Hoe je zonder stress een vangnet spant

To-do-lijstje

Zenuwachtig over alle geldzaken die je moet organiseren als je begint als zelfstandige? Niet nodig. Het is best overzichtelijk.

Illustratie XF&M

Als je voor jezelf begint, zijn er meestal duizend-en-één praktische zaken die je aandacht vragen. Na inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het regelen van een werkplek, ben je druk met het tevreden stellen van je opdrachtgevers en het zorgen voor méér werk.

In die fase lijkt het misschien een luxekwestie om na te denken over langdurige ziekte en pensioen. Alsof je als kersverse zzp’er je handen niet vol hebt aan het zeker stellen van je dagelijks brood.

Dat is een misvatting. Bij ondernemen hoort dat je óók nadenkt over de lange termijnrisico’s. Je moet per slot van rekening zelf voor een vangnet zorgen.

Bovendien is het makkelijker dan je denkt en niet per se duur. Stap één: besluit welk van de volgende drie risico’s volgens jou als eerste om aandacht vraagt. En bedenk welke je (voorlopig) voor lief neemt. Dan is het straks makkelijker om – bijvoorbeeld als je omzet stabieler is – één voor één de andere punten op je to-do-lijst te regelen.

1. Zorg voor een financiële buffer voor slappe tijden

Voor zzp’ers, met meestal onzekere inkomsten, is een buffer echt noodzaak. Elke zelfstandige heeft wel periodes met minder werk. Een buffer dekt minimaal enkele maanden en liefst een half jaar tot een jaar van je vaste werk- en privélasten.

Hoeveel geld je nodig hebt, varieert per persoon: woon je alleen, ben je kostwinner, hoe hoog is je huur of hypotheek? Op nibud.nl kun je je totale uitgaven berekenen. Op wijzeringeldzaken.nl worden verschillende digitale huishoudboekjes (zoals apps) met elkaar vergeleken. Maar een old skool kasboek (voor een paar euro in de kantoorboekhandel) of een zelfgemaakte in Excel werkt ook prima.

Weet je hoeveel geld je nodig hebt voor je buffer, open dan een spaarrekening en sluis geld dat je niet nodig hebt voor de vaste lasten daarheen. Kies een vast bedrag per maand via een automatische overschrijving (een klein bedrag van 50 of 100 euro kan ook, als je weinig verdient) en spaar extra als er meevallers zijn. Zo bouw je langzaam een buffer op.

Reserveer geld voor inkomsten- en omzetbelasting apart. Zzp’ers hoeven over de eerste 10.000 à 20.000 euro omzet geen IB te betalen vanwege fiscale voordelen zoals de startersaftrek. Het Handboek Eigen Baas legt uit hoe je zelf berekent wat je hiervoor opzij moet zetten.

2. Garandeer een gezond inkomen in geval van langdurige ziekte

Een zzp’er krijgt als hij ziek is geen uitkering, zoals een werknemer. Hij kan wel een beroep doen op de bijstand, maar pas als hij zijn vermogen (huis, pensioenvoorziening) goeddeels heeft opgegeten.

Het is niet per se duur om de kosten van bijvoorbeeld langdurige ziekte af te dekken. Het afgelopen decennium zijn er laagdrempelige voorzieningen en financiële producten bijgekomen, mede onder druk van belangenclubs van zzp’ers.

Zo kun je je aansluiten bij een Broodfonds: een groep van 20 à 50 zelfstandigen die samen geld opzij zetten op een bankrekening. De inleg varieert van 33,75 tot 112,50 euro per maand. Wordt iemand ziek, dan krijgt hij of zij na één maand (afhankelijk van de inleg) een bedrag van 750 tot 2.500 euro per maand uitgekeerd, voor maximaal twee jaar. Op broodfonds.nl staat welke groepen openstaan voor nieuwe leden.

Een Broodfonds stoelt op onderling vertrouwen. Hoe weet je of iemand echt ziek is? In de praktijk leidt dit volgens de BroodfondsMakers, die de in totaal 245 broodfondsen van Nederland intensief begeleiden, zelden tot problemen.

Als een broodfonds onvoldoende geld heeft, omdat het net opgestart is of veel zieken heeft, springen andere broodfondsen bij. Meer dan 100 broodfondsen betalen om beurten mee; elk lid is hooguit enkele euro’s per maand extra kwijt.

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is voor veel starters niet haalbaar. Uit Handboek Eigen Baas blijkt wel dat je voor een dekking op bijstandsniveau een polis kunt krijgen tegen een jaarlijkse premie van minder dan 1.000 euro. Dan krijg je als stel circa 1.400 euro per maand en als alleenstaande iets minder dan 1.000 euro. Maar bij een AOV gelden veel mitsen en maren, waardoor de premie omhoog kan schieten. Bijvoorbeeld als je volgens de verzekeraar een risicovol beroep hebt, je wat ouder bent of bij ziekte gelijk een uitkering wilt.

Daar staat tegenover dat een broodfonds na twee jaar ziekte stopt met schenken. Tegen die tijd is 98 procent van de zieken hersteld, blijkt uit een studie van TNO uit 2012 onder ruim 22.000 werknemers. Vind je dit risico toch te groot, sluit dan in aanvulling op je broodfonds een AOV af die na twee jaar begint met uitkeren. Dat drukt de premie sterk. Oriënteer je op AOV-vergelijken.nl en verzekerenvoorzelfstandigen.nl en ga na of je via je beroepsorganisatie een voordelige polis kunt afsluiten.

3. Kies hoe je geld gaat genereren voor je pensioen

Ook zzp’ers krijgen na hun pensioen AOW, maar van dat bedrag kunnen de meeste mensen niet leven. Zet dus geld opzij, zeker als je nooit in loondienst hebt gewerkt en geen pensioen via je oude werkgever(s) opbouwt.

Pensioen opbouwen kun je redelijk eenvoudig en goedkoop zelf doen door te beleggen in indexfondsen, via online platforms zoals DeGiro of Alex.

Te veel gedoe? Kies dan voor een mandje van indexfondsen dat al voor je is geselecteerd. Bijvoorbeeld Meesman (Voorbeeldportefeuilles) en Binck (Alles-in-1 Portefeuilles) bieden die aan. Dat is nog steeds goedkoop: de kosten zijn hooguit 0,5 procent van je belegde vermogen per jaar. Meesman haalde de afgelopen zeven jaar het hoogste rendement.

Er is nog een optie. De afgelopen jaren zijn pensioenachtige producten opgezet waarmee zzp’ers flexibeler en goedkoper kapitaal kunnen opbouwen dan bij een traditionele bank of verzekeraar. Bij Loyalis/ZZP Pensioen, een samenwerkingsverband van pensioenuitvoerder APG en vier zzp-belangenclubs, kun je kiezen uit drie beleggingsfondsen.

Bright Pensioen is opgezet door zelfstandigen die zeggen tegen kostprijs te werken en geen winstmaximalisatie nastreven. Zij beleggen je geld in drie indexfondsen. Voordeel van deze producten is dat zij volgens een lijfrente-constructie werken. Daardoor is je inleg fiscaal aftrekbaar. Nadeel: beide initiatieven bestaan pas sinds 2015. Te kort dus om te weten of ze op lange termijn een goed rendement halen.

    • Rentsje de Gruyter