De stoelendans is begonnen, of Dijsselbloem het wil of niet

Het is geen geheim dat Jeroen Dijsselbloem graag voorzitter van de Eurogroep wil blijven. Maar kan dat, als hij straks geen minister van Financiën meer is?

Jeroen Dijsselbloem schudt voorafgaand aan de vergadering van de Eurogroep handen met de Franse eurocommissaris Pierre Moscovici, 20 maart 2017. Foto Stephanie Lecoco/EPA

Wanneer gaat hij weg? Na het verpletterende stemmenverlies van de PvdA waren maandag in Brussel alle ogen gericht op Jeroen Dijsselbloem. Hoe lang is hij nog minister van Financiën? Kan hij wel voorzitter van de Eurogroep blijven? Verliest Nederland eerder dan gepland een belangrijke EU-post?

Maandag zat Dijsselbloem in Brussel zijn eerste vergadering van eurolanden voor sinds de Nederlandse verkiezingen. Hij probeerde koeltjes te blijven onder de stortvloed aan vragen over zijn positie. „Zolang ik demissionair minister ben is er geen enkele reden om afscheid te nemen”, zei de minister bij aankomst. Dijsselbloem heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij zijn (tweede) termijn, tot eind dit jaar, wil volmaken, ook als hij geen minister meer is. De regels van de Eurogroep zeggen niet eenduidig dat het níét kan, ook al is het gebruik dat een zittende minister van Financiën voorzitter is.

‘Extreem competent’

Of Dijsselbloem zijn zin krijgt, valt te bezien. Over het algemeen wordt hij geprezen om zijn rol in de afgelopen jaren, vooral bij het opzetten van de bankenunie, de hervorming die moet voorkomen dat de belastingbetaler opdraait voor de volgende financiële crisis. Maar bij de ene collega in de Eurogroep ligt hij beter dan bij de andere. Van Wolfgang Schäuble hoeft hij niet weg. „Dijsselbloem is een goede voorzitter en zijn mandaat loopt tot januari volgend jaar”, zei de Duitse minister maandag stellig.

Wat Frankrijk wil, is minder duidelijk. Minister Michel Sapin noemde Dijsselbloem maandag weliswaar „een hele goede voorzitter”, maar overtuigend klonk dat niet. De eveneens Franse Eurocommissaris Pierre Moscovici (Financiële Zaken) overlaadde Dijsselbloem met complimenten: „Extreem competent, extreem gewaardeerd, voorbeeldige dossierkennis.” Oprecht, of werd hier een doodskus uitgedeeld? Bij Moscovici weet je het nooit zeker.

De Spanjaard Luis de Guindos, die de Eurogroep-post indertijd ambieerde maar door Dijsselbloem werd afgetroefd, gaf geen complimenten. „Ik ga niks becommentariëren.” Nou ja, hij zei wél dat het moeilijk wordt: een voorzitter die geen minister is. „Dat is een kwestie van legitimiteit en gezond verstand.” Kortom: de stoelendans is begonnen, of Dijsselbloem het wil of niet.

Ministers moeten besluiten

In de coulissen lopen de kandidaten zich warm, zoals de Slowaakse minister Peter Kazimir, net als Dijsselbloem een ‘hardliner’ die daarom goed ligt in Berlijn. En bovendien een sociaal-democraat. Met alle grote EU-posten (Commissie, Parlement, Raad) in handen van de christen-democraten willen de Europese socialisten de Eurogroep graag behouden, ook al valt hier voor linkse politiek weinig eer aan te behalen, met Dijsselbloem als levend bewijs.

Volgens Dijsselbloem zelf hoeft het allemaal niet zo problematisch te zijn. Als de coalitiebesprekingen in Nederland lang gaan duren, en daar lijkt het volgens de PvdA’er op, dan zal het ‘gat’ tot aan het einde van zijn termijn klein zijn, misschien zelfs wel verwaarloosbaar. Waarom wil Dijsselbloem eigenlijk zo graag aanblijven als voorzitter? Waarom niet de eer aan jezelf houden? „Ik denk dat het een belangrijke verantwoordelijkheid is, waarvan ik niet wil weglopen”, zei Dijsselbloem. Hij zei ook: „Het Nederlandse electoraat heeft me niet deze baan in gestemd. Dat hebben de ministers gedaan, en zij moeten nu besluiten hoe het verder moet.”