Commentaar

Terechte AFM-aanpak boeterente moet niet doorschieten

Goed nieuws voor tienduizenden hypotheekgevers: zij krijgen gemiddeld circa 5.000 euro terug van hun bank, omdat die een te hoog boetebedrag heeft gerekend bij vervroegd aflossen of oversluiten. De maatregel is afkomstig van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die een uniforme toepassing voorschrijft van de Europese richtlijn die vervroegde aflossing sinds juli vorig jaar regelt.

De kwestie onderstreept hoe lastig het is voor consumenten om te handelen wanneer veel producenten in wezen hetzelfde product aanbieden. Of dat nu een ziektekostenverzekering is, een telecom-abonnement of benzine aan de pomp. Concurreren op prijs lijkt doorzichtig, maar een grote variatie in voordeeltjes, spaarpunten, dekkingsgraden, uitzonderingen, termijnen of gigabytes heeft alsnog tot gevolg dat de klant door de bomen het bos niet ziet.

Het berekenen van een boeterente, in wezen het nadeel voor de bank als een klant oversluit of aflost en daarna minder of een nieuwe, lagere rente betaalt, is voor veel klanten een hogere vorm van wiskunde. Het gaat hier in wezen om de netto contante waarde van de schuld en rentestroom: de toekomst wordt nu contant gemaakt. En als die toekomst verandert, dan verandert ook de huidige contante waarde.

Hoeveel verwarring dit kan opleveren illustreert de schuldhulp voor Griekenland. De gegunde lagere rentes en langere looptijden veranderen de toekomst. Zodat tegelijk kan worden beweerd dat er geen cent is kwijtgescholden, terwijl de vordering van de donorlanden op Griekenland in werkelijkheid fors in waarde is gedaald.

De hypotheekkwestie kan worden gezien als een voorbeeld dat de banksector nog steeds niet te vertrouwen is. Zulk wantrouwen is, gezien de financiële crisis en de schandalen rond bijvoorbeeld spaar- en beleggingsproducten in het verleden, begrijpelijk. Maar dat is te makkelijk.

Een hypotheek is een contract, en als de klant dat wil openbreken, heeft de bank recht op een schadevergoeding. Het gaat er hier om dat alle banken daar nu een uniforme en doorzichtige rekenwijze op toepassen, en dat is de verdienste van de AFM.

Of de maatregel ook moet worden toegepast op gevallen van vóór de Europese richtlijn van vorig jaar, moet worden bezien. Dat lijkt vanuit de klant bezien eerlijk, maar de banksector mag, net als elke andere bedrijfstak, niet met terugwerkende kracht worden gehouden aan nieuwe richtlijnen – tenzij er grove onregelmatigheden aan het licht komen. In de tussentijd geldt: een contract is een contract. Dat klinkt onsympathiek. Maar anders is het einde zoek.