Recensie

Bariton Degout is een imposante Odysseus

Opera Monteverdi

Puristen zullen steigeren, maar de benadering van Dirigent René Jacobs resulteerde wel in een kleurrijke, dynamische en enerverende uitvoering van Il ritorno d’Ulisse in patria.

Foto Davy De Pauw

Il ritorno d’Ulisse in patria is een van Monteverdi’s late, ‘moderne’ opera’s, met een afwisselende en levendige behandeling van de tekst en behoorlijk veel actie. Die actie bestrijkt de tweede helft van de Odyssee: Odysseus’ thuiskomst en de moord op de vrijers. De bronteksten van Ulisse zijn echter schimmig. Dirigent René Jacobs koos in de NTR ZaterdagMatinee voor een reconstructie in vijf akten, zoals hij die eerder ook op cd zette.

Jacobs rukte uit met een voltallig barokorkest. Bovendien vulde hij leemtes met muziek van derden. Puristen zullen steigeren, maar die benadering resulteerde wel in een kleurrijke, dynamische en enerverende uitvoering. De Belgische specialisten van B’Rock blonken uit in precisie en zeggingskracht.

Ulisse vraagt om een grote solistencast, die over de hele linie sterk was ingevuld. Bariton Stéphane Degout was imposant in de titelrol. Mezzo Katarina Bradić zat als Penelope veelal aan een schrijftafeltje te wachten, maar zij compenseerde haar beperkte acteerruimte met een schitterend donkerfluwelen timbre. Het ludieke trio vrijers en vooral de kogelronde sidekick Iro (tenor Jörg Schneider) zorgden voor vette slapstick, en Anicio Zorzi Giustiniani zette een druistige zoon Telemaco neer.