Hoe de PvdA werd vermorzeld tussen populisme en kosmopolitisme

Partij van de Arbeid

De kiezers sterven uit, de migrantenachterban is verhuisd naar Denk en een volkspartij is de PvdA allang niet meer. De gelijkenis met V&D dringt zich op: ook een organisatie zonder duidelijk profiel, die iedereen wilde bedienen. En failliet ging.

Verkiezingsposters van de PvdA in de regen in Veendam, op 9 maart. Foto: Kees van de Veen

Haalt de PvdA 2025? Zo heette een boekje dat onlangs verscheen. In de PvdA-top haalden ze er hun schouders over op. Wéér zo’n verzameling sombermansverhalen vanaf de zijlijn. Zelfs de samensteller van het boekje, partijcoryfee Bram Peper, relativeerde de titel. Die was vooral bedoeld als „prikkelende stelling” om het debat te stimuleren.

Dat was vóór 15 maart. Sinds afgelopen woensdag is het een reële politieke vraag: is het einde van de sociaal-democratie in Nederland in zicht?

De PvdA heeft de moeder aller nederlagen geleden: van 38 naar 9 zetels. In één klap van tweede naar zevende partij van Nederland. Een hele generatie PvdA-politici werkloos. Minder stemmen in Rotterdam en Den Haag dan afsplitsing Denk. En dat nadat de partij de afgelopen jaren ook al lokaal, provinciaal en in Europa gemarginaliseerd werd.

Lees ook: De PvdA is de voeling met de tijdgeest kwijt

De PvdA, zou je kunnen zeggen, is verworden tot een soort Oostenrijk van de Tweede Kamer: een klein landje met een groots verleden – en heel veel voormalige prominenten die treuren over dat wat niet meer is.

Een trouwe kern van vergrijzende kiezers

Hoe heeft het kunnen gebeuren? Natuurlijk, er waren events. De zwalkende campagne van Lodewijk Asscher, die niet kon kiezen tussen straatvechten en bestuurlijke rust uitstralen. De ongelukkige lijsttrekkersverkiezing tussen Asscher en Diederik Samsom, door velen ervaren als broedermoord. De mannen van Denk die vertrokken, met medeneming van een groot deel van de migrantenachterban.

Ook zat het politieke en maatschappelijke tij tegen, met Trump, Brexit, IS en de vluchtelingencrisis. En de PvdA regeerde vierenhalf jaar lang met de rechtse VVD – een keuze die de kiezers vanaf het begin niet begrepen hebben.

Maar wie verder kijkt, ziet een veel structureler probleem: de PvdA-kiezer sterft uit. De mensen die op 15 maart nog op de partij stemden, vormen een trouwe kern van vergrijsde kiezers. Volgens een enquête van Ipsos was 44 procent van de PvdA-stemmers 65 jaar of ouder en slechts 13 procent onder de 35 jaar. Bij campagnebijeenkomsten zag je vooral senioren – het contrast met de meetups van GroenLinks-lijsttrekker Jesse Klaver was adembenemend.

Een andere conclusie moet zijn dat de PvdA geen brede volkspartij meer is. Het aloude streven om de hoogopgeleide elite en het gewone volk te verbinden, staat al een jaar of twintig onder druk – maar deze keer hadden de kiezers er definitief geen boodschap meer aan.

Oud-leider Wouter Bos heeft altijd gewaarschuwd: als de samenleving splijt, splijt de PvdA. En dat is precies wat er nu is gebeurd. De verschillende maatschappelijke groepen, die steeds minder met elkaar praten, hebben allemaal gekozen voor hun ‘eigen’ partij. De hogeropgeleide, stedelijke kiezers vertrokken naar D66 en GroenLinks, de lageropgeleiden in de regio gingen naar de SP en de PVV – of bleven thuis. Voor nóg specifiekere deelbelangen waren er Denk, 50Plus en de Partij voor de Dieren.

Lang heeft de PvdA deze trend nog weten tegen te houden, door capabel leiderschap en sterke campagnes. Maar deze keer hadden de kiezers definitief maling aan de partij die pretendeert er voor iedereen te zijn. De PvdA is vermorzeld tussen het progressieve kosmopolitisme en het populisme van links én rechts.

Kan de PvdA deze klap nog te boven komen? Tenzij er iets onverwachts gebeurt, kiest Asscher met zijn negen zetels voor een plek in de oppositie. Daar kan hij, net als Sybrand Buma (CDA) in de afgelopen vijf jaar, tot bezinning komen en een nieuwe koers uitzetten.

In die nieuwe koers, zeggen PvdA’ers en sympathisanten, moet de nadruk komen te liggen op sociaal-economische thema’s als werk en inkomensongelijkheid. „Door de samenwerking met de VVD is de klassieke links-rechts tegenstelling veronachtzaamd”, zegt europarlementariër Paul Tang. „Als dat gebeurt, gaan mensen over culturele thema’s praten: over boerka’s in plaats van bonussen, over Zwarte Piet in plaats van zzp’ers. Zo’n strijd kan de PvdA nooit winnen.”

Politiek socioloog Merijn Oudenampsen sluit zich daarbij aan. Alleen op de sociaal-economische ‘conflictas’ valt er nog iets te halen voor de PvdA. „Kijk naar Bernie Sanders in Amerika. Die kon een deel van de conservatieve Trump-kiezers bedienen, ook al stond hij pal voor homo’s en andere minderheden.”

In Duitsland lukt het Schulz wel

Tang wijst naar Duitsland als hoopvol voorbeeld. Daar is de nieuwe SPD-leider Martin Schulz met een duidelijke linkse lijn in korte tijd een serieuze uitdager geworden voor bondskanselier Merkel. Tang: „Daar dalen de populisten in de peilingen.”

Een andere optie: nu écht linkse samenwerking. Kunnen de fracties van PvdA en GroenLinks niet tijdelijk samengaan, vraagt een wanhopige PvdA’er zich af – onder leiding van Jesse Klaver? De vraag is of Klaver hier op zit te wachten: zijn ambitie is om GroenLinks uit te bouwen tot de belangrijkste partij op links.

Vast staat dat Lodewijk Asscher aan een lange, moeizame tocht door de woestijn gaat beginnen – en succes is niet gegarandeerd.

Twee jaar geleden vergeleek PvdA-ideoloog Arie van der Zwan zijn partij in deze krant met warenhuisketen V&D. Allebei catch all-organisaties zonder duidelijk profiel, die de hele samenleving willen bedienen. Voor zowel V&D als PvdA zag Van der Zwan „geen oplossing”. Wat V&D betreft heeft hij inmiddels gelijk gekregen: het warenhuis ging in 2015 op de fles.

Als Asscher geen nieuw levensdoel kan vinden voor de PvdA, zou het zomaar kunnen dat zijn partij eenzelfde lot te wachten staat.

    • Thijs Niemantsverdriet