Ze krabde mos van een vrouwengraf

Nicoline Meiners (1942-2017) dreef een feministisch antiquariaat. Met ernstige bedoelingen, maar niet zonder humor.

Antiquair Nicoline Meiners. De Vrouwenbeweging had een grote aantrekkingskracht op haar. Foto rechts: Robertine Romeny

Aanvankelijk verkocht ze geen etiquetteboekjes waarin vrouwen wordt uitgelegd hoe ze zich keurig kunnen gedragen. Maar later nam Nicoline Meiners ook die op in de collectie van haar antiquariaat Lorelei (waternimf).

Het was haar levenswerk: de vergeten bijdrage van vrouwen aan de geschiedenis zichtbaar maken. Dat was nodig omdat die „stelselmatig is weggewerkt”, zei ze in 1988 in een interview. Bijvoorbeeld door de Duitse filosoof Hegel, die vrouwen met planten vergeleek.

Meiners nam het zichtbaar maken ook letterlijk. Met toenmalig geliefde Mineke Bosch (historicus en biograaf van Aletta Jacobs) krabde ze het mos van de grafsteen van Catharina van Tussenbroek – de tweede vrouwelijke arts in Nederland.

Nicoline Meiners werd geboren in Amsterdam, midden in de oorlog, op 27 augustus 1942. Haar vader was dominee, maar het huwelijk eindigde in een scheiding. Haar moeder ontvluchtte de schande door zich met haar kinderen een jaar in Domburg te vestigen. Ze hertrouwde en verhuisde naar Zwolle. Nicoline had al een oudere broer, en kreeg een jonger halfzusje. Als kind, zegt haar broer Hans, was ze ondernemend en assertief.

Tijdens haar studie verloofde ze zich met een medestudent, die overleed. Lesbische relaties kreeg ze pas toen ze al werkte, aanvankelijk als archivaris in het Rijksarchief in Utrecht. De opkomende Vrouwenbeweging had grote aantrekkingskracht op haar. „Het was een euforische tijd, zegt vriendin (en ex-geliefde) Robertine Romeny. „De hele geest van de jaren zestig en zeventig was er één van: wij gaan de wereld verbeteren.”

Meiners spijbelde van werk voor de bezetting van de Bloemenhove-abortuskliniek toen die door minister Van Agt dreigde te worden gesloten. „Een toch wat bureaucratische instelling als het Rijksarchief paste steeds minder bij haar”, zegt Romeny. Nicolines broer Hans: „Ze kon maar moeilijk onder iemand werken.”

Op een feest van het feministische maandblad Serpentine probeerde Nicoline voor het eerst antiquarische boeken te verkopen uit een partij die ze voor zichzelf had gekocht. Dat liep zo goed dat ze vanuit huis antiquariaat Lorelei begon. Toen de collectie te groot werd, vestigde ze haar winkel aan de Prinsengracht. Ze specialiseerde zich in proefschriften van vrouwen, maar tot de collectie behoorden ook antifeministische werken. Haar bibliografische kaartenbak telde uiteindelijk wel vijftienduizend kaartjes.

Alleen porno kwam er niet in, vertelde Meiners in 1988 aan NRC-redacteur Sjoerd de Jong. „Omdat je toch het risico loopt dat mensen het kopen om zich eraan te verlustigen.” Ze had geen moeite met seks, zegt Mineke Bosch, wel met de manier waarop vrouwen in pornografie als willoos werden neergezet.

Wie Lorelei betreedt, moet tegen een stootje kunnen, schreef Robertine Romeny in 1991 in het lesbisch-cultureel tijdschrift Lust & Gratie . „Ze tutoyeert iedere klant en benadert die familiair. Wie een boek in handen nam, kreeg commentaar.” Zoals een klant beschreef die romans van Edna O’ Brien wilde kopen: „Ze wierp me een vorsende, wat verwijtende blik toe. ‘Wat moet jij met al die O’ Briens? Zit daar niet altijd een boel seks in?’”

Mannen voelden „enige schroom” om naar binnen te gaan, zei Ischa Meijer in een interview tegen haar. „Je staat als een cerbera achter de toonbank.” Hij kwam er zelf graag. „Als je door die schroom heen breekt is het er wel gezellig.”

Onze bedoelingen waren „ ernstig” zegt Mineke Bosch, „maar het was ook een vrolijke boel in de winkel.” En Nicoline was weliswaar een „goedmoedige, wat directieve mopperkont” maar „had ook veel humor”. Zwart droeg ze uit overtuiging niet, altijd kleur.

Op intellectueel vlak was Nicoline zeker en overtuigd. In haar werk scherp en zakelijk (Romeny: „Sommige mensen vonden haar op de penning, maar ze kon zeer vrijgevig zijn.”). Praktisch was ze eerder onbeholpen. Uit de losse pols koken, zonder een recept te volgen, was uitgesloten, zegt Romeny.

Minder dan een jaar geleden kreeg Nicoline Meiners te horen dat zij kanker had. Na de diagnose is ze aan de slag gegaan met het ordenen van haar persoonlijke archief: foto’s, brieven, kaarten en andere geschriften. Mensen die afscheid kwamen nemen, kregen een enveloppe of doos mee, met de spullen die voor hen bestemd waren.

    • Merel Thie