Recensie

Snel formeren is on-Nederlands

Welke recente boeken werpen licht op actualiteit? NRC selecteert er elk weekend een. Vandaag: waarom Duitsers sneller kabinetten smeden.

Het wordt een lange kabinetsformatie. Zeggen de deskundigen, wie dat dan ook mogen zijn. Maar wat is lang? De naoorlogse Nederlandse kabinetsformaties – met de aanstelling van VVD-politica Edith Schippers als verkenner is nu de 22ste begonnen – duren gemiddeld 89 dagen. Gerekend vanaf de verkiezingen was het eerste kabinet Drees in 1948 het snelst gevormd: 31 dagen. Het langst duurde de totstandkoming van het kabinet Van Agt-Wiegel in 1977. Daar waren 208 dagen oftewel zeven maanden mee gemoeid.

Of het niet wat sneller kon, werd Wim Kok in 1998 in zijn hoedanigheid als kabinetsinformateur gevraagd. Hij was naar de Tweede Kamer geroepen om tussentijds verslag uit te brengen van zijn werkzaamheden. Het eerste paarse kabinet bestaande uit PvdA, VVD en D66 had vier jaar lang goed samengewerkt. Na de verkiezingen waren de drie partijen vastbesloten hun samenwerking voort te zetten. De kiezer had dit ook mogelijk gemaakt. Waarom was Kok dan al zeven weken bezig? Kon er niet wat tempo worden gemaakt? „Zo werkt het niet in dit land”, zei Kok alsof het een natuurgegeven betrof.

De formatie van zijn tweede paarse kabinet zou uiteindelijk bijna 13 weken duren en leidde met 90 pagina’s tot het dikste regeerakkoord uit de Nederlandse geschiedenis. Zelfs de gewenste kippenstand in het jaar 2002 was in het akkoord opgenomen, werd later opgemerkt.

De gang van zaken toen staat te lezen in het proefschrift Coalitievorming waarop politicoloog Peter Bootsma vorige week aan de Universiteit Maastricht is gepromoveerd. In zijn studie vergelijkt hij de manier waarop in Duitsland en Nederland coalities worden gevormd.

Waarom duurt de formatie in Nederland gemiddeld meer dan twee keer langer dan in Duitsland, was zijn onderzoeksvraag. Het antwoord ligt voor de hand: het Duitse partijlandschap is met twee dominante partijen, de christen-democatische CDU en de sociaal-democratische SPD aanzienlijk overzichtelijker. Toch is dit maar één van de verklaringen.

Bootsma heeft voor zijn studie de naoorlogse coalitievorming in zowel Duitland als Nederland minutieus ontleed. Het heeft een proefschrift van meer dan 500 pagina’s opgeleverd waarvan terecht een handelseditie is verschenen.

Hoewel Duitsland een buurland van Nederland is, ligt een vergelijking niet direct voor de hand. De verschillen tussen beide landen zijn immers evident. Behalve minder partijen kennen de Duitsers bijvoorbeeld een ander kiessysteem en is het land met zijn machtige deelstaten bestuurlijk anders opgebouwd. Tot een andere conclusie dan dat het formeren verschillend verloopt komt Bootsma eigenlijk niet. Maar dat maakt zijn boek niet minder waardevol. Hij heeft de naoorlogse coalitie-onderhandelingen in beide landen langs een matrix van vier P’s gelegd: partijen, programma, personen en portefeuilleverdeling. Via dat vaste patroon kan Bootsma laten zien dat het verschil in duur van de formatie vooral ook te maken heeft met politieke cultuur.

Bootsma die in 1999 samen met Willem Breedveld het hilarische boek De verbeelding aan de machtover het kabinet Den Uyl schreef, is liefhebber van de petite histoire. Daar staat zijn proefschrift met behulp van vele intermezzo’s vol van. Die laten zien waarom kabinetsformaties in de Nederlandse verhoudingen altijd weer zo veel tijd nemen, ook als de verkiezingsuitslag in een duidelijke richting wijst.

Recht op het doel afgaan is onverstandig. Dat hebben VVD-leider Rutte en zijn collega Diederik Samsom in 2012 ondervonden. Beide rivalen die in de verkiezingsstrijd fel tegen elkaar te keer waren gegaan, zaten de dag na de verkiezingen bij elkaar op schoot. Een groot deel van hun kiezers heeft dat niet begrepen, zoals woensdag bij de verkiezingsuitslag is gebleken. Zij vergaten de belangrijkste formatiewet, die zegt dat eerst alle onmogelijkheden goed in kaart moeten worden gebracht. Formeren is faseren en elimineren heet het in Den Haag. Zoals in de jaren zestig beoogd premier Jelle Zijlstra (ARP) tegen kabinetsformateur Norbert Schmelzer (KVP) zei toen deze hem voor het premierschap polste: „Dans eerst je verplichte figuren.” Schmelzer moest eerst nagaan of alle andere coalities uitgesloten waren. Er volgde een langdurige consultatieronde.

Bijna tegelijkertijd was in wat toen nog West-Duitsland heette een coalitiewisseling aan de orde. Daar stond de SPD voor de keus om de tot dan toe ondenkbare oversteek naar de christen-democraten te maken. In een dag waren de sociaal-democraten eruit en binnen vijf dagen was er een kabinet.

    • Mark Kranenburg