Deze debutant hield data bij over zijn schrijfproces

Booker Prize-genomineerde Wyl Menmuir hield een logboek met data bij dat een goed inzicht geeft in een schrijfproces. Dag 14: “Ik heb het gevoel dat mijn idee shit is”.

Een typemachine Divyakant Solanki/EPA

Het is een hardnekkig gerucht dat meer dan een miljoen Nederlanders schrijver willen worden. Dat aantal ligt misschien wat hoog, maar het mag duidelijk zijn dat er een stuk meer mensen romanambities hebben dan dat er schrijvers zijn die hun boek succesvol afronden en publiceren. Veel mensen maken misschien een begin, maar ver komen ze nooit.

Wyl Menmuir lukte het wel. En hoe: met zijn debuut ‘The Many’ haalde hij vorig jaar de longlist van de Booker Prize, de meest prestigieuze Britse boekenprijs. Maar dat het ook voor hem niet makkelijk was om zich door zijn eerste boekproces heen te worstelen, laat The Guardian zien in een bijzondere productie.

Menmuir heeft namelijk tijdens het schrijven in een app een logboek bijgehouden, waarin hij onder andere notities maakte over hoe hij zich voelde en over het aantal woorden. Nu het boek er ligt, geeft de data een prachtig inkijkje in wat voor moeite het kost om een boek tot een succesvol einde te brengen.

Zo was het oorspronkelijk Menmuirs plan om elke dag vijfhonderd woorden te schrijven. Dat klinkt niet onredelijk - de gemiddelde student kan een dag voor een deadline vaak moeiteloos meer dan tweeduizend woorden produceren. Menmuir bleek zijn zelf opgelegde doel echter maar acht dagen te kunnen volhouden. Op dag negen haalde hij de ondergrens niet. Lesje geleerd: een dagminimum werkt niet altijd. Hij zou later nog vaak genoeg vertragen (en versnellen!), zoals in de grafiekjes van The Guardian te zien is.

Shit

Ook blijkt uit Menmuirs eigen notities goed op te maken dat hij er zelf vaak genoeg helemaal doorheen zat. “Ik heb het gevoel dat mijn idee shit is, maar ik probeer het te negeren”, noteert hij al na twee weken. Een typisch moment waarop je dus moet doorzetten, zegt Menmuir nu. Net zoals dat je de goede momenten moet koesteren. “Geweldige sessie”, schrijft hij een paar maanden later.

En weer iets verderop: “Mooi moment vandaag. Mijn dochtertje kwam vanochtend naast me zitten aan de keukentafel en begon aan haar eigen boek.” Ook kan hij, ongeveer op tweederde, niet om de klassieker heen: “Vandaag misschien wel de beste zin geschreven die ik ooit in mijn leven heb gemaakt”.

Menmuir strooit door het artikel heen, nu achteraf, met adviezen voor aspirant-schrijvers. Zo zegt hij veel gehad te hebben aan het afsluiten van social media en aan het blijven lezen van goede auteurs. Ook is het zeker inspirerend om te zien hoe hij zich door lastige fases heeft gewerkt. Dat hij geholpen is door een goede dosis talent en ook geen gouden sleutel heeft, spreekt voor zich. Maar dat doet er niet aan af dat deze productie een zeldzaam en interessant inkijkje geeft in het ontstaansproces van een debuut.