Interview

‘Gladde jongens, daar heb ik niks mee’

Ad Scheepbouwer, investeerder

Hij is 72, maar pensioen lonkt nog niet. Onlangs stak oud-KPN-topman Ad Scheepbouwer 100 miljoen in datacenters en kocht hij webwinkel Fonq terug. Hij gaat voor internetbedrijven die groeien „als een gestoorde”.

„Ik was als baas niet de meest warme, empathische figuur die je je kan indenken.” Foto Merlijn Doomernik

Hoe Ad Scheepbouwer investeerder werd? Door een aardige jongen. Toen Scheepbouwer nog topman was van KPN kwam een jonge manager van de Zweedse investeringsmaatschappij IK Investment Partners bij hem langs. „Hij was net directeur Benelux en hij had een beetje hulp nodig.” Hij wilde Scheepbouwer graag hebben als betaald adviseur, maar daar had de bestuursvoorzitter van KPN geen tijd voor. „Ik vond het wel een aardige jongen, dus ik zei: kom eens in de maand langs met je investeringsplannen, dan zal ik je mijn mening geven.”

De ‘jongen’ kwam op de proppen met Wehkamp. „Ik zei: als ik jou was zou ik daar achteraan gaan.” Als dank mocht Scheepbouwer zich tegen dezelfde gunstige voorwaarden als het management inkopen in webwinkel Wehkamp. In 2008 nam hij een belang van 5 procent.

Van het dividend – dat was „een heleboel” – bouwde Scheepbouwer zijn belang in de jaren daarna uit tot 40 procent. Toen hij dat in 2015 verkocht, was Wehkamp 450 miljoen euro waard. In hetzelfde jaar werd ook Fox-IT verkocht, het cybersecuritybedrijf waarvan Scheepbouwer eenderde van de aandelen bezat. Opbrengst: 135 miljoen euro. Scheepbouwer staat met een geschat vermogen van 230 miljoen euro op de 80ste plaats in de Quote 500.

Van investeren heeft de 72-jarige Scheepbouwer nog lang geen genoeg. Onlangs kondigde hij aan 100 miljoen euro te investeren in datacenters. In december kocht hij ook webwinkel Fonq terug, dat eerder al van hem was.

U investeert alleen in internetbedrijven. Waarom?

„Bij KPN zag ik in 2003, 2004 dat de breedbandverbindingen met 100 procent per jaar groeiden. Toen dacht ik: dan kan iedereen straks op internet winkelen, dat zou wel eens wat kunnen zijn. Cybersecurity moest ook wel een enorm item worden, dus ben ik in Fox-IT gestapt.”

Waar let u op als u wil investeren?

„Ik kijk of het bedrijf groeit. KPN heeft ooit XS4all gekocht voor 120 miljoen gulden, terwijl het maar 10 miljoen omzette en 10 miljoen verlies leed. Ik was toen commissaris en dacht eerst: jongens, hoe verdienen jullie het ooit terug? Maar als de omzet groeit als een gestoorde, sukkelen de kosten er toch een beetje achteraan.”

Oprichter Ronald Prins van Fox-IT vertelde dat u een „superneus” voor goede investeringen hebt, maar dat u niet alles weet van de laatste technologie. Hoe beoordeelt u of een bedrijf potentie heeft?

„Dat is toch een beetje een gevoel. Ik kijk naar de cijfers en naar de mensen die er zitten. Gladde jongens, daar heb ik niks mee. Ik vertrouw eerder mensen die alleen over hun vak kunnen praten. Zoals bij Fox-IT, dat is een grappig bedrijf. Die mensen doen de hele dag niks liever dan naar een computerscherm kijken en staan op tweede paasdag op de stoep, denkend dat ze moeten werken.”

Bent u bang om een misser te maken?

„Nee, dan zou niet mijn hele leven overhoop liggen. Ik investeer omdat ik het leuk vind, ik ga niet te werk als een private-equitybedrijf. Zo van: we moeten binnen drie of vijf jaar drie keer ons geld hebben. Het eerste item in een vergadering na een overname van een bedrijf is de exit. Dat vind ik belachelijk.”

U hebt Fox-IT al na drie jaar verkocht.

„Ja, maar niet omdat ik het wilde. Van de drie aandeelhouders was ik de minst enthousiaste om te verkopen. Dat bedrijf is nu een hoop geld waard maar over drie jaar nog meer.”

Wat draagt u bij aan bedrijven waarin u investeert?

„Ik probeer een betrokken investeerder te zijn. Bij Fox-IT zat ik een paar dagen per week, bij Wehkamp een dag. Bij Fonq wil ik ook weer zoiets doen. Ik bemoei me met dingen waar ik verstand van heb. Ik kan heel goed cijfers doorzien en ingewikkelde dingen snel eenvoudig maken.”

Als topman van KPN was Scheepbouwer een favoriet onder aandeelhouders. Wat goed is voor aandeelhouders, is ook goed voor het bedrijf, was zijn filosofie.

Scheepbouwer was in 2001 aangesteld om KPN te redden, dat bijna ten onder ging aan hoge schulden. Toen het bedrijf in betere doen was, werden aandeelhouders beloond. Scheepbouwer kocht voor miljarden euro’s aan eigen aandelen in, wat de koers opdreef, en keerde gul dividend uit. In 2010 rekende Harvard Business Review hem tot de 50 bestuursvoorzitters wereldwijd die de meeste waarde voor aandeelhouders hadden gecreëerd.

