Opinie

Partijen dienen nu duidelijkheid te geven, in het belang een vlotte formatie

Met de aanstelling van VVD-politicus Edith Schippers als verkenner is de eerste fase van een ongetwijfeld complexe kabinetsformatie begonnen. Haar taak is te onderzoeken welke „verschillende opties” er na de verkiezingen zijn om een kabinet te vormen. Vanaf maandag zal zij in de Tweede Kamer alle dertien fractievoorzitters afzonderlijk ontvangen om hun opvattingen te horen.

Het is de tweede keer dat de formatie in nieuwe stijl, wat betekent zonder tussenkomst van de Koning, zal worden gehouden. Toen dit in 2012 voor de eerst gebeurde was de formatie als gevolg van de duidelijke verkiezingsuitslag een vrij heldere exercitie. Beide grote winnaars, VVD en PvdA besloten direct de volgende dag het samen te proberen. De verkenner was toen snel klaar en kon direct de aanstelling van twee informateurs aanbevelen.

Nu zijn de mogelijkheden minder uitgesproken. Ervan uitgaande dat allereerst een meerderheidscoalitie onderzocht wordt, zijn er twee varianten: centrum-rechts, waarbij VVD, CDA, D66 en ChristenUnie met elkaar regeren, dan wel centrum-links wat betekent dat GroenLinks de plaats inneemt van de ChristenUnie.

Hier wreekt zich dat CDA en D66 zich niet voor de verkiezingen hebben willen uitspreken over hun voorkeur. VVD-leider Mark Rutte gaf die duidelijkheid wel al tijdig. Eind februari zei hij in het lijsttrekkersdebat op Radio 1 het liefst met CDA en D66 te willen regeren. De lijsttrekkers Sybrand Buma (CDA) en Alexander Pechtold (D66) hielden zich bij die gelegenheid op de vlakte.

Van het CDA is dit een vertrouwde positie die teruggaat naar de naoorlogse hoogtijdagen van de Katholieke Volkspartij (KVP), één van de voorlopers van het CDA. Die koesterde de ‘lood-om-oud-ijzer-theorie’ waarbij het niet uitmaakte of met links dan wel met rechts werd geregeerd.

Maar dat D66 voorafgaande aan de verkiezingen geen enkele voorkeursrichting heeft willen uitspreken, is wel opmerkelijk. De vaagheid van de christen-democraten was in 1966 één van de hoofdredenen voor het tot stand komen van D66. Volgens de oprichters had de kiezer in het stemhokje „niet de minste zekerheid” over de signatuur van een kabinet. Het leidde bij de Democraten tot de verzuchting dat de kiezer wel kon stemmen maar niet kon kiezen.

Anno 2017, is het voor de kiezers van D66 de grote vraag waar hun partij straks voor kiest: voor links of voor rechts. Partijleider Pechtold heeft steeds gezegd dat hij met uitzondering van de PVV geen enkele partij wilde uitsluiten. Maar een dergelijke houding staat het uitspreken van een voorkeur niet in de weg. Nu zal hij dat nu dus pas doen, na de verkiezingen, in beslotenheid tegenover de verkenner.

Wordt in eerste instantie gekeken naar centrum-rechts of naar centrum-links? Het is te hopen dat het verkenner Schippers na haar gesprekken lukt die duidelijkheid reeds volgende week te verschaffen.

Zeker voor partijen als D66 en GroenLinks liggen er de nodige programmatische obstakels. Het volgens VVD-leider Rutte „verkeerde populisme” heeft weliswaar niet gewonnen, maar echo’s van het gewone populisme met termen als „pleur op” (Rutte) of het verbod op dubbele nationaliteit (Buma) zitten tegenwoordig ook bij VVD en CDA. Er zal hoe dan ook moeten worden gekozen. Dat kan het best dan ook maar snel gebeuren.