Recensie

Bij Capella Amsterdam is het goddelijk Woord mens én muziek geworden

Passie

„Ik heb je omheind en de stenen uit je weggehaald.” De weergaloze stemmen van Cappella Amsterdam veranderen woorden in gestalten, die ons liefhebben en geselen.

In den beginne was het Woord, schrijft de evangelist Johannes. En hij gebruikt niet voor niets een hoofdletter, want Het kan zichzelf ontstijgen. „Het Woord was God”, gelooft hij. „In het Woord was leven en het leven was licht voor de mensen.”

Aan het slot van zijn eerste betoog zegt Johannes dat het Woord mens is geworden. Maar het Woord is ook muziek, in elke lettergreep schuilen adem en melodie. En niemand verklankt dat zo helder als Cappella Amsterdam. In passies en klaagzangen uit de renaissance en onze eigen tijd liet het koor de woorden als gestalten verrijzen.

Bij Giaches de Wert werd het ene woord uit het vorige geboren, bij Carlo Gesualdo verschenen ze als geesten vanuit de schaduwen, bij Wolfgang Rihm leken ze onder elkaar vandaan te kruipen, en David Lang maakte ze in Solitary - geschreven voor Cappella - tot spijkers die zich steeds dieper in het lichaam dringen. „Betrayed exiled oppressed” - elke ‘ed’ voelde als een hamerslag. De woorden zijn hier de beulen die de mens onophoudelijk geselen: „Belegerd en omringd, bitter en hard, verblijvend in duisternis, ommuurd als de doden, geen ontsnapping mogelijk.”

Moderne componisten schrijven waar het op staat, de wanhoop is voelbaar in hun dissonanten. In de renaissance was muziek een vorm van schoonheid, ook als die gaat over pijn en lijden. Het is magistraal hoe De Wert van het Latijnse contristabimini - triest - muziek maakt. In het Vinea mea electa van Gesualdo zingen de sopranen: „Ik heb je omheind en de stenen uit je weggehaald.” En dat sepivi te, dat omheinen, voelde als een omarming door de stemmen. Pijn was vroeger iets betekenisvols. Maar in het hier en nu lijkt zij zich te bevinden in niemandsland. Cappella Amsterdam bezong beide tijden met een kracht en schoonheid, die nog lang in het hoofd bleven naklinken.

    • Joost Galema