Inbreker Van Gogh: ‘Ik zat ondergedoken bij Patrick Kluivert’

Documentaire schilderijendiefstal

Een film over de inbreker van het Van Gogh Museum logenstraft het idee dat gestolen kunst niet is te verkopen. Vanaf dinsdag zijn de schilderijen weer te zien in het museum.

Crimineel Mink Kok vertelt aan Okkie Durham voor hoeveel geld hij de gestolen schilderijen kreeg aangeboden. Beelden uit Brandpunt Special (KRO-NCRV)

De man die in 2002 twee schilderijen stal uit het Van Gogh Museum, zegt dat hij enige tijd ondergedoken zat bij ex-voetballer Patrick Kluivert in Barcelona, toen hij op de vlucht was voor de politie. De dief, Okkie Durham, zegt dit in de Brandpunt-special De Van Gogh-roof, die dinsdagavond op tv komt. Dinsdagmiddag worden de schilderijen, die vijftien jaar kwijt waren, weer gepresenteerd in het museum in Amsterdam.

Okkie Durham in de documentaire:

“Een vriend van mijn was Patrick Kluivert. [...] Ik kwam Patrick tegen in Barcelona. Ik zei dat ik door de politie gezocht werd, maar ik zei niet dat het voor die Van Goghs was. En toen zei hij: ‘Waarom zit je de hele tijd in een hotel? Waarom blijf je niet bij mijn thuis?’ Ik zei: ‘Als ze mij bij jou pakken, kom je in alle kranten van de wereld’. Hij zei: ‘Dat kom ik toch al.’

Kluivert ontkent in De Telegraaf. “Dat ik hem onderdak heb geboden is pertinente onzin”. Hij zou juridische stappen overwegen.

Nog meer nieuws uit de documentaire: Volgens Durham had de politie de schilderijen vrijwel meteen kunnen terugkrijgen, als ze snel huiszoeking bij hem hadden gedaan in de Staatsliedenbuurt. Ze stonden nog wekenlang in de gangkast naast de stofzuiger. Ook nog nadat de politie Okkie in beeld had als verdachte, omdat ze zijn DNA-sporen hadden in het petje dat gevonden was bij het museum.

Durham stal twee werken van Van Gogh: Zeezicht bij Scheveningen (1882) en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884/85). Waarom heeft hij het gedaan? Omdat het kon, zegt Octave ‘Okkie’ Durham. Sterker, hij zou het nu weer kunnen. Okkie, die zichzelf „een geboren inbreker” noemt, wil uit het criminele circuit stappen. Zijn dochter begint carrière te maken als zangeres en hij wil haar ondersteunen, als goede vader, niet als crimineel. Dus ging hij in op het verzoek van misdaadjournalist Vincent Verweij om in detail te vertellen over de inbraak. Tot dan toe had hij altijd ontkend.

Kunstdieven komen zelden aan het woord. De documentaire laat zien wat voor vervorming daardoor is opgetreden. Experts vertellen graag – en wij verslaggevers in hun kielzog – dat kunstdiefstal irrationeel is. Kunstdieven zijn dom, want gestolen kunst is niet te verkopen.

Dat is niet waar, zo blijkt meer dan ooit uit deze documentaire. Natuurlijk, niet alle kunstdieven zijn even verstandig. Neem de Italiaanse patriot die verantwoordelijk was voor de eerste grote kunstroof, de Mona Lisa in 1911. Hij stal het meesterwerk om het ‘terug te geven’ aan Italië, terwijl Leonardo da Vinci het werk zelf had meegenomen naar Frankrijk. Of neem de mannen die inbraken bij de Kunsthal, in 2012. Om een Matisse te verkopen, onthielden ze zijn naam als “Matiz”, naar het automodel van het merk Daewoo. Ze lieten een museumconservator de echtheid van de werken bevestigen en, joh, liepen daardoor tegen de lamp.

Octave Durham is misschien ook niet briljant: hij is gepakt en veroordeeld voor de roof, mede omdat hij zijn petje liet liggen. Toch kon hij de werken wel verkopen.

Eerst vond hij Heineken-ontvoerder Cor van Hout als koper. De deal ging niet door omdat Van Hout op de dag van de afspraak werd geliquideerd. Daarna kwam Raffaele Imperiale op het toneel, een Italiaanse drugsbaron die destijds een coffeeshop in Amsterdam uitbaatte. Van het geld kon hij juwelen, vakantietripjes en een Mercedes uit de E-klasse kopen.

Likken aan de verf

De Italiaanse politie haalde de schilderijen in september 2016 achter een wand vandaan, uit een huis bij Napels waar de ouders van Imperiale wonen. De documentaire stelt – en ook dat is nieuws – dat dit geen bijvangst was in een onderzoek naar Imperiale’s financiën. Imperiale zou de politie hebben getipt, om strafvermindering te krijgen. De Nederlandse crimineel Mink Kok bevestigt deze lezing. In juli 2016 zegt hij, op een terras in Libanon, dat de werken hem in 2007 zijn aangeboden en dat ze snel zullen opduiken.

Dat gebeurt. Maar de strafvermindering lijkt er niet in te hebben gezeten. Imperiale werd bij verstek veroordeeld tot twintig jaar cel. Toch was de gedachte niet raar. Criminelen zetten vaker gestolen kunst in bij onderhandelingen met Justitie. Een vervormde stem vertelt aan Verweij wat ook deze krant eerder heeft geschreven: in de jaren negentig kregen drie mannen, die waren gearresteerd op een kotter vol drugs bij Terneuzen, strafvermindering nadat crimineel Kees Houtman op de proppen was gekomen met twee in 1990 uit het Noordbrabants Museum gestolen schilderijen. Ook hier ging het om werken van Van Gogh.

Ergens had hij gelezen: hoe dikker de verf, hoe hoger de prijs.

Rest de vraag waarom Okkie deze twee werken jatte en niet een nog beroemder schilderij als, bijvoorbeeld, De aardappeleters. Okkie noemt het de ‘Aardappeltelers’, en ja, die had hij liever gestolen. Maar dat werk hing verder van het gat in het raam, en het was te groot. Toch was hij ook met het strandgezicht tevreden, omdat de verf lekker dik is opgebracht. Ergens had hij gelezen: hoe dikker de verf, hoe hoger de prijs.

Durham is wel degelijk in de ban geraakt van Van Gogh. Dat is niet op te maken uit zijn branievolle woorden, wel uit zijn daden. Toen hij de schilderijen eenmaal in zijn huisje in de Staatsliedenbuurt had, heeft hij aan de verf op de schilderijen gelikt. Lachend: „Ik had gehoord dat Van Gogh zand door zijn verf mengde. Ik was benieuwd of je dat kon proeven.”