Niet doorvragen om je moeder verdriet te besparen

Voor een boek over jezelf hoef je niets te verzinnen. Je moet alleen heel diep in je geheugen graven, in je hart kijken om de herinneringen boven te krijgen.

Op die manier heeft tv-presentatrice en begenadigd interviewster Sonja Barend ( 1940) haar memoires geschreven. Zij heeft met ‘heel veel plezier’ aan het boek gewerkt op haar werkkamer in Amsterdam, of met de computer op schoot in de tuin van het vakantiehuis in de Provence.

In Je ziet mij nooit meer terug schrijft Sonja Barend (1940) over haar jeugd, over school, over vriendinnen, haar eerste baan, het krijgen van kanker, maar vooral over haar ouders in oorlogstijd. Haar joodse vader werd in 1942 door twee (Nederlandse) mannen opgehaald en toen hij het huis verliet zei hij tegen zijn vrouw de legendarische woorden: ‘Mij zie je nooit meer terug’. Hij werd gedeporteerd naar Auschwitz en overleed er in 1943.

Sonja bestookt haar moeder gedurende haar leven met vragen over haar vader en wat er toen precies is gebeurd: wie kwamen hem halen, is hij verraden, waarom woonde ik de hele oorlog bij jouw ouders terwijl je zelf met een nieuwe man en twee zoontjes elders woonde? Wie was mijn vader precies, vertel over hem. Waarom zit ik met al die raadsels? Het enige wat haar moeder steeds antwoordt: ‘Ach kind, het is zo lang geleden.’

De moeder heeft die tijd ‘dichtgetimmerd’ en Sonja komt er niet doorheen. Of, wil er misschien niet doorheen komen om haar moeder schuldgevoelens of te veel verdriet te besparen. Des te wranger is het als na het overlijden van de moeder blijkt, dat de dominee wél het grote geheim zegt te kennen.

Het boek gaat ook over Sonja’s televisiecarrière, die begint in 1966 bij de NTS als omroepster (‘Op voorwaarde dat je jouw haar afknipt’, zei de directie. ‘Dat heb ik er niet voor over’, zei Sonja. Ze mocht toch komen, als ze het haar dan maar altijd op zou steken). En in datzelfde jaar wordt ze gevraagd voor een jongerenprogramma met Kees van Kooten en Wim de Bie, geregisseerd door Ralph Inbar met wie zij in 1968 trouwt. Zij volgt hem tegen wil en dank naar Jeruzalem waar hij Israëlische televisie mag gaan opzetten. Het huwelijk houdt nog geen drie jaar stand.

Nee, dan haar grote liefde A., van wie we overigens best mogen weten dat het om architect Abel Cahen gaat. Over hem en zijn drie dochters schrijft zij liefdevol en met hen lijkt zij oprecht gelukkig.

Maar er is meer dan alleen de liefde die hen bindt. Dat blijkt uit het feit dat Sonja veel herinneringen van A. als joodse jongen in Amsterdam door haar eigen levensverhaal weeft. Joden mochten nergens anders meer wonen dan in bepaalde buurten in Amsterdam. Steeds was daar de angst voor een razzia. De kinderen moesten naar een aparte school en uiteindelijk werd voor het gezin van A. een onderduikadres geregeld.

Dat het leven van de andere Amsterdammers gewoon doorging, terwijl joden werden afgevoerd en vermoord – die onverschilligheid staat gegrift in Cahens geheugen.

Zijn herinneringen aan vroeger benaderen precies datgene waarover Sonja Barend met haar moeder had willen spreken. Om zo haar vader te leren kennen.

    • Margot Poll