Recensie

Newton wist het precies: In 2060 is de aarde de sigaar

De wetenschapsjournalist Stroeykens maakte een inventarisatie van de menselijke creativiteit in fictie en wetenschap rondom de vraag wanneer en hoe er een einde komt aan de wereldgeschiedenis.

Er moet eens een einde aan de wereld komen, zoveel is zeker. Maar wanneer en hoe? Tekenend voor de grote angst waarmee men hier door de eeuwen heen over heeft nagedacht is de enorme mensenmassa die zich omstreeks 1860 meldde bij een Engelse pluimveehouder, die het nieuws had verspreid dat een van zijn legkippen een ei had geproduceerd met daarop de tekst ‘Jezus komt!’. Dit op basis van het bijbelboek Openbaringen 19: ‘Ik zag dat de hemel geopend was, en dit kwam er uit: een wit paard met Jezus op de rug.’ Elders in de bijbel wordt aangekondigd wat er dan volgt: ‘De bazuin van God weerklinkt, dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet.’ En de aarde verdwijnt.

Genoemde boer verkocht talloze kaartjes voor de ei-schouwing, verklaarde zijn kippen tot uitloophoenders en wuifde ze vrolijk na. Lang kon hij niet ongestoord rentenieren: gerechtelijk onderzoek wees uit dat hij de tekst eigenhandig op het ei had aangebracht en het vervolgens weer in de vogel had teruggepropt. Zwarte paarden verschenen op zijn erf met de politie op de rug, hij werd weggevoerd, de gevangenis tegemoet. Een persoonlijke apocalyps.

Wetenschapsjournalist Steven Stroeykens schreef Het einde van de wereld. Een geschiedenis, een inventarisatie van de menselijke creativiteit in fictie en wetenschap rondom het vraagstuk van het einde van de wereldgeschiedenis – lees: de aarde. Uiteraard staat ook hij stil bij de bijbelse Apocalyps (Armageddon, Babylon), het prototype van einde-van-de-wereldscenario’s tot op de dag van vandaag. Mooi: de grote wetenschapper Newton blijkt driftig te hebben gecijferd over het moment waarop de wereldbevolking de sigaar zou zijn en kwam uit op het jaar 2060. We hebben nog even. Reeds de Maya’s rekenden het uit en dachten aan 2012. Een berg in de Franse Pyreneeën werd dat jaar verzamelplaats voor ‘hen die op de wolken meenden te zullen worden weggevoerd de lucht in en de Heer tegemoet’. Dit dus als gevolg van wat Steven Stroeykens in zijn ernstige, maar ook vaak geestige boek ‘Mayocalyps’ noemt.

Nu ik toch aan het prijzen ben: Het einde van de wereld is een monumentaal overzicht van de onmetelijke hoeveelheid fantasieën en theorieën over het intussen wetenschappelijk bewezen einde van onze planeet als biotoop van alles wat leeft en bloeit. Het is een uitputtend boek, maar niet in de zin van ‘vermoeiend’ (het leest als een trein). Stroeykens schept lepel voor lepel een put aan einde-opties leeg: mega-vulkaanuitbarstingen, microbenexplosies, komeetinslagen, planeetbotsingen, een menselijke kaatswedstrijd met atoombommen, ozonverdwijning, interstellair bombardement met gammastralen, aardeverijzing, machtsovername van door de mens zelf geschapen neurale computers (AI), tot en met de bij sommigen levende gedachte dat we al eeuwen lang een computersimulatie zijn van buitenaardse beschavingen. Maar ook in het laatste geval: men hoeft maar ergens in de oneindige ruimte verveeld te raken en een schakelaar om te zetten, en het is afgelopen met ons illusoire paradijs op aarde.

Wat zal het worden? En wanneer? Morgen, of als over een miljard of wat jaar de zon met schijnen stopt? Met behulp van kansberekening weet Steven Stroeykens een hoop van onze angsten te relativeren. Vele opties lopen zo’n vaart niet, het duurt nog even voort met ons, als we niet nucleair gaan kaatsen. En die bijna onvoorstelbare mogelijkheid van de simulatie door aliens… De grote kernfysicus Enrico Fermi vroeg in 1950: ‘Waar zijn die dan?’ We vinden er maar geen sporen van. Dat we blijven zoeken zou uit angst kunnen voortkomen. Willen weten waar we aan toe zijn. Als er één ding is wat dit boek laat zien is hoezeer die behoefte in de mens zit ingebakken.