Cultuur

Interview

Interview

Xavier Torres-Bacchetta

‘Ik heb zijn charisma niet, er is maar één Johan Cruijff’

Jordi Cruijff

Een jaar na de dood van zijn vader kijkt Jordi Cruijff terug. „Hij was een onafhankelijk denker, geen pleaser.”

‘Ik heb me vaak afgevraagd: waarom de een wel en de ander niet? Ongezond leven, roken en stress vergroten de kans op kanker. Maar er zijn genoeg mensen die gezond leven en de ziekte toch krijgen. Hoe kan dat?”

Jordi Cruijff heeft amper plaats genomen op de bank in het Cruyff Institute in Barcelona, of hij analyseert een van de meest voorkomende doodsoorzaken. „Ik ben geen kanker-expert”, haast hij zich te zeggen. „Maar ik ben mij er sinds de ziekte van mijn vader wel meer in gaan verdiepen.”

Op 24 maart is het een jaar geleden dat Johan Cruijff aan longkanker overleed. Zijn zoon vliegt volgende week vanuit zijn woonplaats Tel Aviv naar Barcelona, waar zijn moeder en zijn twee oudere zussen wonen. „We hebben geen plannen”, zegt hij. „Misschien gaan we iets eten. Of niet. Het belangrijkste is dat we samen zijn.”

Jordi Cruijff praat over kanker in voetbaltermen. Het is een „duel”, dat een goede „verdediging” vereist. De tegenstander moet worden „bestreden”. De 43-jarige Cruijff, die in zijn mimiek veel op zijn vader lijkt, denkt dat er binnen afzienbare tijd een remedie voor kanker wordt gevonden. „We moeten leren hoe je iets aanraakt om het te bestrijden”, zegt hij in even cryptische bewoordingen als zijn vader.

Zag je vader zijn ziekte ook zo, als een gevecht?

Hij knikt. „Een gevecht waarvan hij tot het eind dacht dat hij het zou winnen. Natuurlijk wist hij dat het zwaar zou worden, maar hij hield zich vast aan flarden goed nieuws. Toen mijn vader een paar weken voor zijn dood hoorde dat de tumoren waren geslonken, en van kleur veranderd, kreeg hij hoop. Hij vloog naar Tel Aviv voor een vakantie. Dat heeft ons goed gedaan.”

De schok moet groot zijn geweest toen kort daarna het bericht kwam: het ziet er toch niet goed uit.

„Ja, maar zelfs tóen bleef mijn vader mentaal sterk. Naar de mensen om hem heen wilde hij uitstralen: ik geloof er nog in. Jullie ook? Met zijn broodje, zijn jus d’orange en een puzzelboekje ging hij naar de chemo. Hij zat daar geduldig, zo lang als nodig was. Ik kan wie daar boven rondhangt alleen maar bedanken dat hij nooit echt pijn heeft gehad. Hij heeft tot de laatste dag een normaal leven geleid: golfen, peddelen, lekker eten. Voor iemand als mijn vader, die een hyperactief, vrij mens was, was het belangrijk dat hij niet aan bed gekluisterd was. Mijn vader heeft nooit geleden, hij heeft er altijd in geloofd.”

De ziekte werd minder dan een jaar voor de dood van zijn vader ontdekt. Cruijff had een test laten doen door artsen die hem al dertig jaar kenden. Die stelden: het ziet er niet goed uit. „Dan kun je achteraf concluderen dat het snel is gegaan. Maar hij had er ook veel láter achter kunnen komen.”

Was je vader een optimist?

„Elk nadeel heb z’n voordeel, zei hij. Waar een ander chemo als destroyer ziet, zag hij het vooral als hulpmiddel. Niet: ik verlies mijn haar en voel mij rot. Maar: chemo is mijn beste vriend, het helpt mij de slechteriken overwinnen. Mijn vader was ijzersterk.”

Zag je hem veranderen door de ziekte?

