Zweten op zolder

Er is veel en ver gefietst deze winter – binnen dan. Dankzij computerprogramma Zwift en het virtuele fietseiland Watopia is dat nog nooit zo leuk geweest.

Suzanne Aikema Katt doet Zwift met haar man Ide Katt.

Rolf Snaterse (35) zat ’s avonds televisie te kijken toen een vriend belde. Of hij niet even samen de vulkaan op wilde fietsen. Het was niet heel moeilijk Snaterse over te halen. Amper een kwartier later stond hij drijfnat van het zweet op zolder na te hijgen.

Het is een bekend verhaal onder gebruikers van Zwift. Het nieuwe fietsspel zorgt ervoor dat binnen fietsen leuker is dan ooit. Wielrenners kunnen hun racefiets in een ‘slim’ trainingsapparaat zetten en via de computer zien hoe ze, net als vele andere gebruikers in de rest van de wereld, over een virtueel eiland fietsen. Als er een bergje in het parcours zit, meldt de computer dat aan het trainingsapparaat, dat zorgt dat je dan harder moet trappen. Zo lijkt het of je omhoog fietst, dat je iemand kunt inhalen en zelfs dat je voordeel van de wind hebt als je achterin een groep rijdt. Je voelt al trappend wat je op het beeldscherm ziet gebeuren.

Vanaf dit jaar zijn er dagelijks meerdere wedstrijden. Het maakt de verslaving voor veel Zwift’ers alleen maar groter. Je doet een computerspel zonder het schuldgevoel tijd te verspillen, want je hebt nuttig gesport. Naast het spelelement is de laagdrempelige manier om op te staan en wat te sporten zonder al te veel moeite te hoeven doen misschien de belangrijkste reden voor de populariteit van Zwift.

Leon Geuyen (45) verliest enkele keren per week bakken zweet op zijn zolder in Utrecht. Hij was er twee jaar geleden als een van de eersten bij om de bètaversie (software die bijna af is) van Zwift uit te proberen. „Ik ben medeoprichter van wielerblog Het Is Koers. We hadden van het bedrijf Wahoo een Kickr (fietstrainer) te leen gekregen. Zo konden we ook Zwift uitproberen”, vertelt Geuyen. „Ik heb me die eerste keer helemaal kapot gefietst. Het was erg leuk. Ik had al een trainer thuis, maar dat was er een waar je alleen je fiets in kunt zetten en kunt rondtrappen. Dat is geestdodend in het kwadraat. Dus ik heb de goedkoopste slimme trainer gekocht en ben met Zwift begonnen. Nu race ik drie keer in de week.”

Geuyen en Snaterse hebben jonge kinderen en roemen het gemak van Zwift. Snaterse: „Als ik nu buiten ga fietsen moet ik allemaal laagjes aan, ik moet mijn overschoenen aan doen, na afloop mijn fiets poetsen. Dan ben je al snel een paar uur bezig. Er is niks leuker dan buiten fietsen, maar Zwift is zoveel makkelijker. Ik fiets bijna altijd ’s avonds op het apparaat, als de kinderen slapen. Met omkleden en douchen erbij kost het me anderhalf uur. Buiten kan ik lang niet zo diep gaan als op Zwift. Het is efficiënt en effectief.”

Geuyen is wel van plan om snel meer buiten te gaan fietsen nu het weer beter wordt en de dagen langer. „Maar soms is vrijdag de enige dag in de week dat ik tijd heb en als het dan regent, ga ik toch maar weer op Zwift.”

