Digitale innovatie verving de moeizame analyse bij #TK17

Hé, maar de burger was dus wel bezorgd, teleurgesteld of bozig en vooral betrokken, maar helemaal niet witheet? Je zou het niet hebben gezegd, na de lange reeks portretten en gesprekken met Boze Burgers, die na de Bekende Nederlanders een nieuwe vaste categorie leken te worden in de nationale media – ook in NRC.

Hebben de media dan toch weer de vorige oorlog gevochten? Misschien, maar verklaarbaar genoeg, gezien de populistische dagkoersen en het ideologische extremisme dat sommige politici en commentatoren er na Brexit en Trump probeerden in te hameren. De peilingen voorspelden intussen een ‘gematigder’ verschuiving naar rechts – althans, gematigd voor wie op een totale omwenteling had gerekend. Nu kan het duiden beginnen: of het „verkeerde soort” populisme is verslagen of alleen maar homeopathisch verdund.

Wat deed NRC tussen al die boze, bange of bezorgde burgers nu anders dan bij de vorige stembusgang?

Vier jaar geleden, na de campagne die Rutte-II opleverde, klaagde ik op deze plek over de overdaad aan nieuwsanalyses waarop de krant de lezer tijdens de campagne op de voorpagina vergastte; elf stuks op de voorpagina (tegenover vier keer nieuws), vaak geschreven met het idee ‘voorbij het nieuws’ te gaan, over wat er zou kunnen gebeuren. Het idee was: analyse en duiding zijn de meerwaarde van NRC, nieuws stuitert je overal al tegemoet.

Op zichzelf kan dat waar zijn, maar aan die stukken kon je iets te vaak aflezen dat ze op bestelling waren geschreven en de auteur er met lange tanden een analyse van had moeten maken. Dat leidde tot moeizame pogingen iets te beweren dat een open deur was (de opening SP en PvdA strijden om linkse kiezer) of een voorspelling die achteraf volkomen plat viel (de journalistiek-folkloristisch bekende NRC-prognose D66 en CDA hebben straks bij de formatie de sleutel in handen).

Hoewel, deze keer hadden beide koppen gaandeweg ook gekund. Vier jaar te vroeg gepiekt.

En nu? Ook nu bracht NRC op de dag van de verkiezingen een stuk waarin werd vooruitgeblikt naar de formatie, maar ditmaal een dienstbaarder, ‘vijf vragen over’-stuk. Dat is nuttiger (al sprak nrc.next op 15 maart over de verkiezingsdag als „de enige echte peiling” – dat lijkt me de omgekeerde wereld: peilingen zijn eerder nepverkiezingen).

Analyses waren er nu ook, uiteraard, maar gelukkig minder geforceerd – en vergezeld van onder meer een verhelderend overzicht van de wel en niet waargemaakte plannen van het kabinet-Rutte. Relevante informatie, democratie is ook afrekenen op basis van prestaties. En er was, op een tweede front dat zich op de valreep opende, nog een klassiek genre: een snelle en voorbeeldige reconstructie van de Turkije-rel, waarin de auteurs duidelijk maakten hoe en wanneer wat door het kabinet was besloten.

De niet-zo-boze burger kwam aan bod in een serie per partij, ‘De Achterban’, en ook in de Schilderswijk bleek hij of zij niet bloedlink. Maar toen de geest eenmaal vaardig werd over het land, na een lang futloze campagne, had ik nog wel meer willen lezen uit het veld of die „volle zalen” waar het commentaar lovend over sprak. Thierry Baudet, het dark horse van rechts dat de krant niet zag komen aangalopperen, moet toch ook daar zijn stemmen zijn gaan halen – naast bij (sociale) media en in nachtelijk Groningen. Iets vergelijkbaars geldt voor Denk en de vraag hoe Turkse Nederlanders de verkiezingen hebben beleefd. De krant berichtte, maar bleef betrekkelijk op afstand.

