NRC checkt: ‘Dagelijks tussen de 1,3 en 1,5 miljoen mensen in Amsterdam’

Dat zei hoofdcommissaris Aalbersberg over Amsterdamse criminaliteitscijfers op 1 maart.

Winkelend publiek in de Kalverstraat. Foto Remko de Waal/ANP

De aanleiding

Bij het jaarlijkse persgesprek over de criminaliteitscijfers van Amsterdam sprak hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg over de oorzaken van de (over)belasting van zijn agenten. Het stadsbestuur en de politie, zei hij, zijn ingericht alsof in Amsterdam alleen de bewoners aanwezig zijn. En, vult hoofd communicatie Jean Fransman aan, dan gaat het niet eens om de 845.000 bewoners van 2017 maar, na een herijking van het budgetverdeelsysteem, het aantal bewoners anno 2009: 760.000.

In werkelijkheid, zei Aalbersberg, bevinden zich dagelijks „tussen de 1,3 en 1,5 miljoen mensen” in de stad.

Waar is het op gebaseerd?

Waar komen de cijfers van de politie vandaan? Fransman: „Het is de optelsom van bewoners (845.000), inkomende forenzen (circa 275.000) en studenten (niet wonend in Amsterdam maar wel op Amsterdamse mbo/hbo/universiteit, 75.000). Dat maakt zo’n 1,2 miljoen per dag.”

Daarbij komen volgens hem nog „de 17,3 miljoen binnen- en buitenlandse bezoekers per jaar. Daar zitten pieken en dalen in (seizoensgebonden en afhankelijk van bijvoorbeeld evenementen. Vandaar de bandbreedte die Aalbersberg noemde.” Voor de cijfers verwijst Fransman naar de gemeente.

En, klopt het?

Eerst de slagen om de arm. De Amsterdamse dienst Onderzoek, Informatieen Statistiek (OIS) schrijft met zoveel woorden in de Veiligheidsindex 2014: „Het is praktisch onmogelijk om het aantal mensen dat (gedurende een bepaalde periode) in een gebied verkeert, exact vast te stellen.” Harry Smeets van OIS licht toe: „Er worden wel passantentellingen gedaan in winkelstraten, maar we werken ook veel met schattingen.”

Voor die schattingen werkt OIS met verschillende bronnen, zegt Smeets, waarbij sommige duidelijker uitkomsten geven dan andere. Op de forenzen – volgens OIS 246.000 per 1 december 2015, en Smeets zegt erbij: „Op een gemiddelde dag is ruim de helft in de stad” – en studenten en toeristen hebben de onderzoekers beter zicht dan op de dagbezoekers. Voor die laatste categorie kunnen ze zich baseren op tellingen van mensen die dagelijks uitchecken op een van de Amsterdamse trein- of busstations – heel nauwkeurig. Gegevens over bezoekers die per auto komen, vormen volgens Smeets de grootste onzekerheid. „Dat kan beter worden als we de gegevens van betaald parkeren krijgen.” OIS komt op een bandbreedte van „1,2 à 1,4 miljoen mensen”, zegt Smeets. Maar, zegt hij erbij: „Wij schatten conservatief.”

Margreet Hoedjes, woordvoerder ruimte en economie van de gemeente Amsterdam, maakt nog een voorbehoud: „Voor de berekening van het totaal aantal mensen in Amsterdam wordt even aangenomen dat alle inwoners op een dag in de stad zijn en bijvoorbeeld niet op vakantie. In 2015 waren er op een gemiddelde werkdag 318.000 bezoekers uit de rest van Nederland en 34.000 toeristen in Amsterdam.” Die getallen haalt ze uit de Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 2016. „In totaal maakt dat 1,2 miljoen mensen die op een gemiddelde werkdag aanwezig zijn in Amsterdam, verspreid over de dag.” En de groei in 2016 is hierbij niet meegerekend, zegt Hoedjes. Maar dan nog denkt ze op een lager aantal dan 1,3 à 1,5 miljoen uit te komen.

De groei gaat wel heel hard. Het bureau Amsterdam Marketing zag in 2016 het aantal bezoekers stijgen naar 379.639 (19,4 procent meer dan de 318.000 die de Amsterdamse bereikbaarheidsthermometer een jaar eerder telde) en het aantal toeristen naar 37.932 per dag (een toename van 11,6 procent). In dat tempo kunnen de getallen van Aalbersberg snel worden behaald.

Conclusie

We onderzochten de bewering van de Amsterdamse hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg dat zich dagelijks tussen de 1,3 en de 1,5 miljoen mensen in Amsterdam bevinden. Er zijn veel getallen in omloop, maar het zijn allemaal schattingen, van verschillende instanties. Het hoogste getal dat Aalbersberg noemde, komt nergens terug. De onderkant van de bandbreedte wel. De bewering is volgens ons grotendeels waar.