Al moet het voorjaar nog komen, de Zwift-gebruikers zijn ervan overtuigd dat het binnen trainen hun veel voordeel gaat brengen op de weg. Snaterse heeft al het gevoel dat bergjes buiten nu makkelijker gaan. Geuyen traint voor een zware bergtocht in de Dolomieten in juli en doet een deel van zijn trainingsschema op Zwift. Suzanne Aikema Katt (34) uit Hoogland denkt dat ze door Zwift in het voorjaar met plezier in de Ardennen kan fietsen met een vriendengroep. Ze gebruikt de training sinds november, samen met haar man fietst ze op zolder. Ieder achter een eigen scherm. „Voorheen sportte ik niet zoveel in de winter. Nu fiets ik drie keer per week: twee avonden en overdag in het weekend. Vroeger kwam ik in het voorjaar niet vooruit. Ik denk dat ik nu sneller fit ben.

„Zwift is natuurlijk anders dan het echte werk, maar de spierpijn die je ervan krijgt is niet virtueel. Afgelopen zondag reed ik een wedstrijd en toen ik dinsdag weer wilde racen, voelde ik mijn benen nog echt wel.”

Bewegingswetenschapper Leon Burger waarschuwt voor overbelasting bij Zwift-gebruikers. De oud-wedstrijdrenner gebruikt Zwift ook en kent de verlokkingen van het racen. Maar om vooruitgang te boeken, kunnen wielrenners het beter af en toe rustig aan doen, zegt hij. „Als wielertoerist word je in de winter echt niet beter. Je kunt met zo’n fietstrainer in huis wel goed je conditie op peil houden. Dan kun je in het voorjaar, in april en mei progressie maken op de weg. Veel wielrenners trainen voor een lange tocht in de zomer. Dan moet je duurtrainingen doen waarbij je energie uit de vetverbranding komt. Door die korte wedstrijdjes op Zwift komt je energie uit het verbranden van koolhydraten. Dan train je eigenlijk verkeerd en ligt ook het gevaar van overbelasting op de loer: als je weer gaat fietsen als je eigenlijk nog niet helemaal hersteld bent van de vorige inspanning.”

Als sportfilosoof en fanatiek fietser ziet Ivo van Hilvoorde ook nadelen in Zwift. „Kijk eens naar kinderen. Die moeten meer bewegen. Maar ze op een loopband zetten is echt iets anders dan samen sporten. Sporten is ook gebaseerd op frustratie, dat iets niet lukt of dat iemand beter is. Fysiologisch is Zwift bijna hetzelfde als echt fietsen, maar je hebt nooit de primaire ervaring die je in een peloton hebt. Je mist de geuren, de spanning en de interactie. Ook vermijd je op Zwift de negatieve ervaringen van het echte sporten, het is niet gevaarlijk en niemand kijkt je afkeurend aan als je een kopbeurt overslaat. Toch zie ik daar charme in, die ik niet zou willen inwisselen.” Hij vreest zelf ook de verslaving die Zwift kan opleveren, „dan kom ik helemaal mijn huis niet meer uit.”

Zwift kan door de snelle populariteit nog niet voldoen aan veel eisen van gebruikers, denkt Leon Geuyen. „Sinds dit jaar kun je wel zien welke wedstrijden er dagelijks zijn. Maar niet de uitslagen, gebruikers hebben daarvoor de site Zwiftpower gemaakt met alle gegevens per wedstrijd.” Wat volgens hem ook verbetering behoeft: het trage opstarten, het gemak waarmee je kunt frauderen met gegevens, de onmogelijkheid om te pauzeren.

En dan het geluid. Zeker de goedkopere modellen doen aan een centrifugerende wasmachine denken. „Als mijn man boven aan het fietsen is, lijkt het beneden wel alsof er een vliegtuig opstijgt”, zegt Suzanne Aikema. Leon Geuyen heeft rubberen tuintegels onder zijn trainer gelegd toen de buren vorig jaar kwamen vragen wat er toch bij hen aan de hand was. Nu staan alleen de kinderen soms op zolder om te kijken wat hun vader in hun voormalige speelkamer uitspookt. „Het is nogal lastig als ze iets komen vragen, omdat ik vaak zo buiten adem ben dat ik niks kan terugzeggen. En ze willen altijd weten of ik voorop fiets, dus zeg ik maar ja.”