en thuisduels in de Europa League tegen het Israëlische Maccabi Tel Aviv. Iran erkent Israël niet. Een Iraniër mag, van het regime, niet naar Israël reizen. Als Jahanbakhsh dat wel had gedaan had het consequenties kunnen hebben, „onbekend is welke”, zegt een woordvoerder van AZ. Mogelijk: hij zou Iran niet meer inkomen of niet meer voor het nationale team kunnen spelen.

AZ beschermde hem door deze maatregel. De club liet zich informeren door experts en nam in overleg met Jahanbakhsh en zijn Iraanse zaakwaarnemer Amir Hashemi dit besluit. De clubwoordvoerder: „Wij zijn niet onder druk gezet door de Iraanse autoriteiten.” Jahanbakhsh, die spaarzaam spreekt over dit gevoelige onderwerp, schudt zijn hoofd: ook hij heeft geen telefoontje gehad van de Iraanse ambassade.

Soms is hij geïrriteerd als er negatief over Iran wordt gesproken. „Jammer genoeg geloven of oordelen mensen Iran naar aanleiding van wat ze horen in het nieuws. Ik wil niet zeggen dat dat altijd verkeerd is, soms klopt het. Maar er zijn veel dingen die niet kloppen. Mensen moeten er naartoe om te zien wat de ware cultuur is, het echte Iran.”

Hij is shi’iet, zoals het overgrote deel van de Iraniërs. Hij gaat hier niet naar de moskee. Hij bidt thuis, ook voor wedstrijden. „Mijn geloof zegt dat ik een goed persoon moet zijn, moet bidden tot God, aardig moet zijn voor anderen, armen moet helpen, goed moet zijn voor mijn familie.”

Zijn familie, nog woonachtig in Iran, is belangrijk voor hem. In november kreeg hij te horen dat zijn moeder een hersentumor had, die uiteindelijk goedaardig bleek. Hij reisde naar Hannover, waar de hoog aangeschreven Iraanse neurochirurg Majid Samii zit. Hij zorgde dat zijn moeder daar behandeld kon worden. „Ik wilde de best mogelijke dokter voor haar. Nu is ze goed.”

Hij werd vroeg zelfstandig. Op zijn veertiende vertrok hij van Qazvin, met 380.000 inwoners, naar hoofdstad Teheran, met negen miljoen mensen. Hij kwam er in de jeugdopleiding van Damash. „Dat was moeilijk voor mijn ouders.” En op zijn negentiende vertrok hij naar Nederland, naar NEC, zonder een woord Engels te spreken.

Zijn vader probeerde hem te overtuigen naar Persepolis te gaan, een topclub in Teheran, die hem een aanbieding deed en waar zijn vader fan van is. „Het was zijn droom dat ik daar ooit zou spelen. Ik zei tegen hem: ik wil weg uit Iran, ik wil naar Europa.”

Hij sprak over de stap met voormalig Iraans international Mehdi Mahdavikia. Zijn idool, die succesvol was bij Hamburger SV. Mahdavikia scoorde op het WK van 1998 in het politiek beladen duel tegen de Verenigde Staten, dat Iran met 2-1 won. „Hij zei: ga gewoon.”

Hij had het hier „erg moeilijk” de eerste maanden. Het was koud, hij sprak de taal niet, en hij verbleef in het begin alleen in een hotelkamer in Nijmegen.

Zijn keuze pakte goed uit. Hij werd dragende speler bij NEC, ging in 2014 met Iran naar het WK en vertrok een jaar later naar ambitieus AZ.

Er kwam een documentaire over hem uit. In een scene zit zijn moeder op de tribune bij AZ, wat in Iran verboden is voor vrouwen. Vorige maand is het regime bezweken voor internationale druk en heeft het vrouwen toegelaten tot de tribunes bij een internationaal mannenvolleybaltoernooi. Maar bij voetbal is het nog niet zo ver.

Jahanbakhsh: „Het gaat nu waarschijnlijk veranderen, zodat vrouwen ook het stadion in mogen. Het zou mooi zijn als het op een goede manier georganiseerd kan worden. Alle spelers willen dat familie kan komen kijken, dat je ze trots maakt.”

    • Steven Verseput