Column

De val van Hans Spekman

In Hans Spekman krijgt de tragische val van de PvdA gestalte, hij is er de volmaakte personificatie van. Niets lijkt hem bespaard te blijven. Eerst afgestraft door de kiezers, toen door zijn eigen partij. Het is alsof die partij met hem haar laatste arbeideristische veer wegblaast.

Spekman heeft zeker grote fouten gemaakt, met als dieptepunt de door hem gewilde lijsttrekkersstrijd tussen Samsom en Asscher die op de buitenwereld als een broedermoord overkwam. Maar er is sinds de opkomst van Pim Fortuyn zoveel fout gegaan bij de PvdA, Spekman is zeker niet de enige die daarvoor verantwoordelijk is.

Er is altijd met hem de spot gedreven, vooral vanwege zijn proletarische outfit, maar toch was hij geen bespottelijke figuur. Voor mij had hij in zijn oprechte toewijding aan zijn idealen eerder iets aandoenlijks. Hij was iemand die met de beste bedoelingen politiek wilde bedrijven, maar zich steeds stuk liep op de harde werkelijkheid.

Toen hij met partijleider Job Cohen de PvdA dichter bij de SP wilde brengen, werd hij in februari 2012 streng teruggefloten door fractielid Frans Timmermans. In een (uitgelekte) mail verweet Timmermans zijn twee partijgenoten misplaatste nostalgie. De „sociale sentimentaliteit” van de SP over het verleden vond hij „links cynisme”. Timmermans bepleitte een andere koers. „Met die oudste generatie zit het nog wel goed, in onze club, maar de jongste generatie zijn we kwijt. Die aan boord te halen is een absolute topprioriteit en die haal je niet aan boord met valse nostalgie over het verleden.”

Het is vijf jaar later nog altijd een hoogst relevante constatering van Timmermans. Ook Spekman is het niet gelukt die jeugd aan boord te krijgen. Het was dan ook niet vreemd dat hij zaterdag op de ledenraad werd aangesproken op de tegenvallende resultaten, maar het had wel wat eleganter gemogen.

Nadat Spekman had uitgelegd dat hij omwille van de eenheid in de partij beter kon aftreden, ontstond er gemor over het tijdstip van zijn vertrek. Het werd oktober, zei Spekman, omdat hij geen chaos wilde achterlaten nu het ontslag van zoveel medewerkers onvermijdelijk was. „Het moet sneller dan oktober”, riep iemand. Sharon Dijksma („Ik voel onrust in de zaal”) sprong voor het partijbestuur in de bres, Lodewijk Asscher sprak bezwerende taal: „Jongens, we moeten eerst uit de ontkenningsfase. (…) Het ligt niet aan Hans of mij, we moeten écht veranderen.” Hij voorspelde „een lange tocht door de woestijn waarbij we elkaar nodig hebben” en „waarvoor Hans zich nog een paar maanden wil opofferen”.

Er volgde een stemming waarbij 60 procent vóór en 40 procent tegen het aanblijven van Spekman tot oktober was. Geen aangename uitslag voor de voorzitter. Hij bezwoer zijn partijgenoten dat de veranderingen niet pas in oktober zullen beginnen. „We beginnen nú.”

Eerder had hij verteld dat hij ’s avonds, zittend op de bank met zijn vrouw, zijn beslissing genomen had. Hij voorspelde de herrijzenis van de sociaal-democratie. „Ik blijf vechten voor en met jullie.”

Zal de val van Spekman ook de vrije val van de PvdA inluiden? Ik zou er niet helemaal verbaasd over zijn.