Commentaar

Vertrek van Spekman nog geen begin van oplossing problemen PvdA

Natuurlijk heet het probleem van de bij de verkiezingen weggevaagde Partij van de Arbeid niet Hans Spekman. De partijvoorzitter besloot vrijdag naar aanleiding van de verkiezingsuitslag voortijdig op te stappen. Als er al personele consequenties aan het monsterverlies hadden moeten worden verbonden, was een vertrek van lijsttrekker en partijleider Lodewijk Asscher logischer geweest.

Het was immers Asscher die het afgelopen najaar in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen de strijd aanging met zittend partijleider Diederik Samsom in de overtuiging dat hij de PvdA beter kon representeren. Daarin heeft hij jammerlijk gefaald gezien het verkiezingsresultaat waarbij de PvdA werd gedegradeerd tot de zevende partij van het land.

Lees ook het verslag van de ledenraad van zaterdag: De PvdA huilt. ‘Hoe worden we weer sexy?’

Maar het gebrek aan aantrekkingskracht van de PvdA heeft slechts in beperkte mate te maken met personen. Dat erkende Asscher zelf zaterdag ook op de ledenvergadering van zijn partij. Dat roept overigens wel de vraag op waarom dezelfde Asscher vorig jaar dan vond dat Samsom moest vertrekken. De voor de beeldvorming van de toch al kwetsbare partij vooral negatief uitpakkende gekunstelde lijsttrekkerverkiezing lijkt een belangrijk aandachtspunt voor de onvermijdelijke zelfreflectie.

De PvdA is voornemens „de dialoog” aan te gaan met leden en kiezers over de noodzakelijke veranderingen. Daarnaast zal een aantal experts worden gevraagd de partij „een spiegel” voor te houden. De partij kan zich veel onderzoekstijd besparen door de eigen archieven in te duiken waarin stapels rapporten vol zelfkastijding over hetzelfde onderwerp zijn te vinden.

Het in 2002 na de inmiddels op één na grootste verkiezingsnederlaag geschreven rapport ‘De kaasstolp aan diggelen’ bevat een analyse en aanbevelingen die vrijwel integraal op de huidige situatie toepasbaar zijn. Probleem is dat de voornemens tot verandering direct weer zijn vergeten als er wordt geregeerd. Het is een reflex die trouwens niet uniek is voor de PvdA.

Wel anders vergeleken bij 15 jaar geleden is dat de PvdA niet alleen in de Tweede Kamer is gemarginaliseerd maar ook elders. In het verleden kon de partij een oppositierol in het landsbestuur altijd compenseren door een sterke aanwezigheid in lokale besturen en dominantie in de grote steden. Maar sinds de raadsverkiezingen van 2014 zit de PvdA nog maar in een derde van alle gemeentebesturen.

Vanuit de oppositie wil de partij zich nu voor de zoveelste keer gaan heroriënteren. Een andere keuze is er niet. Maar iets meer blijven vasthouden aan eerdere conclusies helpt al heel wat.