Jarenlang afzien voor een plek bij geneeskunde

Toelatingsselectie studies

Wie geneeskunde, of een andere studie met een numerus fixus, wil gaan studeren moet eerst door de toelatingsselectie komen. Bedrijfjes helpen daarbij. Of selectie zin heeft is de vraag.

Zesdejaars geneeskunde Ilias Attaye geeft in Leiderdorp training aan jongeren die tot die studie willen worden toegelaten. Foto’s David van Dam

Na schooltijd werken voor een huisarts, helpen in een verzorgingshuis of een gehandicapt kind bijstaan. Zitting nemen in de leerlingenraad. Excellentieprogramma’s of een Premedprogramma op school in samenwerking met de Erasmus Universiteit. Paardrijden met gehandicapten. En middenin schoolexamentijd een universitaire toets voorbereiden en tezelfdertijd meedoen aan de derde ronde van de Griekse vertaalolympiade. Dat zijn de dingen die scholieren ondernemen om toegelaten te worden tot de studie geneeskunde, waar slechts een derde van de gegadigden terecht kan. Wie dat er allemaal voor over heeft moet wel gemotiveerd zijn.

Voor kandidaten voor geneeskunde en tientallen andere studies met een numerus fixus is het eindexamen vwo niet meer genoeg om te worden toegelaten. Met getuigschriften, vrijwilligerswerk, speciale cursussen en extra toetsresultaten moeten ze laten zien dat ze geschikt en gemotiveerd zijn. Sinds dit jaar is loting afgeschaft en moeten de faculteiten zelf hun selectiemethode bepalen.

Vooral voor jongeren die geneeskunde willen studeren heeft dit tot gevolg dat ze in hun middelbare schooltijd voorbeeldige personen moeten zijn geweest die altijd klaar stonden voor ouderen en hulpbehoevenden. De interesse voor medicijnen moet er al vanaf jongsaf aan in hebben gezeten.

De toelating tot fixus-studies begint te lijken op die in Amerika waar middelbare scholieren al vroeg moeten werken aan het veroveren van een plaats aan een goede universiteit. De eindexamencijfers tellen niet meer mee. Op 15 april, ruim voor het eindexamen, krijgen kandidaten een rangnummer voor toelating tot de opleiding. Wie boven die numerus fixus zit, mag er niet in, tenzij reeds toegelaten kandidaten afvallen, bijvoorbeeld doordat ze gezakt zijn voor het eindexamen.

Bedrijventerrein

Artsen en universitair medewerkers hebben gespecialiseerde trainingsbedrijfjes opgericht die kandidaat-studenten trainen in presentatie en het maken van de toetsen voor fixus-studies. Bij geneeskunde richten die bedrijven, met namen als Profact Academy of Decentrale Selectie Training, zich op specifieke faculteiten. Zo ook het bedrijf DeCu, dat aan het begin van elk jaar aspirant studenten in een kantoor voor startups op een bedrijventerrein in Leiderdorp helpt met toelating tot de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Erasmus Universiteit en de Rijksuniversiteit van Groningen.

Lees ook: Toch lange rijen voor ‘crepeerstudies’

Op een zaterdagmorgen in maart zitten er zeventig geneeskunde-kandidaten. Ze krijgen uitleg over een medisch onderwerp dat ze moeten voorbereiden voor een toets van de Vrije Universiteit van Amsterdam, een week later. Deze mensen hebben de eerste sollicitatieronde van de VU, waarin ze zich moesten presenteren, al overleefd. Sommigen hadden al eerder naar een medische opleiding gesolliciteerd, maar waren uitgeloot of haalden de test niet. Bryan Loobeek, derdejaars student biomedische studies, dingt voor de derde keer mee naar een studieplaats. „Ik weet nu meer over de stof die ze hier vragen. Mijn cijfers staan ook een stuk hoger”, zegt hij hoopvol.

Van tevoren is aan de kandidaten gevraagd wat voor stof ze behandeld willen hebben. Het zijn typisch medische onderwerpen over wondgenezing, botbreuken en over een medisch artikel dat voor de toets moest worden gelezen.

Docent Ilias Attaye legt uit wat een fractuur is en wat de genezing daarvan beïnvloedt. Wat zijn zogenoemde „complexe” botbreuken? Er verschijnen een paar dia’s van beenbreuken waaronder een bloedige versplinterde fractuur die niet meer goed valt te helen. Voor een leek is het betoog goed te volgen, afgezien van zijn antwoord op een gedetailleerde vraag over „granulatiekorrels”.

Attaye is zelf zesdejaars student geneeskunde en doceert als student assistent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Met zijn oudere zus Tamana, arts op een afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis, heeft hij DeCu opgericht.

