Iedereen een supergeheugen

Boris Konrad geheugenwetenschapper

Door trainen kan iedereen beter onthouden, zegt onderzoeker Boris Konrad. Er is geen aanleg voor nodig, zegt hij uit ervaring.

Hersenonderzoeker Boris Konrad: „Voor mijn natuurkunde-examens leerde ik alle formules uit mijn hoofd.” Foto David van Dam

In een kwartier 201 nieuwe namen en bijbehorende gezichten onthouden. Het lijkt bovenmenselijk, maar Boris Konrad kan het en haalde er het Guinness Book of Records mee. Hij behoort als geheugenatleet tot de wereldtop en is hersenwetenschapper aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij glimlacht bescheiden als hij het vertelt.

Om zo veel namen en woorden te onthouden, zul je wel talent nodig hebben. Dat kan toch niet iedereen? Jawel, zegt Konrad. „Ik denk dat iedereen met voldoende training kan leren om in 5 minuten de volgorde van een geschud pak kaarten te onthouden.”

Een goed geheugen is niet volledig aangeboren, ontdekte Boris Konrad met een internationale groep collega’s: het is aan te leren. Hun proefpersonen kregen aan het begin van de training ongeveer 10 minuten om een lijst met 72 Nederlandse woorden uit hun hoofd te leren. Dat lukte matig: ze onthielden er gemiddeld 26. Maar degenen die zes weken lang, 30 minuten per dag, trainden met de loci-geheugentechniek, onthielden daarna gemiddeld 62 woorden uit een nieuwe woordenlijst.

Bij de loci-methode, die al gebruikt werd door Griekse en Romeinse redenaars, maak je gebruik van een bekende locatie om dingen te onthouden. De methode werd nog bekender door het populair-wetenschappelijke boek Het geheugenpaleis (2012) van Joshua Foer, waarin de auteur er zijn eigen geheugen mee verbetert.

Konrad: „Zelf gebruik ik bijvoorbeeld mijn kantoor. Daarin heb ik een route bedacht met vaste punten: de deur, de kapstok, de kast, mijn bureau enzovoort. De gezichten of voorwerpen die ik wil onthouden plaats ik dan in gedachten bij die punten. Liefst op een gekke manier zodat het beeld me goed bij blijft.”

Bij de proefpersonen in Konrads studie verbeterde niet alleen het geheugen door de loci-training. Uit MRI-scans bleek dat de verbindingen in hun hersenen ook meer waren gaan lijken op die van ‘geheugenatleten’. De resultaten verschenen eerder deze maand in het wetenschappelijk tijdschrift Neuron. Konrad was zelf één van de 23 atleten die de scanner in gingen.

Heel goed onthouden is dus te trainen. Hebben geheugenkampioenen zoals u dan geen aangeboren talent?

„Deze vraag kan ik niet wetenschappelijk beantwoorden, want dat konden we met ons onderzoek niet testen. Persoonlijk denk ik dat hoe goed je bent, voor een groot deel afhankelijk is van hoeveel je traint. Maar er zijn ook honderden mensen die het als hobby doen, maar nooit het niveau van de wereldtop bereiken. Dus als je wereldkampioen wilt worden, speelt talent waarschijnlijk een rol.”

Ik denk dat iedereen met voldoende training kan leren om in 5 minuten de volgorde van een geschud pak kaarten te onthouden.

Wat ook lijkt te helpen als je geheugenkampioen wilt worden: slim zijn. Alle geheugenatleten in Konrads studie hadden gemiddeld een IQ van 130 of meer – ook hijzelf. De onderzoekers vergeleken hen daarom met een controlegroep met een vergelijkbaar IQ. „De geheugenatleten vertoonden sterkere hersenactiviteit bij de verbindingen tussen visuele hersengebieden en het gebied dat een belangrijke rol speelt bij geheugenvorming.” De verbindingen in de hersenen van de proefpersonen waren na de training meer gaan lijken op die van de geheugenkampioenen. Hoe meer hun brein leek op dat van de kampioenen, hoe beter ze waren in de geheugentaken.

„En vier maanden na de trainingen presteerden de getrainde proefpersonen nog steeds beter bij geheugentaken dan een controlegroep. Geheugentraining verandert dus langdurig de manier waarop de hersenen werken.”

Wanneer begon u zelf met geheugentrainingen?

„Rond mijn eindexamens, toen ik 18 was. Ik zag op tv iemand de techniek demonstreren. Op school was ik geen uitzonderlijk goede leerling. Ik was zeker niet de beste van de klas. Ik was tamelijk lui. Door de geheugentechniek te leren, hoopte ik betere cijfers te halen.”

Is dat gelukt?

„Een beetje. Ik begon pas kort voor de examens. Voor de vakken waar ik echt voor moest blokken, zoals geschiedenis werkte het. En mijn cijfers voor Engels verbeterden enorm. Nu is het echt een hobby. Als ik tijdens mijn lunchpauze tijd heb, doe ik geheugentrainingen.”

Zijn er nog andere geheugentechnieken naast de loci-methode?

„Die worden minder gebruikt. Er zijn mensen met een fotografisch geheugen, die dingen onthouden door er alleen maar kort naar te kijken. Toch komen die meestal niet ver in kampioenschappen. Alle geheugenatleten in ons onderzoek maakten gebruik van loci. Kennelijk is dat verreweg de beste geheugentechniek.”

Kunt u met de loci-methode eigenlijk ook dingen onthouden die geen concrete voorwerpen voorstellen?

„Voor niet-concrete voorwerpen, zoals getallen, maak ik beelden in mijn hoofd. Twaalf is een dinosaurus.”

U studeerde natuurkunde en informatica. Had u hierbij ook iets aan de loci-techniek?

„Jazeker. Ik stelde me de lessen voor als een reeks plaatjes. Hierdoor onthield ik de structuur van een vak beter. Ook bij natuurkunde-examens, waar we bijna altijd lesboeken mochten gebruiken, had het voordelen. Ik kende alle formules uit mijn hoofd. Daardoor hoefde ik ze niet op te schrijven en had ik meer tijd om de opgaven te maken.”

Voor niet-concrete voorwerpen, zoals getallen, maak ik beelden in mijn hoofd. Twaalf is een dinosaurus.

En in het dagelijks leven?

„Ik weiger om boodschappenlijstjes te maken, en al mijn creditcardnummers en wachtwoorden onthoud ik ook. Maar mijn telefoonnummers sla ik wel op in mijn telefoon. Ik zou ze uit mijn hoofd kunnen leren, maar dat vind ik te veel moeite. De tien à vijftien nummers die ik het meest gebruik, zoals die van mijn vriendin en broers, ken ik wel uit mijn hoofd.”

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat de studie in Neuron vorige week donderdag was gepubliceerd.