„Hij heeft zijn leven lang hulp gegeven aan mensen die dat hard nodig hebben. Maar in dat laatste jaar werd die behoefte nóg sterker. Kort voor zijn dood zette hij zijn laatste handtekening onder een akkoord tussen de FC Barcelona Foundation, de Johan Cruyff Foundation en de Spaanse La Caixa Foundation. Voor vele jaren zullen die partners zijn non-profitorganisatie ondersteunen. Niet alleen financieel, maar ook door middel van awareness. Als spelers van FC Barcelona een Cruyff court openen, komen daar veel mensen op af. Door die handtekening heeft mijn vader de continuïteit van zijn foundation veiliggesteld. Hij was bijzonder trots op dat sleutelakkoord, wilde het graag presenteren. Dat heeft hij helaas niet meer gered.”

Tot vlak voor zijn dood werkte hij aan een autobiografie. Waarom was dat zo belangrijk voor hem?

„Als je weet dat je aan een levensbedreigende ziekte lijdt, kun je hoofdzaken beter van bijzaken onderscheiden. Een aantal mensen in dat boek is er goed vanaf gekomen. Mijn vader dacht toch: waar gáát onze ruzie nou eigenlijk over?”

In een recensie in de Financial Times zette voetbaljournalist Simon Kuper je vader neer als een rancuneuze man.

Cruijff haalt zijn schouders op. „Er zullen twee of drie mensen zijn tegen wie hij rancuneus was tot het eind. Maar er zijn een boel mensen bij wie hij heeft gedacht: that’s life. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn. Hij kon beter relativeren over mensen bij wie hij geen goed gevoel had.”

Hij had in het boek veel harder kunnen uithalen?

„Mijn vader kennende wel. Hij had een uitgesproken mening, was een onafhankelijk denker, geen pleaser. Voor sommige mensen heeft hij veel meer begrip getoond dan hij vijf jaar geleden had gedaan. Kanker laat je zien: waar zeiken we over?”

Heb je je vader door het boek beter leren kennen?

„In de jaren zeventig en tachtig voetbalde hij in de Verenigde Staten. Die jaren hebben meer impact op hem gehad dan ik mij realiseerde. In Amerika leerde hij hoe je de sport moet runnen. Daar ontstond ook het idee voor zijn foundation. Ik woonde er toen ook, maar huppelde vooral op straat rond met een bal. Dingen die mij toen niet opvielen, vielen mij tijdens het lezen van het boek wel op.”

Xavier Torres-Bacchetta

Klopt het dat je in het boek onbekende details las over de poging tot ontvoering van je vader in Barcelona, in 1977?

„Ja. Mijn ouders wilden liever niet dat ik bij vriendjes sliep als kind. Of dat ik op schoolreisje ging. Pas een paar jaar geleden vertelde mijn vader dat dat daarmee te maken had. In het boek werd dat verder uitgediept. De ontvoering was geen item aan de keukentafel in mijn jeugd.”

Mede door die ontvoeringspoging werden Jordi en zijn zussen Chantal en Susila beschermd opgevoed. „Laat de buitenwereld niet te veel binnen komen”, hield Johan Cruijff zijn kinderen voor. Veertig jaar later praat Jordi nog steeds met gemengde gevoelens over persoonlijke kwesties. Slechts een paar keer weidt hij uit, bijvoorbeeld over het hartinfarct van zijn vader. „Ik was zestien jaar en speelde bij de jeugd van Barcelona. Iemand kwam naar de training en zei dat ik snel naar het ziekenhuis moest. De situatie was niet florissant. Ik schrok en dacht: kan hij maar langer leven, ik ben er niet klaar voor. Ik heb er álles voor over om hem langer hier te houden.”

Voelden de jaren daarna als blessuretijd?

„Als ik hem mis denk ik: het had veel erger kunnen zijn.” Ik zou een zwaar leven hebben gehad als mijn vader jong was gestorven. Hij heeft vijfentwintig jaar extra geleefd. Daardoor heb ik een klein beetje vrede met zijn dood.”