Afgelopen zaterdag was de voorbereiding op de toets aan de VU aan de beurt die precies een week later zou worden gehouden. In andere weekeinden komen de gegadigden voor de andere opleidingen aan de beurt. Attaye vraagt de deelnemers achteraf naar hun ervaringen. Op de website staan de slagingspercentages: in het studiejaar 2014-2015 werd 80 procent van de deelnemers geplaatst, in 2015 tot 2016 was dat 71 procent.

Valse hoop

De selectie moet de kans op studie-uitval zo klein mogelijk maken. Maar veel testmethoden blijken slechts matig voorspellend te zijn. „De selectie kost veel geld en levert niet veel op”, zegt psychologe Anouk Wouters die dit jaar aan het VU medisch centrum promoveerde op de effecten van selectie voor geneeskunde aan de VU en de universiteiten van Amsterdam en Groningen. „In mijn onderzoek vond ik geen verschillen in studieprestaties via loting en selectie. Er wordt meer onderzoek naar gedaan en soms worden er wel verschillen gezien en soms niet. En de verschillen zijn, indien aanwezig, klein. Niet altijd is selectie beter dan loting.”

Geneeskunde heeft toch al een hoog studierendement en weinig uitval. De studenten zijn meestal gemotiveerd. Een numerus fixus schrikt veel kandidaten af. Een goede selectie kan het aantal geschikte studenten hooguit met een paar procent verbeteren.

Volgens Wouters zijn eindexamencijfers de beste voorspeller van studiesucces maar die tellen dit jaar juist niet meer mee. Voorheen werd iemand met gemiddeld een 8 zonder verdere selectie of loting geplaatst. Nu moeten scholieren in het voorlaatste jaar van hun opleiding hard werken om hoge overgangscijfers van 5 naar 6 VWO of van 4 naar 5 Havo te halen, die meer kans geven op plaatsing bij een van de fixus-opleidingen.

Voor hun selectie zetten faculteiten allerlei middelen in. Een slechte voorspeller is het interviewen van de kandidaat. Een goede presentatie zegt niet veel over motivatie. Beter zou selectie door middel van een reeks interviewtjes achter elkaar zijn, de zogenoemde mutiple mini-interviews. Door de VU wordt goed naar het cv gekeken, met name naar de buitenschoolse activiteiten.

Geneeskunde aan de Vrije Universiteit toetst studievaardigheden door een voorbereidend college geneeskunde waar later op wordt getoetst. Ook zijn er tests met figurenreeksen en andere opgaven die een beroep doen op studievaardigheden, intelligentie en logisch redeneren.

Wouters vindt trainingen als die van DeCu niet zinvol. „Dat soort bedrijfjes pretendeert te weten wat er gaat gebeuren in die selectie. Maar wij hebben onderdelen waar je niet voor kunt trainen. Het geeft misschien valse hoop aan kandidaten”, zegt ze. Ze wil het effect van dergelijke trainingen op het resultaat van de selectie nog onderzoeken. „Het idee dat je geen geld hebt voor zo’n training en anderen wel, kan afschrikken. Daar zit ongelijkheid in. Voor het bevorderen van de diversiteit moet toch een andere oplossing zijn.” Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) schreef in antwoord op Kamervragen dat dergelijke cursussen de kansenongelijkheid kunnen vergroten.

Het publiek van het trainingsbedrijfje DeCu laat een genuanceerder beeld zien. Grofweg de helft van de aanwezigen, vooral de mannen, heeft een niet-westerse achtergrond. Er zijn ook vrouwen met hoofddoeken. Dat is opmerkelijk omdat er doorgaans relatief weinig minderheidskandidaten zijn voor geneeskunde. Deze cursisten konden de 195 euro betalen voor twee weekends oefenen en extra materiaal. Wie alleen het eerste weekeinde doet, waarin de kandidaten worden geholpen met het invullen van de formulieren en hun cv, is slechts 50 euro kwijt.

Hoe leer je je anders presenteren als je ouders bijvoorbeeld niet werken

Docent Attaye, zelf van Afghaanse afkomst, zegt dat juist mensen uit minderheidsgroepen baat hebben bij de extra training. „Hoe leer je je anders presenteren als je ouders bijvoorbeeld niet werken”, zegt hij. Vooral mensen die zich onzeker voelen en zich anders misschien laten afschrikken door zo’n selectie, zouden zelfvertrouwen krijgen door de twee trainingsweekeinden. „Als je ouders hebben gestudeerd, ben je in het voordeel. Van zo’n twintig procent van de medicijnstudenten is een van de ouders arts. Die studenten hebben een voorsprong”, zegt hij.

Ondanks alle nadelen van de zware selectie zou vrijwel geen van de geneeskundekandidaten de loting terug willen. Derdejaars pedagogiek Lisa van der Velde viel twee jaar eerder af voor geneeskunde door loting. Door haar werk in zorginstellingen is haar liefde voor het vak geneeskunde sindsdien alleen maar groter geworden. „Je hebt het met selectie zelf meer in de hand”, zegt ze optimistisch.

    • Maarten Huygen