Stille, groene revolutie op gelovig eiland

Energie

Goeree-Overflakkee wil energie-onafhankelijk worden en omarmt grootse plannen om dat te bereiken. Maar nu het eiland straks wordt ingesloten door windmolens, schrikken sommige inwoners van hun keuzes.

Foto Marco van Middelkoop / Hollandse Hoogte

Ze willen niet wachten op de rest van Nederland. Het eiland Goeree-Overflakkee regelt zijn eigen energietransitie. Niet in 2050 – het streven van Den Haag – maar al in 2020 wil Goeree-Overflakkee energieneutraal zijn. Dan wekken de 48.000 bewoners van het Zuid-Hollandse eiland minstens evenveel energie duurzaam op als ze verbruiken.

En zelfs meer, want het eiland ziet ook een toekomst voor zichzelf als leverancier van duurzame energie en grondstoffen: waterstof voor het wegtransport, groene stroom voor de Rotterdamse haven, biogas voor verwarming, ammoniak voor de productie van kunstmest.

Er moet er nog veel gebeuren, nu wordt slechts 40 procent van het verbruik zelf duurzaam opgewekt. Op het gemeentehuis in Middelharnis – het hele eiland tussen het Haringvliet en de Grevelingen vormt sinds 2013 één gemeente – somt wethouder Arend Jan van der Vlugt (CDA) bevlogen op wat er allemaal nog op stapel staat: windparken, zonneparken, een getijdencentrale in de Brouwersdam en besparing, heel veel besparing van energie door isolatie en ledverlichting.

Van valse bescheidenheid heeft Goeree-Overflakkee geen last. In 2015 reisde Van de Vlugt met een delegatie naar de klimaatconferentie in Parijs om de ambitieuze plannen te delen met de wereld. Het eiland waar de SGP de grootste politieke partij is en het begrip ‘rentmeesterschap’ gekoesterd wordt, heeft een rotsvast vertrouwen dat het zal lukken: de bewoners zien zichzelf als nuchter, hardwerkend én zakelijk.

En gemotiveerd: in ieder gesprek met de betrokkenen op het eiland komt de Watersnoodramp van 1953 voorbij. De ramp zette nagenoeg het hele eiland onder water en kostte aan 488 bewoners het leven. Ze kennen de gevaren van het klimaat en hun eiland opnieuw inrichten hebben ze al eens eerder gedaan.

Schrikken van de gevolgen

Maar hoe gemotiveerd ze ook zijn, soms is het even slikken. Zelfs als je heilig gelooft in duurzaamheid, kan de energietransitie flink pijn doen. In zijn duurzame kozijnenfabriek begint Kees Lambert meteen over de windmolens die rond zijn dorp, Oude-Tonge, gepland zijn. Ruim vijftig „Euromasten” rond een dorp van nog geen vijfduizend inwoners.

Het Krammerwindpark, waar 34 turbines komen te staan, ligt weliswaar nog net in Zeeland, op de Philipsdam, maar wel vol in het zicht van de Oude-Tongenaren die de zon voortaan zullen zien ondergaan in een bos van 186 meter hoge windmolens. Nog dichterbij, aan de zuidkant van Goeree-Overflakkee zelf, verrijzen ook grote jongens van 150 meter op de plaats waar eerst kleinere windmolens stonden.

Wat komt waar? Klik op de locaties voor meer info en video:

„Wij hebben zitten slapen”, verwijt Lambert zichzelf gefrustreerd en boos. „Pas toen we op een foto zagen wat ons te wachten stond, zijn we wakker geworden.” Hij verwijt de gemeente dat er onvoldoende is uitgelegd wat er staat te gebeuren. Als ze dat hadden geweten, hadden ze eerder gereageerd en dan was er misschien nog een kans geweest om een deel van de windmolens op een andere plek te krijgen.

Maar nu is het te laat. „Wij achten een haalbaar alternatief op zeer korte termijn onwaarschijnlijk”, reageert wethouder Frans Tollenaar (SGP) op vragen van de krant. Afgesproken is afgesproken, de rug recht houden is een traditie. Ook als het schuurt.

Ondanks zijn verzet tegen de windmolens is Lambert een van de voorbeeld-ondernemers als het gaat om verduurzaming. Het dak van het familiebedrijf waarvan hij directeur is, ligt vol met zonnepanelen, voldoende om op zonnige dagen in de zomer de hele fabriek van stroom te voorzien. De verwarming komt van een ketel die brandt op ‘mot’, het zaagsel uit de fabriek.

Het is geen zweverig idealisme. „Duurzaam is mooi, vertelt Lambert terwijl hij tussen de gecertificeerde hardhouten kozijnen loopt, maar „we moeten natuurlijk wel geld verdienen”. Het label ‘duurzaamheid’ geeft zijn product extra waarde in de concurrentieslag met kozijnen van kunststof. Maar als hij erop had moeten toeleggen, had hij het niet gedaan, zegt hij eerlijk.

Enthousiaste ondernemers

Goeree-Overflakkee als duurzame merknaam, daar kun je geld mee verdienen. Dat duurzaam „meer is dan een kostenpost”, heeft architect Krijn Ratsma bedacht, voorzitter van de stichting Energieke Regio. Hij helpt ondernemers zoals Lambert om energie te besparen en CO2-neutraal te worden. Want hoe doe je dat en hoe hou je er geld aan over?

Ook dat gaat niet vanzelf, heeft Ratsma ondervonden met de bouw van Casa Ratsma, zijn energieneutrale kantoor in Dirksland. De architect had alles tot achter de komma uitgerekend, maar toen het ambitieuze gebouw er eenmaal stond bleken er toch nog „gaten” te zitten: er moest energie van buiten bij.

