Bewusteloos bleef de portier op straat liggen

Wie: Clifford en Genaro

Wat: poging tot doodslag, openlijk geweld

Waar: rechtbank Den Haag

Wordt het poging tot doodslag of slechts openlijk geweld voor het tweetal? De rechtbank trekt een halve dag uit om uit te vinden wat er op 21 augustus vorig jaar om vijf uur ’s ochtends in het zijstraatje van het Haagse Plein is gebeurd. Genaro ontkent alles, Clifford geeft toe dat hij bij een van de twee vechtpartijen een tik heeft uitgedeeld. Hij herinnerde het zich pas goed toen hij de beelden terugzag. En hij heeft er ook spijt van. Maar geschopt heeft hij niet.

Genaro ontkent alles – hij was nergens bij en deed aan niks mee. Dat hij er daarna op een drafje vandoor ging, kwam omdat hij nog drie maanden celstraf had openstaan. Hij vreesde de politie.

Juridisch draait het om de vraag of Clifford en Genaro, in een groep van zo’n vijf man, tegen het hoofd en het lichaam van een portier en een beveiliger hebben staan trappen. Bewijs is er van getuigen, de slachtoffers zelf, bewakingsbeelden en forensisch materiaal. Bloed van de portier op de hak van de zool van Genaro en bloedspatten van de beveiliger bovenop de schoen van Clifford. Dat moet erop gekomen zijn toen hij hem een gebroken neus sloeg, erkent hij. Genaro denkt dat hij in het bloed van de portier heeft gestaan toen die bewusteloos op straat lag.

De beveiliger, van een frituur aan het begin van de straat, probeerde de knokpartij bij de discotheek op te breken. De aanleiding is onduidelijk – de portier verklaarde dat hij zonder aanleiding door een forse ‘Antilliaan met rastahaar’ zou zijn geslagen. Genaro, overigens met kort kroeshaar, heeft het langste strafblad – hij zat op Curaçao vijf jaar vast voor poging tot doodslag.

Voor poging tot doodslag is nodig dat hard schoppen tegen het hoofd feitelijk bewezen kan worden. En dat de rechtbank wil aannemen dat dit een ‘aanmerkelijke kans op dodelijk letsel’ inhield. Dan moeten meer details bekend zijn. Welk schoeisel werd gedragen, hoe hard er geschopt is, of een slagwapen is gebruikt. Volgens het OM kan dit afgeleid worden uit het letsel van de portier en het feit dat hij minuten bewusteloos op straat bleef liggen.

Maar daaraan vooraf gaat de vraag of het tweetal überhaupt wel schopte en sloeg. Op de zitting worden de beelden van de politiecamera die de hele straat in de lengte overziet, eindeloos vooruit en achteruit gespoeld, versneld, vertraagd, verkleind en vergroot. Maar het blijft korrelig. Clifford is het best herkenbaar – de klap waarmee hij de neus van de beveiliger brak, is onomstotelijk. Maar wat er achterin de straat is gebeurd, bij de discotheek, blijft giswerk.

We zien een vaag groepje figuren dat opeens fel heen en weer beweegt, waarna iemand ten val komt en blijft liggen. Dat Clifford in die richting liep, is duidelijk, het aandeel van Genaro niet. Zijn advocaat noemt de beelden even vaag als de getuigenverklaringen. Genaro is wel terug te vinden op de beelden, maar, zegt zijn advocaat, „hij loopt er niet bij alsof hij erbij hoort”.

Beiden hebben aanmerkelijke strafbladen; Clifford vooral voor diefstal en heling. Genaro voor (huiselijk) geweld en diefstal met geweld. Volgens zijn advocaat leidt hij een ‘half zwervend’ bestaan – hij woont samen, maar wil weg bij zijn vriendin met wie hij problemen heeft. De officier van justitie eist tegen beiden 36 maanden cel, waarvan 6 voorwaardelijk met twee jaar proeftijd. Ze hebben twee onschuldige horecawerknemers „volledig in elkaar gebeukt”.

De reclassering signaleert een treurig rijtje tekortkomingen bij de verdachten. Gebrekkige impulscontrole, gebrekkig zelfinzicht, lage emotiecontrole, niet in staat problemen te vermijden of daar adequaat op te reageren, lage zelfredzaamheid, drankprobleem, matig IQ. De kans op recidive lijkt hoog.

De rechtbank oordeelt dat er te veel onduidelijk is gebleven over hoe en waar precies de portier is geschopt. Geen poging tot doodslag dus. De verdachten worden veroordeeld wegens het ‘openlijk in vereniging plegen van geweld’. Beiden krijgen 20 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk met drie jaar proeftijd. En een reeks verplichte afspraken met de reclassering.