Cultuur

Interview

Interview

Boem! Daarna stilte. Totale stilte

Dennis Kranenburg overlevende aanslag Zaventem

Een jaar geleden stond hij met z’n vriendin in te checken op Zaventem. Toen gingen de bommen af.

‘Ik sta voor de incheckbalie en de grondstewardess vraagt: ‘Vliegt u businessclass?’ ‘Ja graag’, zeg ik. Ze glimlacht. ‘Nee, u mag een rij verder.’ Ik sluit samen met mijn vriendin lachend aan in de rij ernaast, vier stellen staan voor ons. Ik denk: shit, ze heeft nog geen label aan haar koffer gehangen. Ik haal er eentje uit mijn zak, draai me om, wil het tegen haar zeggen en dan opeens zie ik, over haar rechterschouder, een lichtflits.

„Een witte waas, gevolgd door een knal zoals ik die nóóit heb gehoord. ‘Bóém!’ Daarna stilte. Totale stilte, voordat de paniek uitbrak. Een seconde, het voelde langer. Geen gegil, geen geschreeuw. Helemaal niets.”

Bij een bomaanslag zet explosief materiaal zich om in een reactieproduct met een hoge druk en temperatuur. Een schokgolf plant zich razendsnel voort door de lucht en oefent kracht uit op alles wat hij tegenkomt. De golf kan bloedingen veroorzaken in het lichaam. Scheurende organen, trommelvliezen, hersenen die dichtslaan tegen de binnenzijde van de schedel. Rondvliegende brokstukken of bomfragmenten zoals spijkers en glas kunnen het lichaam raken. De afstand tot het epicentrum bepaalt in hoge mate de overlevingskans.

De 32-jarige Dennis Kranenburg uit Barendrecht heeft altijd al een fascinatie voor New York gehad. De eerste keer dat hij aan de overkant van de Hudson de skyline van de stad zag, vergeet hij nooit meer, zó gaaf vond hij het. Hij wilde dat zijn vriendin Bo het ook zag. Ze zijn er eens samen geweest in 2008, maar dat was geen succes. Lopend door de stad zei ze ’s ochtends al „Ik kan niet meer”. Een schildklierprobleem, bleek later. Ze besloten nog eens te gaan. Ze zouden op 22 maart 2016 vertrekken vanaf vliegveld Brussel Zaventem.

Een jaar na dato zou Kranenburg, lang en sportief en werkzaam als verslaggever bij Radio Rijnmond en Omroep West, graag willen weten hoeveel het precíés heeft gescheeld. Hij zou de tijden en looplijnen willen zien van de terroristen ten opzichte van die van hem. Het moment waarop zij met hun bomtassen de taxi uitstapten en hij met zijn vriendin op dezelfde kiss-and-ride de auto van zijn oom verliet. Het moment dat de terroristen de vertrekhal binnenliepen en hij in dezelfde hal op het vertrekbord de vlucht naar New York zag staan. Het moment dat de terroristen naar de incheckbalies liepen en hun bomtassen neerploften op de kop van balie 4, 6 en – vermoedelijk – 9 en hij nota bene naar balie 6 liep.

Toeval bepaalt het geluk. Of ongeluk – het is maar hoe je het noemen wilt. Kranenburg en zijn vriendin liepen rond 07.54 uur de hal in, om 10.10 uur zou hun vliegtuig vertrekken. Was hij niet zo keurig op tijd geweest, dan was hij de aanslag misschien ontlopen. Maar vliegen is anders dan een treinreis, je zit vooraf toch op hete kolen. Liefst wil je zo snel mogelijk zijn ingecheckt om daarna op je gemak naar de taxfree te gaan of nog een kop koffie te drinken.

De planning was om nóg vroeger te komen. In dat geval had hij al veilig aan de koffie gezeten en was de aanslag alleen in de verte te horen geweest. Maar Kranenburg is niet zo’n goeie opstaander. Snoozen, toch even douchen, tanden poetsen, laatste spullen pakken. Ze vertrokken twintig minuten later dan gepland.

