Cultuur

Interview

Interview

Kaic Sakhi (30) en zijn twee jaar oudere zus Shabnam in het appartement in Mytilini waar ze sinds een paar weken wonen.

Foto Ans Brys

‘Ik raakte in paniek en nam in een uur tijd 360 pillen’

Asielzoekers op Lesbos

Kaic Sakhi en zijn familie kwamen aan op Lesbos op de dag dat de Turkijedeal inging. Doorreizen naar West-Europa kon niet meer, ze moesten asiel aanvragen in Griekenland. In het vluchtelingenkamp werd Sakhi depressief en deed hij een zelfmoordpoging.

Vijf van zijn tantes in Afghanistan hadden een schaap geslacht, het vlees werd verdeeld onder de buren. Een wens was uitgekomen. Dat Kaic Sakhi na een maand zou ontwaken uit zijn coma had niemand verwacht.

Bijna een jaar later zit Kaic Sakhi (30) in kleermakerszit op een bank in het kale appartement waar hij met zijn moeder en twee zussen woont. Het galmt binnen. Met een rolluik is een deel van de woonkamer afgesloten van een ruimte waar twee stapelbedden staan. In het huis woont nog een Afghaans gezin.

Sakhi grijpt naar het rode pakje Marlboro voor hem op tafel. Op het etiket wordt in het Grieks gewaarschuwd voor de gevaren van roken. Hij steekt een sigaret op. Het was niet de bedoeling dat hij hier vandaag nog zou zijn. Zijn twee jaar oudere zus Shabnam zit naast hem en pakt ook een sigaret. „Ik rook bijna nooit”, zegt ze. Ze neemt een hijs en blaast uit in de richting van haar broer. Hij zet een ongemakkelijke glimlach op.

Lees onze analyse van een jaar Turkijedeal: De vijf gevolgen

„Ik schrik ’s nachts nog steeds wakker, ik kan nooit meer vergeten wat er is gebeurd”, zegt Shabnam. Nog altijd heeft ze de angst dat haar broertje zichzelf iets aandoet. „Nu we op vijf hoog wonen ben ik bang dat hij van het gebouw af springt.”

Eerste bestemming in Europa

Het appartement van de broer en zus ligt op nog geen honderd meter van de haven van Mytilini, de hoofdstad van het Griekse eiland Lesbos. Voor vele duizenden vluchtelingen is dit plaatsje sinds 2015 de eerste Europese bestemming. Vanuit Griekenland reizen ze door naar Duitsland, Zweden, Nederland of andere EU-landen.

Zo werkte het, tot een jaar geleden de deal tussen Turkije en de Europese Unie inging. Vluchtelingen die sindsdien in Griekenland aankomen, mogen niet meer verder reizen maar moeten meteen terug naar Turkije of in Griekenland asiel aanvragen. De deal moest ertoe leiden dat migranten de soms dodelijke tocht over de Egeïsche Zee niet meer zouden maken.

Kaic Sakhi en zijn familie kwamen de dag dat de Turkijedeal inging aan op Lesbos. „Nee, van een deal wisten we niks”, zegt hij. „De Afghaanse smokkelaar zei dat hij in Griekenland mensen kende die de juiste papieren voor ons hadden. Daarmee zouden we doorreizen naar Oostenrijk. Hij had contacten bij de Griekse politie en kon dat regelen.”

Met de boot bereikte Sakhi’s familie midden in de nacht Lesbos. De volgende dag kwam UNHCR-personeel, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, langs. „We kregen te horen dat we voortaan niet mochten doorreizen. We moesten óf teruggaan naar Afghanistan óf in Griekenland blijven, maar we zouden hier geen rechten hebben, niet mogen werken en ook geen papieren krijgen”, zegt Kaic. „Ik stond echt perplex.”

Naïef? „Achteraf wel. Maar die smokkelaars die wij tegenkwamen, waren nette, welbespraakte mensen. Die 6.000 dollar [5.600 euro] die we voor de doorreis betaalden, hebben we nooit teruggekregen.”

Mensen leefden in hoopjes op elkaar

Reddingvesten van vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos. Foto Louisa Gouliamaki/AFP

De volgende dag werd de familie overgeplaatst naar Moria, een vluchtelingenkamp op Lesbos dat toen als registratiecentrum diende. „Ik wist niet wat ik zag toen ik daar naar binnenliep. Mensen leefden daar in hoopjes op elkaar”, zegt Kaic. „We gaven onze paspoorten en onze vingerafdrukken werden afgenomen. Daarna mochten we zelf een plekje uitzoeken in de tenten. Uren liepen we rond, maar alles was vol. Uiteindelijk gingen mijn zussen en moeder bij wat Syrische vrouwen in de tent liggen en ik ergens anders bij een groep mannen. Na een paar dagen kregen we een familietent, samen met een ander gezin.”

Wat er in de dagen daarna in de tent is gebeurd, daar wilde Kaic het vandaag eigenlijk niet over hebben. Hij had daarom zijn zus gevraagd om bij het interview te zijn. Maar wanneer het incident ter sprake komt, doet hij toch zelf zijn verhaal. Shabnam slaat haar ogen neer.

