Recensie

Harbour Club is mondain en joviaal-Rotterdams tegelijk

Foto Rien Zilvold

Iedere Rotterdammer van boven de veertig zal er zijn of haar eigen herinneringen op nahouden aan Het Park bij de Euromast, zoals het toen nog op de stadsplattegrond heette. In wat nu kortweg als Het Park bekendstaat, kon je in de jaren tachtig en negentig niet alleen lekker en tamelijk romantisch dineren (Zochers’, Chalet Suisse, Parkheuvel), maar ook stevig losgaan in Parkzicht, die nog altijd bestaande, bakstenen burcht in het hart ervan.

Parkzicht dateert uit 1912 en opende toen als theeschenkerij, maar onderging in de voorbije decennia tal van gedaanteverwisselingen. Als mijn tafelgenote en ik aanschuiven in The Harbour Club, het restaurant dat er nu in is gevestigd, komen we bijna vingers te kort om ze op te sommen. Het is onder meer een nachtclub (Casino de Paris) geweest, zelf heb ik er later Percy Sledge ooit zien optreden en geïnterviewd. In het No Future-tijdperk bood Parkzicht onderdak aan de new wave-, de disco- en gabber-scene. In laatstgenoemd geval schreef het gebouw nota bene popgeschiedenis: gabber, de rauwste variant van de housemuziek, zou er zo ongeveer zijn uitgevonden. De roemruchte naam die Parkzicht ermee verwierf, werd de club in 1996 uiteindelijk ook fataal. Door drugsoverlast en een schietpartij met dodelijke afloop werd de tent gesloten.

Van dat ruige verleden is in The Harbour Club niets meer terug te zien. Integendeel. Er zijn wat mij betreft weinig restaurants in de stad waar het bijvoeglijk naamwoord ‘mondain’ nog op van toepassing is, maar dit is er echt een. De ontvangst (met valet parking), de inrichting, het publiek, de bediening en de kaart: alles straalt hier prestige, glamour, kortom ‘living the good life’ uit. Daar hoort gelukkig ook een vorm van Rotterdamse directheid bij, die doorgaans van elke nuffigheid is gespeend. Je bent in The Harbour Club voor een aangekleed maar bovenal ook joviaal avondje uit, en dat zul je weten.

Onze serveerster Nella is kort na onze entree al zo enthousiast over wat The Harbour Club ons kan bieden dat ze er gewoon even bij komt zitten. Behalve over de gerechten en de leveranciers van het restaurant weet ze ook het een en ander te vertellen over de vele terugkerende, zakelijke eters in The Harbour Club. Het bracht de vrolijke studente van de Small Business-opleiding op het idee om een volgende carrièrestap te wagen ‘in de olie’. De visitekaartjes van de gasten die in het olieboeren zitten, heeft ze alvast. Overigens lastig genoeg nog, zo’n switch, voegt Nella eraan toe. Ze is per slot van rekening net zo gebakken aan The Harbour Club als bijvoorbeeld oud-voetbaltrainer Leo Beenhakker, die er zowat elke dag opduikt. „Eigenlijk wil ook ik hier nooit meer weg.”

We nemen uit het riante aanbod aan zeebanket in een perfect bereide maki-roll van softshell krab (24 euro) en portie van 10 gram Baeri-kaviaar (20 euro), die op ijs wordt opgediend met blini’s, wat mootjes rauwe zalm en een ‘potterie’ gevuld met uitjes, peterselie en ei. Er gaat de nodige keuzestress aan vooraf, omdat met name het sushi-assortiment en ook de vele oestersoorten op het Harbour-menu ten minste zo verleidelijk zijn. De hoofdgerechten die erop volgen, vallen dan bovendien wat tegen. De skrei op ons ene bord is te hard gebakken, en de begeleidende fregola-pasta is aangemaakt met een al te zoutig, instant dashi-smaakje (26 euro). De enkele schaar van de king crab in geklaarde boter (24 euro) op mijn bord geeft op zijn beurt een tweede, extra betekenis aan het begrip ‘schaars’.

We stellen er aan onze tafel maar weer eens mee voorzichtig mee vast dat je in veel restaurants maar beter een etentje uit de voor- en tussengerechten kunt samenstellen, aangezien die vaak net wat verrassender zijn dan wat erop volgt. Een volgende keer toch maar eens aan Beenhakker zelf vragen hoe híj dat op zijn hoekje van de bar nou aanpakt.

Wim de Jong is culinair recensent.

    • Wim de Jong