Recensie

Disco, voodoo en hippieliedjes bij My Baby

Concert

Het derde album van My Baby is wat minder ruig en meer dansbaar. In Paradiso stond hun show meteen als een huis.

Het Amsterdams/Nieuw-Zeelandse poptrio My Baby verwierf in het vijfjarig bestaan een indrukwekkende staat van dienst. Ze speelden veel in het buitenland en kregen grote festivals aan hun voeten met hun zompige voodooblues. Zangeres en multi-instumentaliste Cato van Dijck is een kleurrijk blikvanger met buitenissige hippie-outfits en een stem als een klok.

Op de tour bij hun derde album Prehistoric Rhythm wil My Baby met hypnotiserende grooves een sjamanistisch ritueel teweeg brengen. Het album werd vrijdag in de Melkweg gepresenteerd met een show die meteen stond als een huis, in een piramide van licht met effecten die herinnerden aan vloeistofprojecties uit de jaren zestig. Als in een ter plekke op het podium samengestelde mixtape liet de band psychedelische pop, exotische slangenbezweerdermuziek en stuiterende discoritmes in elkaar vloeien.

In hun dappere streven om als rockgroep het gevoel van een houseparty op te wekken, heeft My Baby iets van het ruige randje moeten inleveren. Minder voodoo, meer prettige dansmuziek. De deels van Wilson Pickett geleende soulsong Make a Hundred en het dromerige hippieliedje Moonshower sprongen er uit bij een optreden dat te gezellig was voor spirituele verheffing. Eerder deed het denken aan een lekker zweterig discofeestje.