„Ik was nog maar negen dagen in Moria, maar ik raakte er al snel heel depressief”, vertelt Kaic. „Het voelde alsof ik tussen twee muren in stond. Je gaat weg uit Afghanistan omdat je een beter leven wilt, en dan bereik je met zoveel moeite en stress Europa, en dan blijkt het er een soort gevangenis te zijn. Je krijgt geen informatie, dus je weet niet hoelang je daar nog zit en of je überhaupt nog wegkomt uit Griekenland.”

Op een nacht raakte hij in paniek. „In een uur tijd heb ik 360 pillen naar binnen gewerkt”, zegt hij. „Paracetamol, maagtabletten, er zat van alles tussen.”

Zijn zus gaat verder: „Het was vier uur in de ochtend, we lagen te slapen. Eerst dacht ik hem te horen snurken, maar hij was kortademig en snakte naar zuurstof. Toen zagen we al die lege pillenstrips naast hem liggen. We probeerden hem omhoog te krijgen, maar hij viel meteen neer.”

Shabnam stopt even met praten. Als ze verdergaat, trilt haar stem. „We begonnen heel hard te gillen.” Al snel kwam de politie naar hun tent. Ze wachtten een uur op de ambulance. „Mijn moeder en ik begonnen onszelf heel hard te slaan.” Haar ogen schieten vol. „We schreeuwden: Wat is er gebeurd, wat is er gebeurd?”

Kaic werd naar het ziekenhuis gebracht. „Pas de volgende dag kregen we toestemming om Moria te verlaten. We werden overgeplaatst naar een ander kamp: Kara Tepe. In de avond werden we naar hem toe gebracht. Hij lag in coma.”

Ze vallen allebei stil.

Als atheïst met de dood bedreigd

Had Kaic in Afghanistan al psychische problemen? „Ik had veel moeite met de mentaliteit van mensen en als atheïst raakte ik vaak in conflict met mijn omgeving. Er zijn ongelovigen die zich daar stil kunnen houden, maar mij lukte dat niet. Ik moest altijd voor mezelf opkomen, op straat en op sociale media. Ik kreeg steeds vaker doodsbedreigingen. Ook van de Talibaan, die meer zichtbaar werden in onze buurt”, zegt hij. „Mijn zus gelooft wel in God, maar ze werkte als journalist. Dan stonden er weer mannen voor de deur die zeiden dat ze moest stoppen met werken. Een arts zei dat ik een angststoornis had. Een ander zei dat ik depressief was …”

In Moria verslechterde zijn mentale gesteldheid rap. „Ik at en sliep slecht. Soms stond ik meer dan een uur in de rij voor eten, dus dan at ik een paar dagen niks. Ik lag alleen maar in de tent te niksen, al mijn hoop en euforie over de toekomst was ineens weg. Ik dacht toen: dit was het leven, het is voorbij”, vertelt Kaic. „Ik wist het zeker.”

„Twee keer per dag gingen we een half uur bij hem langs”, vertelt Shabnam. „Het enige wat we in die tijd deden was huilen en bidden, huilen en bidden. Het is erg om zoiets mee te maken, maar als het in een vreemd land gebeurt, zonder familie die je kan steunen, zonder dat je kunt communiceren met de artsen, dan is dat extra zwaar.”

Kaic: „Ze nemen het mij nog altijd kwalijk.” Shanam: „We zijn heel blij dat het goed is gekomen, maar ik denk niet dat ik ooit nog gelukkig kan zijn.”

Kaic had vanwege zijn zelfmoordpoging een longinfectie opgelopen en een zuurstoftekort. Hij raakte in een coma. Na zesendertig dagen in het ziekenhuis opende Kaic ineens zijn ogen. „Ik weet nog dat de arts mij vroeg waar ik was. Ik zei meteen: ‘Afghanistan.’”

Shabnam: „We renden naar zijn kamer maar hij reageerde niet. We waren bang dat hij verlamd zou zijn.”

Langzaam leerde Kaic weer praten en lopen. Twee maanden later werd hij ontslagen uit het ziekenhuis, terug naar een vluchtelingenkamp, maar niet Moria. Sinds een paar weken wonen ze in dit appartement. Van zijn zelfmoordpoging is alleen een litteken te zien van een gat op zijn keel – zo kreeg hij in het ziekenhuis zuurstof toegediend. In de woonkamer staat een doos met onuitgepakte Engelse taalboeken.

Nooit Zekerheid

Het gezin heeft asiel aangevraagd in Griekenland, maar weet nog niet of ze in Europa mogen blijven. „Ik zou het liefst naar Denemarken willen en daar psychologie studeren”, zegt Kaic. „Als we worden teruggestuurd, is alles voor niets geweest.” Hij vertelt dat het nu wel beter gaat dan eerst. „Het probleem is dat je als vluchteling nooit zekerheid hebt. Morgen kunnen ze ons ineens wegsturen. Ik wil weer een mens zijn en verantwoordelijkheden hebben.”

„Ze zeggen altijd dat je jeugd de beste tijd van je leven is”, gaat Shabnam verder. „Als dat zo is dan kan het alleen maar erger worden. Ik heb het gevoel dat het leven voorbij is”, zegt ze. „Soms zegt hij dat hij zichzelf weer iets zal aandoen. Ik vraag mezelf af of hij tot zoiets in staat was als we nog in Afghanistan waren gebleven.”

Ze kijk haar broer even aan. „Ik denk het niet”, zegt ze.