‘Migrantenkind kan op school niet zonder zijn moedertaal’

Integratie

Kinderen van asielzoekers die eerst Nederlands leren, en dan pas de rest? Dat is een recept voor achterstand, zegt de taaldidacticus.

Kinderen leren Nederlands in een azc. Volgens de jongste inzichten is les in de eigen taal ook belangrijk. Foto BAS CZERWINSKI / ANP

Het is belangrijk dat asielzoekerskinderen op school ook in hun eigen taal leren. En niet alleen in het Nederlands, zoals nu veelal gebeurt. Dat staat in de ‘handreiking’ Ruimte voor nieuwe talenten die deze maandag gepresenteerd wordt. Het ministerie van Onderwijs en de PO-raad (de vereniging van basisschoolbesturen) hebben het boekje laten maken voor alle basisscholen in het land om te laten zien hoe je vluchtelingenkinderen het beste kunt opnemen en onderwijzen.

Het advies over de moedertaal is opmerkelijk. De afgelopen twintig jaar was het een taboe om migrantenleerlingen in hun eigen taal les te geven: het zou een snelle integratie niet bevorderen. Maar van die visie komt men nu terug.

Het is wetenschappelijk aangetoond dat het om verschillende redenen veel beter is om de moedertaal wél te betrekken in het onderwijs, zegt Maaike Hajer. Zij is een van de auteurs van de handreiking, als lector taaldidactiek verbonden aan de Hogeschool van Utrecht en gespecialiseerd in taalonderwijs aan nieuwkomers.

Waarom is die moedertaal zo belangrijk in de klas?

„Voor het welbevinden van de leerling. De asielzoekerskinderen hebben veel meegemaakt, ze zijn kwetsbaar. Het geeft hun een veilig gevoel, minder verloren, als ze zich kunnen uiten in hun eigen taal.

„Het gaat ook om identiteit. De moedertaal is verbonden aan het land waar je vandaan komt, het zegt iets over wie je bent, je achtergrond, je cultuur. Het is niet goed om kinderen hun identiteit af te nemen, en te zeggen: je bent nu in Nederland, je praat Nederlands, je wordt Nederlands en vergeet alles wat je aan bagage hebt meegenomen. Daar wordt niemand gelukkig van. Bovendien is het gebruik van de moedertaal in de klas cruciaal bij het leren van de Nederlandse taal en bij het opdoen van inhoudelijke vakkennis.

„Stel je voor dat jij nu in een Franse klas zit en moet leren over de koolstofkringloop. Daar weet je wellicht best wat vanaf, maar Franse vaktermen ken je waarschijnlijk niet. Dan is het fijn als de docent een lijstje heeft met vertalingen. Anders wordt de stof onbegrijpelijk.”

Dat klinkt logisch. Gebeurt dat dan niet?

„De afgelopen twee jaar was er een enorme stroom aan asielzoekers en kwamen er plots allemaal migrantenkinderen op scholen terecht. Schooldirecteuren waren al blij als ze snel een stoel en een registratienummer konden regelen voor de kinderen. Nu de rust wat is weergekeerd, is het belangrijk om te kijken hoe je de leerlingen het beste kunt onderwijzen. En dan staat taal natuurlijk bovenaan.

„In Nederland is jarenlang het idee geweest: als je hier komt, leer je de taal en pas je je aan. Maar zo simpel is dat niet. Kinderen hebben de wereld in hun eigen taal leren ontdekken. Ze denken en leren in deze taal. Het is onmogelijk om de moedertaal uit te schakelen.

„Bovendien doen we kinderen tekort. Een leerling uit Syrië heeft allerlei vaardigheden en vakkennis op school opgedaan, maar daar borduren we in Nederland niet op voort. Nee, we zeggen: jij leert eerst twee jaar de Nederlandse taal en daarna krijg je vakonderwijs in een reguliere klas. Terwijl we weten dat kinderen op zijn minst vijf jaar nodig hebben om de taal dusdanig onder de knie te krijgen dat zij schooltaal voldoende beheersen om zonder speciale taalsteun op een school te kunnen meedraaien. Ondertussen staat het Syrische kind eigenlijk stil in zijn ontwikkeling, het leert niets inhoudelijks over natuurkunde of geschiedenis bijvoorbeeld. Het leert alleen Nederlands.

„We zien dat een grote groep asielkinderen zodoende doorstroomt naar de laagste schoolniveaus, terwijl ze ook best havo of vwo hadden kunnen doen.”

Betekent dit dat leerkrachten lessen in het Arabisch moeten geven?

„Nee. Er zijn allemaal creatieve manieren om de meertaligheid van de leerlingen te gebruiken in de les zonder zelf een taalcursus te hoeven volgen. Gebruik Google Translate, zoek filmpjes op YouTube over bijvoorbeeld koolstofkringloop. Maar zet ook ouders in van vluchtelingenkinderen, die kunnen vaak prima helpen in de klas.

„Voor de Nederlandse klasgenootjes is het ook leerzaam. Ze leren over verschillende talen, verschillende schriften en klanken. Ze zien dat je in het Chinees kunt rekenen. Dat sommige talen veel op elkaar lijken. Het laat zien hoe de wereld in elkaar steekt.”