Tweede punt: het politieke interview keerde terug, een zo langzamerhand omstreden genre, omdat politici hun boodschap daarin steeds meer willen regisseren. Ook de hoofdredacteur van Nieuwsuur, dat D66-leider Pechtold overrompelde met een burger met een doodswens, zei ter toelichting af te willen van „voorgeprogrammeerde quotejes”. Bij het RTL-debat werden politici ondervraagd als arrestanten: beken!

NRC bracht een reeks interviews met ‘uitdagers’ en ‘machthebbers’. Prima, vind ik, zoiets hoort er in een campagne gewoon bij. Al had nieuwkomer Jan Roos, die ook twee pagina’s kreeg, best wat mogen worden ondervraagd over zijn verleden als geinponem en provocateur. Openhartig was hij trouwens best, getuige de prognostisch correcte kop van het interview (Ik weet niet of het land op mij zit te wachten).

Wat deed NRC nog meer anders?

Ook winst: geen peiling-fixatie meer, na het besluit die niet meer als los nieuws te behandelen.

Maar het grootste, wat mij betreft frappante verschil: bij geen ander recent nieuwsdossier zijn, denk ik, zo duidelijk de forse stappen te zien die de krant op digitaal gebied heeft gezet. Voor lezers die ze niet compleet ingeplugd en opgeladen hebben bijgehouden, zet ik ze hier nog even op een rijtje.

Tijdens de campagne bracht de krant op de site: een digitale nieuwsbrief waarin politiek redacteur Emilie van Outeren de lezer bijpraatte over de laatste ontwikkelingen; een terugkerende podcast ‘Haagse Zaken’, waarin de politieke redactie zeven lijsttrekkers portretteerde; een NRC Programmawijzer waarin u door de standpunten van de partijen heen kon klikken; een verkiezings-FAQ met redacteuren die vragen van lezers beantwoordden; video’s; live checks met redacteuren die feitelijke beweringen van politici nagingen; een extra digitale editie van nrc.next om de laatste prognose van de uitslag mee te kunnen nemen.

Genoeg? De ochtend na de verkiezingen begon een lezersonderzoek naar de uitslag. De button voor dat onderzoek stond op de site aanvankelijk achter de betaalmuur, de krant gooide de zaak open nadat op sociale media was geklaagd door bezoekers die mee wilden doen, maar er niet bij konden.

Interessant genoeg vindt die digitale innovatie haar spiegelbeeld in het optreden van de politici zelf – en niet alleen bij Twitterkoning Wilders, Facebookcampaigner Baudet of heli-Henk – die zich bijna allemaal ook van steeds meer platforms en middelen zijn gaan bedienen, inclusief hun eigen Tamagochi’s.

Dat was vooral te merken bij de live checks, een nuttig instrument waarvan de resultaten door de politici zelf scherp werden bijgehouden. Voor abonnees die NRC nog alleen op papier willen blijven lezen: een deel van die innovaties kwam uiteraard ook daarin terecht, met name de fact checks. De rest werd niet weggegeven zoals in de romantisch-anarchistische begindagen van internet; voor de site geldt, net als inmiddels bij de meeste andere kranten, een limiet aan het aantal vrij te lezen stukken door bezoekers. Daarna is het betalen (behalve voor de live blogs);

Kortom, de lezer heeft aan dat nieuwe instrumentarium zijn digitale handen vol kunnen hebben.

Het punt is niet dat de krant zich daar nu voor op de borst moet kloppen – maar het maakt wel duidelijk dat het speculeren over ‘multi-platform’ journalistiek geen loze praat (meer) is. Het bevestigt de trend dat het klassieke vehikel, de papieren editie met één harde deadline, organisatorisch niet meer het ultieme brandpunt is van de 24-uurscyclus op een redactie, maar een bundeling van journalistiek werk dat de hele dag stapsgewijs wordt geprocuceerd en gepresenteerd. Journalistiek, ook die van wat ooit mainstream media heetten, is zo een 24/7-beleving aan het worden.

Maar blijf bij alle innovatie vooral ouderwets benenwerk doen – aanbellen of naar zaaltjes vol boze, niet-zo-boze of nooit boze burgers.

    • Sjoerd de Jong