Mijn moeder mist mijn vader nog elke dag, maar she is getting on with it

Wat mis je het meest aan je vader?

„Zijn charisma. Iemand met een grote presence laat een grote leegte achter. Dat het met kanker fout kan aflopen wist ik natuurlijk, maar toch overviel zijn dood mij. Ik was in shock.”

Voor zijn moeder was het nog zwaarder, zegt hij. Zijn ouders waren vijftig jaar samen. „Mijn moeder mist mijn vader nog elke dag, maar she is getting on with it.” Ik ben trots op hoe zij het doet. De stappen die zij heeft genomen. Ze laat zich veel zien bij evenementen die voor mijn vader belangrijk waren, zoals een open dag van de Cruyff foundation. Ze voelt dat ze iets voor hem doet. ‘Johan, ik zal mijn steentje bijdragen’.”

Je moeder heeft in al die jaren nooit een interview gegeven.

„Mensen willen de smeuïge verhalen weten, daar heeft ze geen zin in.” Ik vind dat prima. Johan Cruijff betekent voor iedereen iets anders. Sommigen zien de voetballer, anderen de trainer, weer anderen de eigenwijze analyticus. Voor haar was Johan haar man. Ze is de enige in de wereld die dat kan zeggen. Dan mag ze dat ook voor zichzelf houden.”

Je hoort het weinig in dit mediatijdperk: een partner van een beroemdheid die zich nooit laat interviewen.

„Je hebt mensen die graag in de publiciteit staan. Mijn moeder niet. Nooit gewild ook.”

Bijna dagelijks wordt Jordi op staat aangeklampt door vreemden. Mensen van alle leeftijden en achtergronden die over hun ontmoeting met ‘De Verlosser’ willen vertellen. Jordi ervaart „veel liefde en respect” en was verbaasd hoe vaak zijn vader onbekenden de helpende hand bleek te hebben toegestoken. „Een man vertelde me dat hij naar huis wilde vliegen, maar geen geld had voor een ticket. Johan kocht het voor hem – en vertelde er niemand over. Dat laatste vind ik misschien nog wel het meest typerend.”

Hij was een weldoener?

„Door zijn jeugd, ja. Hij is in 1947 geboren, vlak na de oorlog. Mijn opa overleed jong, hij werd opgevoed door mijn oma. Om het gezin te onderhouden ging zijn moeder schoonmaken bij Ajax. Ze hadden het niet breed, maar Johan leerde als jongen wel normen en waarden kennen. Nadat hij een contract bij Ajax had getekend zei hij tegen mijn oma: Mama, ik vind het niet normaal dat jij mijn spullen opruimt. Ik wil niet dat je nog langer bij Ajax werkt.”

Omdat Johan zelf geen goede opleiding had genoten – hij maakte de ulo niet af – vond hij het belangrijk dat er naar hem vernoemde opleidingen kwamen die topsporters de mogelijkheid bieden hun sport met een fulltime studie te combineren. „Mijn vader realiseerde zich dat zijn gebrek aan onderwijs een groot probleem had kunnen worden. Als hij zijn enkel had gebroken op zijn zestiende, wat was er dan van zijn leven terechtgekomen? In die tijd hadden ze niet een-twee-drie een oplossing voor dat soort breuken. Zijn kinderen heeft hij daarom altijd gepusht een goede opleiding te volgen. ‘Maak een plan B’, zei hij.”

Er is maar één Johan Cruijff, ik probeer niet in zijn voetsporen te treden

Jordi’s zussen Chantal (46) en Susila (45) wonen in Barcelona. Ze treden weinig in de openbaarheid. Susila is bestuurder van de Johan Cruyff Foundation. Ook Chantal heeft zich volgens Jordi voor de initiatieven van haar vader ingezet. Zelf werkt hij sinds 2012 als technisch-directeur bij Maccabi Tel Aviv. Met oud-voetballer Wim Jonk beheert hij de voetbalerfenis van zijn vader. Ze runnen een consultancybureau met de naam Cruyff Football.