Ratsma stortte zich in de boeken en wist de gaten alsnog te dichten – door bijvoorbeeld de ventilatie eerder uit te schakelen – en zijn gebouw helemaal energie-neutraal te krijgen. Energiekosten heeft hij sindsdien niet meer.

De delegatie van het ministerie Infrastructuur & Milieu die hem kort daarop bezocht was onder de indruk, niet zozeer van zijn succesverhaal, als wel van de problemen waar hij tegenaan was gelopen, en hoe hij die had opgelost.

Sindsdien steunt het ministerie Ratsma’s Energieke Regio, een netwerk van lokale, onafhankelijke, adviseurs die ondernemers op weg helpen om energie te besparen, zelf duurzaam op te wekken en financiering te vinden. Op het eiland zijn inmiddels al 50 besparingsprojecten in gang gezet, opvallend vaak bij familiebedrijven die niet terugdeinzen voor langetermijninvesteringen.

Gemiddeld hebben de ondernemers op het eiland ongeveer anderhalve ton uitgegeven aan energiebesparing en -opwekking, een bedrag dat ze in ongeveer zeven jaar terugverdienen. Opnieuw: geld toeleggen op duurzaamheid is niemand hier van plan. Wat de energiebesparing precies bijdraagt aan de verduurzaming? Ratsma: „Wij rekenen in euro’s en niet zozeer in CO2.”

Waar duurzame energie op termijn een exportartikel moet worden van het eiland, is de formule van Ratsma dat nu al. De Energieke Regio is inmiddels door heel Nederland te vinden en het netwerk wordt met de dag groter.

Ook de vrachtwagens die straks waterstof komen tanken op de boerderij van Tonnie van Peperstraten, zullen door het hele land rijden. Het landbouwbedrijf van Van Peperstraten ligt vlakbij een strategisch kruispunt buiten Oude-Tonge. Vanaf hier rijd je zo naar Brabant, Zeeland en de andere kant van het eiland zelf.

Hoe gek het ook mag klinken: Van Peperstraten maakt zijn landbouwbedrijf van 300 hectare duurzaam door er – naast tal van andere maatregelen – een pompstation aan te leggen: Greenpoint Zuid-Holland-Zeeland. De werkzaamheden zijn net begonnen en deze zomer al staat er een batterij pompen naast elkaar: fossiele brandstoffen als benzine, diesel en gasproducten, maar ook elektrische laadpalen en waterstof.

In de overgang naar duurzame brandstoffen kan iedereen hier terecht, is de gedachte. Van Peperstraten voert het project, een investering van 8 miljoen euro, uit samen met de uitbater van BP-stations in Brabant, Van Kessel Olie uit Milheze. Ze pakken het groots aan: eind 2017 staan er vijf van dit soort pompstations verspreid over Nederland.

Op het weidse land tussen Ouddorp en Ooltgensplaat ruiken ze de kansen die de klimaatafspraken van Parijs bieden. Ze kennen de weg naar de subsidies die rijk en provincie beschikbaar stellen om de doelen te halen. Ze beseffen dat ze zich als ‘duurzaam’ eiland onderscheiden van de andere Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden, dat ze de leegloop kunnen stoppen en groen toerisme aantrekken.

Dat het ook schuurt, merken niet alleen de inwoners van Oude-Tonge, die kolossale windmolens in hun uitzicht krijgen, maar ook de bestuurders in het gemeentehuis in Middelharnis.

Bijvoorbeeld als Den Haag het even laat afweten. De getijdencentrale die gepland staat in de Brouwersdam is voorlopig op de lange baan geschoven. Den Haag heeft andere prioriteiten. De centrale zou een vitale schakel worden in de elektriciteitsvoorziening.

Wethouder Van der Vlugt gaat er vanuit dat er na de formatie groen licht komt. Zo niet, dan nog raakt het eiland, volgens hem, nog niet achter op zijn eigen ambities. De aanleg van zonneparken en andere projecten gaat sneller dan verwacht, reageert hij, overtuigd van zijn zaak.

Productie-eiland voor de haven

Stedin, het regionale netwerkbedrijf, ziet in het eigenzinnige eiland een „serieuze proeftuin” en heeft daarom al meer dan 100 miljoen euro geïnvesteerd in de infrastructuur. Er is een nieuwe hoogspanningsverbinding aangelegd dwars door het Haringvliet richting Rotterdamse haven. Er zijn ook nieuwe transformatorstations gebouwd. Allemaal om de elektriciteit beter te kunnen verdelen. De duurzaam opgewekte stroom, door windmolens en zonnepanelen, is bij uitstek volatiel: als het hard waait en de zon volop schijnt is het aanbod groot, op een grijze, windstille miezerdag, zullen de meters nauwelijks uitslaan. Het vereist nieuwe modellen en diensten die Stedin graag op het eiland uitprobeert.

Maar ook Stedin zou er niet in zijn gedoken als het niets zou opbrengen, ook al is dat pas over tien jaar. Marko Kruithof, verantwoordelijk voor innovatie bij Stedin, ziet Goeree-Overflakkee als het toekomstige productie-eiland van de Rotterdamse haven. In gedachten ziet hij chemische fabrieken in de haven voor zich die harder draaien als het duurzame eiland meer stroom produceert, en een tandje lager gaan als het weer op het eiland tegenzit: Goeree-Overflakkee dus als het energiemodel van de toekomst.