Opinie

    • Janan Ganesh

Hoog spel in strijd om Brexit en Schotse onafhankelijkheid

De invloed van de dwarse Schotten brengt premier May in het nauw. Een referendum over onafhankelijkheid maakt kans, denkt
illustratie morten Morland

De merkwaardigste stam in de Britse politiek wordt gevormd door de anti-Europeanen, van wie er helaas ook een aantal aan de kabinetstafel zitten. Eerst hebben ze besloten afstand te doen van de grootste exportmarkt van het Verenigd Koninkrijk – Europa – en de zeggenschap over de regels die daar gelden. En nu gaan ze Schotland aanraden om juist geen afstand te doen van zijn grootste exportmarkt – Engeland – en de zeggenschap over de regels die daar gelden. We zouden deze mensen kunnen vragen ons hun bijzondere logica uit te leggen, ware het niet dat we inmiddels met de gevolgen te maken hebben.

Het besluit van de Schotse premier Nicola Sturgeon om af te koersen op een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid, hangt al sinds afgelopen zomer in de lucht. De Brexit is de „wezenlijke verandering” die de premier eerder een rechtvaardiging heeft genoemd om de in 2014 door de Schotten afgewezen afscheiding nogmaals een kans te geven. Het recente Londense enthousiasme voor een harde exit – uit de Europese interne markt, uit de douane-unie, misschien wel uit elk geformaliseerd handelsverband – heeft haar min of meer voor het blok gezet.

Op het eerste gezicht zet Sturgeon de Schotse zaak en haar hele politieke carrière op het spel. Als ze zo snel na het eerste referendum ook een tweede zou verliezen, is ze oud voordat er ooit nog een derde komt. De opiniepeilingen wijzen tot deze maand niet op een piek in het nationalisme en ook nu blijft het een gok. De Schotse olie-export is sinds 2014 in prijs gedaald. Als alternatief voor het pond is de euro niet zoveel aantrekkelijker.

Maar een opsomming van de risico’s gaat ervan uit dat Sturgeon per se een referendum wil. De kleine lettertjes van haar aankondiging – ze wil een stemming ergens tussen het najaar van 2018 en het voorjaar van 2019 – duiden daarentegen op een plan B.

Sturgeon moet weten dat voor Theresa May een referendum onbespreekbaar is tijdens de onderhandelingen over het Britse vertrek uit de EU, waaraan May binnenkort hoopt te beginnen. Sturgeon heeft een verzoek ingediend dat bedoeld is om te worden afgewezen, zodat ze in elk geval een grief heeft om het nationalisme mee op te poken.

Ook heeft ze een bepaalde invloed op de onderhandelingen zelf gekregen. May kan niet op harde exit-voorwaarden uit de EU stappen zonder het gevaar te lopen dat ze Schotland kwijtraakt, want daar heeft drie vijfde van de kiezers vóór de EU gestemd.

Zulke voorwaarden zouden niet alleen een wezenlijke bedreiging vormen voor een kleine handelseconomie, maar ook de Engelse hooghartigheid tegenover het kleinere Schotland laten zien. Maar als May een zachtere lijn kiest, moet ze het recht om buitenlandse handelsafspraken te maken opgeven (om in de douane-unie te blijven) of het vrije verkeer van personen accepteren (de voorwaarde om in de interne markt te blijven).

Het eerste zou de doodsteek voor haar politieke visie betekenen, haar premierschap zou het tweede niet overleven. Deze keuzen zijn nog verder te verfijnen, maar alleen tot op zekere hoogte. Uiteindelijk moet ze of de anti-Europeanen of de Schotten tarten.

Dit alles maakt goed de toenemende invloed voelbaar van premier Sturgeon. Na twee jaar van besprekingen zal zij naar voren komen als de leider van een gekrenkt volk, of als de rem op het soort exit dat de rest van het Verenigd Koninkrijk in meerderheid wilde. Ga maar na wat een druk op de Britse unie dit hoe dan ook tot gevolg zal hebben. Ook als ze geen referendum weet te bewerkstelligen, kan Sturgeon toch de zaak van het nationalisme voor de toekomst versterken.

En komt die stemming er wel, dan is ze beter toegerust dan haar voorganger om deze te winnen. Die opereerde heel gewiekst, maar Sturgeon is milder jegens de vele Schotten met centrum-rechtse standpunten, heeft meer aandacht voor de moeilijke vraagstukken over de munt en de financiën waar de nationalisten de vorige keer over struikelden, en is minder opvallend in de ban van het pure politieke spel. Ook kan zij het perspectief oproepen van beknibbelende Conservatieve regeringen van Londen tot zover de horizon maar reikt.

In 2014 was de zelfvernietiging van de Labour-partij nog niet begonnen. Sturgeons eigen partij is vele malen groter dan toen. En de verzamelde tegenkrachten in een referendumcampagne zouden versplinterd zijn, omdat Labour verschrompelt en omdat de eurosceptische Tories zouden besluiten dat hun haat tegen Brussel groter is dan hun liefde voor Schotland.

Mays beste hoop hiertegen is om de Brexit te verwezenlijken en vervolgens de eventuele keuze voor Schotse onafhankelijkheid voor te stellen als een groter risico dan ooit. Het is één ding om binnen de EU te blijven, maar een Schotse ‘herintreding’ in de EU zou nog iets heel anders zijn. Er zijn complexe overgangsproblemen en andere beletselen.

Ook kan ze de Schotten nog proberen bang te maken met het idee dat Schotland, dat aanvankelijk trouwhartig voor beide unies stemde – de Britse en de Europese – na een ‘Scoxit’ een tijdje van geen van beide lid is. Dat is een smalle basis voor een unie, maar de premier heeft weinig te kiezen.

    • Janan Ganesh