Vijf do’s en don’ts voor de regeringsformatie

De formatie

Mark Rutte zal de koekjes wel weer opeten, maar verder is het verloop van de onderhandelingen voor een nieuwe coalitie ongewis: vijf formatiewijsheden.

Een regeringscoalitie vormen, betekent afstand doen van je eigen standpunten. Dat kost moeite en tijd. De gemiddelde kabinetsformatie duurt drie maanden. Het kan korter, maar ook veel langer duren: het record is 208 dagen.

Verkenner Edith Schippers (VVD) heeft nu al geschiedenis geschreven, vertelt hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen. Voor het eerst heeft een vrouw in haar eentje een rol in het formatieproces. „Van de 68 informateurs en verkenners die we tot nu toe hebben gehad, waren er 67 man. Els Borst van D66 is één keer informateur geweest, maar dat was samen met twee mannen.”

VVD’er Mark Rutte is de enige partijleider die sinds 2010 bij alle kabinetsformaties aan tafel zat. Maar in 2010, met het CDA en de PVV, liepen de gesprekken totaal anders dan met de PvdA in 2012. Ook nu zullen de onderhandelingen weer anders lopen. De enige constante factor is – aangenomen dat de VVD meepraat – dat Rutte alle koekjes opeet en de snoeppot leeggraait. Vijf do’s en don’ts voor een geslaagde formatie.

1. Neem de tijd

Het is nu al te merken dat partijen het dit keer rustig aan willen doen. Edith Schippers ontvangt maandag pas de eerste fractievoorzitters. In 2012 was Henk Kamp op de maandag na de verkiezingen al zo’n beetje klaar met zijn verkennersrapport. VVD en PvdA konden samen gaan onderhandelen, concludeerde hij. Het was niet de snelste kabinetsformatie uit de geschiedenis, maar het was wel binnen vijftig dagen gepiept. Dat hebben Mark Rutte en Diederik Samsom tot aan het einde van de rit te horen gekregen: ze hadden hun principes veel te snel aan de kant gegooid.

Daarom heeft iedereen nu minder haast. Als het goed is gaan de partijen jarenlang met elkaar samenwerken, het is op zich dus ook niet gek dat onderhandelen tijd kost. Er is ook geen economische crisis die tot snelle bezuinigingen dwingt. Het is zelfs omgekeerd: hoe langer het duurt voordat een kabinet met nieuwe plannen komt en geld gaat uitgeven, hoe beter het is voor de overheidsfinanciën.

2. Alles stap voor stap

Formeren is faseren, zei Herman Tjeenk Willink ooit. Hij kon het weten, hij begeleidde diverse kabinetsonderhandelingen als informateur. VVD’er Mark Rutte zei het hem deze week na. Het betekent dat een verkenner moet kijken naar wat wel, maar vooral ook naar wat niet kan. Dat vergroot het draagvlak van een coalitie. Wil echt niemand met de PVV, ook al zijn ze de tweede partij geworden? En blijft de SP de VVD uitsluiten? Pas daarna wordt duidelijk – volgende week, waarschijnlijk – welke partijen als eerste om de tafel kunnen gaan.

3. Zorg ervoor dat je op het goede moment aan tafel zit

Het is helemaal niet gezegd dat de eerste onderhandelingen ook lukken. Dus wil je dan wel of juist liever niet meepraten? Dit is extra lastig omdat de partijen de volgorde van de onderhandelingen niet helemaal zelf in de hand hebben. Het is in ieder geval gebruikelijk, volgens Carla van Baalen, „dat grootste partij en een of enkele winnaars het eerst met elkaar om de tafel gaan”.

Jesse Klaver van GroenLinks heeft tien zetels gewonnen en zegt dat hij het liefst een coalitie zonder de VVD wil onderzoeken. Maar als de andere fracties die óók hebben gewonnen, denk aan het CDA en D66, het allemaal logisch vinden dat Mark Rutte wel bij de eerste combinatie zit, omdat de VVD veruit de grootste partij is, staat Klaver voor het blok. Laat hij die eerste ronde dan aan zich voorbij gaan? Dan loopt hij kans dat de VVD, het CDA en D66 eruit komen met de ChristenUnie en doet GroenLinks helemaal niet mee.

4. Mond dicht tegen journalisten

Als een groepje partijen eenmaal serieus met elkaar in gesprek gaat, maakt de volgorde van de onderwerpen niet zo gek veel uit voor het succes, zegt Carla van Baalen. Ze kunnen eerst alle moeilijke onderwerpen behandelen, dan zijn die maar uit de weg. Of juist eerst de makkelijke dingen, zodat als het lastig wordt, alle partijen aan tafel het idee hebben dat ze er al bíjna zijn. „Inhoud is belangrijk. Maar het maakt minstens zo veel uit of de partijen elkaar kunnen vertrouwen.”

Een mooie test voor dat onderlinge vertrouwen is de omgang met de media. Radiostilte is tijdens de formatie de norm. Als blijkt dat er wel gelekt wordt over de onderhandelingen, is dat natuurlijk funest. Bekend is dat dit misliep tussen PvdA’er Wouter Bos en Jan Peter Balkenende (CDA) in 2003. Van Baalen: „Ze hebben op allerlei manieren geprobeerd om aan dat vertrouwen te werken. Samen een hapje eten bijvoorbeeld. Dat hielp niet meer.”

Nu zijn minstens vier partijen nodig voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Hoe voller het is aan tafel, hoe groter de kans dat er iets uitlekt. Dat kan spannend worden.

5. Zorg voor draagvlak bij je fractie

In 2003 nam Wouter Bos steeds andere fractiespecialisten mee naar de onderhandelingstafel. Achteraf noemde hij dat onhandig: de anderen aan tafel wisten niet meer met wie ze nou onderhandelden.

In 2010 hielden de partijen die over Paars Plus onderhandelden, de VVD, PvdA, D66 en GroenLinks, er subgroepjes op na. Die spraken met elkaar over deelgebieden. Het werkte niet, al kwam dat niet alleen door het gerommel in die groepjes. De VVD wilde liever over rechts regeren met het CDA en de PVV.

Onderhandelingen gaan sneller als de partijleiders niet al te veel met hun fracties overleggen. In 2012 hielden Rutte en Samsom hun fracties er bijna helemaal buiten. De Tweede Kamerleden kregen op het laatst een paar uur de tijd om het regeerakkoord te lezen. Maar als de onderhandelaars hun fracties niet genoeg ‘meenemen’, zoals dat in Den Haag heet, is de kans groter dat er later problemen ontstaan.