Opinie

    • Folkert Jensma

Ook Turkse ministers horen hier vrij te zijn

Na de heisa rond het mislukte Turkse regeringsbezoek staat er een week na dato nog één olifant in de kamer – de vraag of buitenlandse politici in Nederland mogen deelnemen aan politieke bijeenkomsten. Hoe ver gaat hier de uitingsvrijheid en de vrijheid van vergadering werkelijk. In het bijzonder voor burgers met een buitenlands stemrecht, die hun eigen politici willen ontvangen. Of, om de kwestie eens om te draaien – welk gedrag zouden wij van de Britse of Franse regering verwachten als minister Koenders bij een Nederlandse politieke bijeenkomst in Londen of Parijs wil zijn.

Het kabinet vond een Turks bezoek dus onacceptabel, waarvoor een mix van politieke en bestuurlijke argumenten werd aangevoerd. Het zwaarste wogen de bezwaren tegen Erdogan, vorige week verwoord door D66-leider Pechtold. Van hem had ik zeker een principiële verdediging van de uitingsvrijheid verwacht, maar die kwam dus niet. Waar was de politicus die zei dat juist in Nederland ook vergaderingen mogen worden gehouden waarmee het gezag het oneens is? En dat exact daarin het verschil zit met Turkije, waar de rechtspraak is gekneveld, de pers gereguleerd en burgers die ‘nee’ willen stemmen voor terroristen worden uitgemaakt. Dat die kans voor open doel is gemist, is tot daar aan toe. Maar dat de politieke klasse eensgezind de verkeerde afslag nam, is zorgelijk.

Pechtold zei dat hij, indien premier, met de burgemeester „alle juridische middelen uit de kast” zou halen om zo’n bezoek te voorkomen. Zijn maatstaf was dat „iemand die zelf de vrijheid van meningsuiting met voeten treedt” niet de kans moet krijgen om daar in Nederland gebruik van te maken. Premier Rutte was aanvankelijk nog genuanceerd. De minister van Buitenlandse Zaken als lid van de regering is niet welkom, maar andere Turkse politici wel. Rutte stoorde zich ook aan de term ‘onze staatsburgers’, die de Turken gebruikten. Asscher vond dat een gotspe, Pechtold absurd. Minister Koenders hoorde ik in Buitenhof-tv nog reppen over het willen voorkomen van ‘intimidatie’ door Turkse regeringsvertegenwoordigers.

Daar heb ik grote moeite mee. Als staatsburger wil ik voor mijn toegang tot sprekers of informatie niet afhankelijk zijn van de opvattingen van ministers over wat goed voor mij is. En of de betreffende spreker volgens hen wel een oprecht en democratisch persoon is. Dat gaat mij aan, niet hen.

Die ‘juridische middelen’ waar Pechtold het over had, hebben we daarna in werking gezien. Burgemeester Aboutaleb kreeg de opdracht het Turkse bezoek te weigeren en beoordeelde de manifestatie daarna zonder veel onderbouwing als een zeer ernstige bedreiging van de openbare orde. Hij vaardigde een noodbevel uit en verbood de Turkse minister Kaya botweg om het eigen consulaat te betreden en aan de bijeenkomst deel te nemen. Als reden gaf hij daarvoor de spanningen in Rotterdam, die na de couppoging in Turkije sterk zouden zijn opgelopen. Ik kan dat niet beoordelen, maar vraag me toch af of er niet ter plekke een oplossing had kunnen worden geïmproviseerd. Waarbij gezichten waren gered, iets van gastvrijheid was getoond, maar vooral de democratisch essentiële politieke uitingsvrijheid niet uit het raam was gegooid. Kill them with kindness – het wordt te weinig gedaan. Nu was het kabinet op de kast gesprongen door een openlijke Turkse dreiging met sancties. Maar geef je daarvoor écht het kernstuk van je eigen democratie op – uitingsvrijheid? Aboutaleb had ruimte moeten nemen om te deëscaleren – uit de reconstructie in deze krant bleek dat weinig aanwezigen, tot aan de politie toe, de harde opstelling tegen minister Kaya echt begrepen.

Nu zagen we achteraf een tevreden Aboutaleb bij Nieuwsuur vertellen hoe hij ‘schieten’ met de Turkse beveiligers had weten te voorkomen. Dat had er nog bij moeten komen. Van zulke politici en bestuurders moeten we het dus niet hebben – misschien kan de volgende Turkse minister beter de afslag naar Amsterdam nemen. Daar is altijd wel een veldje te vinden – en een megafoon. En, mogen we hopen, lokaal gezag met ruggengraat.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma