‘Wat wij doen zou eigenlijk geen koken mogen heten’

Spitsuur

Mirjam Roos (35) en Tom van Leuven (41) werken bij hetzelfde bedrijf en zitten in het bestuur van dezelfde stichting. Toch gaat het thuis nauwelijks over werk: „Maar leuk nieuws delen we natuurlijk wel.”

Foto David Galjaard

Tom: „Wie het eerst thuiskomt van werk gaat koken. Of nou ja, wat we doen zou eigenlijk geen koken mogen heten. Het is meer het bereiden van voedsel, of het samenvoegen en opwarmen van ingrediënten.”

Mirjam: „Bij ons komt alles gesneden uit zakjes en pakjes. Hup.”

Tom: „We maken het wel gezellig in de keuken. Het draait meer om een glaasje wijn, muziek luisteren en het bijpraten over de dag.”

Mirjam: „En als we echt lekker willen eten, dan gaan we uit eten.”

Tom: „Schoonmaken gaat bij ons net zo gemakkelijk. Negen van de tien keer gaat het vanzelf.”

Mirjam: „Dat komt vooral door onze fijne schoonmaakster, die één keer in de week komt. Eigenlijk hoeven we alleen zelf de was te doen, dat doen we om en om.”

Tom: „En de boodschappen doen we altijd op zondag.”

Door het huis sloffen

Mirjam: „We hebben elkaar vijftien jaar geleden leren kennen, maar pas na zes jaar werden we een stel. We waren zo druk met ons werk en onze studie.”

Tom: „Eigenlijk hebben we nooit veel aandacht aan elkaar besteed. Totdat we in de kroeg, tijdens een voetbalwedstrijd, verliefd op elkaar werden.”

Mirjam: „Een klein jaar later zijn we gaan samenwonen. We zijn nu negen jaar bij elkaar. Ik denk dat het geheim is dat we elkaar heel vrij laten. Ik kan morgen zo twee dagen naar een vriendin gaan, daar hoef ik geen verantwoording over af te leggen.”

Tom: „Even voor de duidelijkheid: het is geen open relatie. Maar we geven elkaar de vrijheid om te doen wat we willen. En we maken nooit ruzie.”

Mirjam: „We kibbelen er af en toe wel over dat de vuilniszak weer vol zit.”

Tom: „We zijn dusdanig op elkaar ingespeeld dat we weten: hier kunnen we over kibbelen, zonder écht ruzie te maken.”

Mirjam: „Als ik door het huis slof, of de deur naar de gang open laat staan.”

Tom: „Of de kat te veel eten geeft.”

Mirjam: „Maar dat zijn dus geen slaande ruzies.”

Mirjam: „Sinds een jaar zijn we redelijk fanatiek aan het sporten. We vonden dat er wel iets mocht gebeuren en hebben allebei een baan waarbij we veel achter een bureau zitten.”

Tom: „Sinds we sporten zijn we afgevallen, dus we zijn weer in dezelfde shape als toen we elkaar leerden kennen. Ik ben zelf een fanatiek golfer, maar dat is niet iets wat heel leuk is om samen te doen.”

Mirjam: „Vooral omdat ik er niet zo goed in ben, en ik Tom zijn lessen op de golfbaan niet accepteer. Maar we houden wel allebei van fitness, dat doen we twee of drie keer per week in de sportschool. We hebben zelfs een personal trainer die ons afmat.”

Tom: „Die trainer maakt echt een verschil. Dan móét je wel, want je hebt een afspraak. En het is prettig om hulp en begeleiding te krijgen. Van een trainer neem je aanwijzingen gemakkelijker aan dan van elkaar.”

Beroepsgeheim

Tom: „We hadden nooit bedacht dat we in hetzelfde bedrijf wilden werken. Maar een jaar of drie geleden was ik toe aan een volgende carrièrestap, en praatte daar met een collega van Mirjam over. Een functie binnen dat bedrijf bleek ideaal.”

Mirjam: „Mijn eerste reactie was: cool, gaaf. Dus het voelde goed. We werken op compleet andere afdelingen, dus zien elkaar nauwelijks. Bovendien houden we kantoor in meerdere panden, dus we kunnen niet eens samen naar huis rijden. Ik moet aan de andere kant van de stad zijn. Thuis hebben we het nauwelijks over werk: ik heb er niet zoveel behoefte aan. En in mijn vorige baan had ik een beroepsgeheim, dus ik ben gewend om werk op kantoor te laten.”

Tom: „We delen natuurlijk wel leuk nieuws met elkaar.”

Mirjam: „Sinds kort zit Tom ook in het stichtingsbestuur waar ik al drie jaar in zat: IT4Kids.”

Tom: „Dus vaak zitten we ’s avonds na het eten samen daaraan te werken.”

Wekelijkse dates

Mirjam: „Het drukste moment op de dag is bij mij altijd op het werk. Er zijn altijd dingetjes die je tussen vergaderingen door moet oplossen. Maar al die bordjes in de lucht houden, dat vind ik wel heel leuk.”

Tom: „Thuis hebben we eigenlijk zelden stress.”

Mirjam: „Het was even geleden ’s avonds wat drukker, want ik heb net mijn MBA afgerond. Tom begint ook weer met een studie, dus daar zijn onze avonden vaak mee gevuld. Ik denk dat we geen van beiden heel romantisch zijn. Maar we zijn nu net begonnen met wekelijkse dates plannen, om elkaar te verrassen.”

Tom: „Om af en toe wat vaker samen buiten te komen, naast het avondwandelingetje. We zijn nogal pragmatisch ingesteld. Al zijn we laatst wel een weekend naar Parijs geweest, zonder iets te plannen.”

Mirjam: „Ja, dat is ook wel zo lekker. Geen afspraken, geen verplichtingen. Tom en ik verschillen daar ook in. Ik ben zelf altijd van mening: ‘Laten we gewoon beginnen, nú iets doen.’”

Tom: „Zij wil vaak rammen en gaan. Terwijl ik nog wel plannen wil maken en langer nadenken hoe ik iets doe.”

Mirjam: „Totdat alle details zijn uitgedacht. Of het nou om een handleiding van IKEA of een belangrijkere beslissing gaat. Maar daar vullen we elkaar ook mooi in aan. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met de organisatie van een benefietgala: ik had het liefst gisteren al uitnodigingen verstuurd, om het aan iedereen te vertellen.”

Tom: „Ik zei: ‘Moet je niet eerst een locatie hebben?’”

Mirjam: „Hij heeft gewonnen, de uitnodigingen zijn de deur nog niet uit.”