Mini-roofvlieg is de ‘havik van de insectenwereld’

Het roofvliegje is zo klein als een rijstkorrel. Toch kan het vliegje met met zijn mini-ogen heel scherp zien.

Foto Thomas Shahan

Dit zijn de facetogen van een piepkleine maar dodelijke jager. Het Noord-Amerikaanse roofvliegje Holcocephala fusca wacht geduldig tot het een potentiële prooi ziet passeren, stijgt dan op en onderschept het doelwit in volle vlucht. Zijn gespecialiseerde ogen zijn het geheim achter een succesvolle jacht, concludeerde een internationaal team van biologen, vrijdag in Current Biology.

„Deze roofvlieg is de havik van de insectenwereld”, zegt Doekele Stavenga, biofysicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en co-auteur van het artikel. „Libellen jagen ook op zicht, maar zijn minstens tien keer groter en hebben enorme ogen met tienduizenden facetten.”

Het roofvliegje, zelf zo groot als een rijstkorrel, heeft niet zulke grote ogen. Het insect kan toch scherp en met hoge resolutie zien doordat de voorzijde van het oog is afgeplat en de facetten er sterk zijn vergroot. Zo ontstaat een lichtgevoelige plek op het netvlies die vergelijkbaar is met de gele vlek (fovea) van mensen, de plek op het netvlies waar het gezichtsvermogen het scherpst is.

Bij de onderscheppingsvlucht vliegt de roofvlieg aanvankelijk onder gelijkblijvende hoek op zijn prooi af. Op het laatste moment verandert de vlieg van koers en snelheid, om met een ingewikkelde bocht de pakkans te vergroten. De biologen vergelijken die manoeuvre met het overgeven van het stokje in een estafetterace. Dat gaat een stuk eenvoudiger als de lopers in dezelfde richting lopen en dezelfde snelheid hebben.