Is de nalatenschap van Johan Cruijff een familieproject?

„Ik denk het wel.”

Hoe voelt het om hoeder te zijn van zo’n grote nalatenschap?

„Ik probeer te helpen, maar laten we eerlijk zijn: ik ben mijn vader niet. Ik heb zijn charisma niet, er is maar één Johan Cruijff. „Ik probeer echt niet in zijn voetsporen te treden.” De Cruyff foundation wordt al twintig jaar met succes gerund.”

Er valt niet zo veel te hoeden?

„Er zijn vele hoeders. Ik noem geen namen, want dan vergeet ik er vast een paar. Maar de mensen achter de schermen zijn vaak belangrijker dan het gezicht.” Later zegt hij dat veel mensen hun liefde aan zijn vader hebben getoond door het ondersteunen van de foundation na diens dood. „In moeilijke tijden leer je je vrienden kennen en daarvan heeft Johan Cruijff er veel gehad.”

„Mijn vader behoort tot de 1 procent die voor altijd herinnerd wordt”, heb je ooit gezegd.

„Misschien nog wel minder dan 1 procent. Veel mensen komen en gaan in het voetbal. Slechts enkelen hebben iets neergezet waar lang over gesproken zal worden. Mijn vader wordt al vijftig jaar genoemd als een van de tien beste voetballers van de wereld.”

Vind je dat Nederland hem voldoende eer betoont?

Er valt een korte stilte. Cruijff tuurt naar de tuin van het Cruyff institute, waar de fotograaf op zoek is naar the perfect spot. „In Nederland waren er veel losse praatjes over de Amsterdam Arena”, zegt hij. „Men vond het na mijn vaders dood belangrijk dat die naar hem werd vernoemd. Maar de gesprekken tussen Ajax, de Arena en de gemeente Amsterdam lopen al máánden. Laten we hopen dat het achteraf geen gebakken lucht blijkt te zijn.” Cruijff wil er verder niets over zeggen, maar laat doorschemeren dat elders in de wereld wél initiatieven worden ontplooid. „Ook dáár kan ik niets over zeggen”, grinnikt hij.

Je wekt de indruk dat je een haat-liefdeverhouding hebt met Nederland.

„Ik heb er van mijn zevende tot mijn veertiende gewoond. Volgde daar de internationale school. Als er een Nederlandse politicus op straat voorbij zou lopen, zou ik hem niet herkennen. Er woont geen familie meer van mij, ik heb geen reden naar Nederland te gaan. Wel voel ik mij verbonden met de Nederlandse sport. Ik volg alle Nederlandse sporters en clubs via apps en kranten op mijn telefoon.”

Je hebt een oranje sporthart?

„Absoluut.”

Na een uur wordt het tijd om af te ronden. Cruijff is slechts een paar dagen in Barcelona, hij moet zijn tijd verdelen tussen zijn kinderen (hij is gescheiden) en zijn werk. Hij houdt er een strak schema op na. Vaak is het moeilijk zijn aandacht voor langer dan een paar minuten te vangen, vertelde een van zijn naaste medewerkers.

Nog één keer komen we terug op zijn beroemde vader. Wat vond hij diens mooiste eigenschap? „Voetbal is een emotioneel spelletje”, zegt hij. „Fans raken geëmotioneerd, vaak meer dan de profs. Drie keer achter elkaar verliezen en iedereen valt over je heen. Die acht jaar dat mijn vader FC Barcelona trainde waren dodelijk. Van de buitenkant ziet het er leuk uit, maar hij heeft het als stressvol ervaren. En toch heeft hij daar nooit wat van laten blijken. Johan is altijd vader gebleven. Zodra hij de sleutel in het slot stak, was hij er voor ons. Nooit nam hij zijn irritatie mee naar huis. Daar heb ik super veel respect voor. Zelf zou ik het niet kunnen.”