Niet lang na zijn aftreden in 2011 raakte KPN in problemen. Om het bedrijf overeind te houden, moest zijn opvolger Eelco Blok in 2013 nieuwe aandelen uitgeven, voor 3 miljard euro. Het leidde tot kritiek op Scheepbouwers beleid. Was die genereuze behandeling van aandeelhouders wel zo’n goed idee geweest? In het boek De koude kermis van KPN stelden auteurs Patrick Bernhart en Jan Maarten Slagter vast dat Scheepbouwer als topman te weinig geïnvesteerd heeft in het bedrijf.

Vindt u dat ook?

„Nee, zeker niet. Toen ik wegging waren alle cijfermatige dingen – winst, schuld, marktaandelen – in orde. Na mijn vertrek is de winst gedaald, waardoor die aandelenuitgifte nodig was. Ik denk dat als ik nog een paar jaar was gebleven, die winst gewoon hetzelfde was gebleven, of iets gestegen.”

U vindt nog steeds dat er niks mis is met aandelen opkopen?

„Als je je winst op niveau kan houden of laten stijgen, kun je daarmee doorgaan. Anders moet je er gauw mee ophouden.”

De topman van Blackrock zegt tegen bedrijven: stop met opkopen, investeer!

„Dan moet je wel iets hebben om in te investeren. De telecomindustrie is heel gereguleerd, het is lastig om bedrijven te kopen. Er kwam bij KPN elk jaar een paar miljard binnen, dat kan je niet zomaar op de bank zetten.”

De Nederlandse overheid bemoeit zich steeds meer met overnames door buitenlandse partijen. Wat vindt u daarvan?

„Als de Nederlandse staat criteria aanlegt onder welke omstandigheden bedrijven wel of niet mogen worden overgenomen, vind ik dat goede zaak.”

U hangt aandeelhouderskapitalisme aan, behalve bij overnames?

„Het is natuurlijk een beetje selectief winkelen. Als het je uitkomt, moet de overheid zich nergens mee bemoeien, en als het je niet uitkomt, roep je: waarom doet de overheid nooit wat? Dat is zo.”

U staat bekend om uw mening dat mensen op hoge posities veel moeten verdienen. Vindt u dat nog steeds?

„Ja. In elk bedrijf zijn altijd maar een paar mensen die het bedrijf echt vooruit helpen, de rest tippelt mee. Die mensen moet je goed belonen.”

Waarom is het zo belangrijk om die mensen topsalarissen te betalen?

„De poel van mensen die je kan benaderen voor een functie is groter als je meer kan betalen. Daar heb ik een verschil van mening over gehad met het ministerie van Financiën, toen ik toezichthouder was bij de Rotterdamse Haven. De directeur ging weg, het ging erom hoeveel zijn opvolger betaald zou krijgen. Ik vond: hetzelfde salaris of meer. Financiën wilde het juist omlaag hebben. Ik zei: dat moet je vooral doen, maar niet met mij.”

Vindt u dat mensen in Nederland zeuren over topbeloningen?

„Dat is een beetje overdreven, maar in Amerika is het wel anders. Daar denken ze niet: wat een gore zakkenvuller is dat. Maar: als ik hard werk, kan ik dat ook bereiken. Dat vind ik leuker.”

Scheepbouwer is niet rijk geboren. Als jongen bedacht hij dat hij wel wat meer geld wilde hebben dan zijn ouders. „Om niet altijd te hoeven denken: ik heb geen geld.” Op zijn zestiende verliet hij zijn woonplaats Dordrecht om als kelner te werken op een schip, maar „dat beviel niet zo”. Op het kantoorbaantje dat hij daarna had, moedigde zijn baas Scheepbouwer aan te gaan leren, in de avonduren. Dat deed hij, met tegenzin.

Langzaam kwam de wens de top te bereiken. „Als je gaat denken: ik kan het werk van mijn baas beter dan hij zelf, en misschien ook nog wel dat van zíjn baas, dan krijg je wel de neiging omhoog te willen.”

Als hij opnieuw moest beginnen, zou Scheepbouwer zzp’er worden. „Voor jezelf een boterham verdienen, voldoende bijleren, dat is volgens mij veel bevredigender dan in dienst treden bij een bedrijf.” In het verdwijnen van vaste banen ziet hij niet echt een probleem. Kun je met een flexcontract geen hypotheek krijgen? „Dan moet je een huis huren.” En wie wél een vast contract wil, moet zichzelf onmisbaar maken. „Als je in een winkel de beste verkoper bent, heb je zo een vast contract.”

En voor de mensen die het niet lukt om onmisbaar te worden: deal with it?

„Ja. Het klinkt heel onaangenaam als je dat zo hard zegt, maar zo is het wel een beetje. De rest kan ik, als ik wil, morgen vervangen. Ik wil niemand z’n beroep denigreren, maar een portier is vervangbaar, waarschijnlijk op zeer korte termijn ook.”

Wat was u zelf voor baas?

„Ik was niet de meest warme, empathische figuur die je je kan indenken. Maar volgens mij wel redelijk eerlijk. Afspraken maken is ze ook nakomen, of dat nou vakbonden of commissarissen zijn.”

Wat was er niet empathisch aan u?

„Ik zeg dat altijd maar zelf, voordat anderen het bedenken. Ik vergeet wel eens om mensen een complimentje te geven als ze iets goed hebben gedaan. Tegenwoordig probeer ik daar harder aan te denken.”

U hebt niet gestudeerd en niet bij het corps gezeten. Voelde u zich een buitenbeentje tussen andere topmannen?

„Neuh, in het begin maakt opleiding wat uit. Als je een jaar of 25 bent, interesseert niemand dat meer. Bij KPN zaten ingenieurs die aan alle kanten cum laude afgestudeerd zijn. Vaak maken die niet de beste carrière. Dat heeft te maken met keuzes: hoe belangrijk maak je je privéleven? Mensen die hard werken maken hard carrière.”