Hadden ze daarna geduldig de file afgewacht, dan hadden ze over de aanslag alleen op de radio gehoord. Voor de ring van Antwerpen stond het muurvast na een aanrijding. Maar Kranenburg had op de navigatie op ‘Vermijd files’ gedrukt en toen was er een alternatief opgedoken en had zijn oom rijdend over het verdrijvingsvlak meteen de afslag genomen. Pal na de file kwamen ze de snelweg weer op, Kranenburg had nog opgelucht achterom gekeken.

Ik zie angst in de ogen van mijn vriendin. Zó bang, ik hoop dat nooit meer te zien.

De eerste bom explodeert om 07.58.28 uur. Bij incheckbalie 9, op zo’n dertig meter afstand van balie 6 waar Dennis Kranenburg en zijn vriendin in de rij staan. „Ik zie het plafond naar beneden komen. Mensen vallen om. Een man struikelt en strompelt als een hardloper direct weer overeind. Ik zie angst in de ogen van mijn vriendin. Zó bang, ik hoop dat nooit meer te zien. Zelf denk ik nog: wat is dit? Een gasfles? Mijn vriendin weet meteen: een aanslag. ‘Oóóh, we gaan eraan’, zegt ze. ‘We moeten hier weg, we moeten naar buiten.’ Ik zeg ‘nee staan blijven! Wachten!’ Ik pak met links haar rechterbovenarm vast. Zo hard dat de afdruk van mijn hand nog vier dagen in haar arm zal staan.”

Niet meteen reageren, eerst rustig nadenken. Dan maak je betere keuzes, daar is Kranenburg van overtuigd. Hij was eens met zijn voetbalteam op een toernooi in Frankrijk toen ’s avonds jongens van de tegenpartij ruzie schopten. Een witte Mercedes kwam plankgas op hen afrijden en iedereen behalve Kranenburg rende weg. Hij bleef staan en trok net op tijd een teamgenoot naar de kant. De ruziezoekers gingen achter de wegrenners aan.

In de vertrekhal dwarrelt na de explosie het stof neer als sneeuw. Er klinkt gegil, iedereen rent alle kanten op. Was Kranenburg ook gaan rennen, dan misschien wel recht op de tweede bom af. Die klinkt 9 seconden na de eerste. Bij incheckbalie 4. ‘Bóém!’

Lees ook een interview met de ouders van een door de aanslag op Zaventem omgekomen broer en zus: ‘Was ik er maar bij geweest… je kunt elkaar misschien nog vasthouden…’

Die tweede explosie heeft Kranenburg alleen gehoord, niet gezien. De knal klinkt in zijn oren zachter dan de eerste, maar door het vulsel van spijkers en glas is het een bom met nog meer venijn. De kracht blijkt sterk genoeg om de terrorist aan de kop van incheckbalie 6 weg te blazen. Zijn explosief, op zo’n tien meter afstand van Kranenburg en zijn vriendin, komt daardoor niet tot ontploffing. Bij de aanslag komen veertien mensen om het leven en raken bijna honderd mensen gewond.

„In een reflex pakken we allebei onze koffers. Ik zeg tegen mijn vriendin: ‘We gaan niet naar buiten, we gaan naar binnen.’ Ze kijkt me verbaasd aan. Ik zeg: ‘Binnen is meer beveiliging.’ We beginnen te rennen en inééns is daar achter de incheckbalies een gang. Ik wil doorrennen maar mijn vriendin zegt ‘Den! Den! Naar rechts!’ Daar staat in een deuropening een grondstewardess te wuiven. Ze knalt na ons gelijk de deur dicht. Er staan meer mensen in de ruimte. Te huilen, te bellen, te praten. Ik voel mijn telefoon trillen. Het is mijn moeder, ik neem op. Ik hoor: ‘Hé vakantieganger, ben je er klaar voor?’”