Recensie

Hier klopt de polsslag van de tijd

In de verhalenbundel ‘Als dit zo doorgaat’ buigen 24 schrijvers zich over de toekomst na de inauguratie van president Trump. Een brandend actueel boek.

illustratie Paul van der Steen

Maandagochtend las ik het verhaal ‘Dossier X’ van Gustaaf Peek, dat even refereert aan 6 mei 2002, een maandag vlak voor de verkiezingen, de dag waarop Pim Fortuyn vermoord werd. Er doemde de optie van een parallel op: deze maandagavond was er een debat, waar degene om wie deze verkiezingen draaiden voor het eerst zou verschijnen. In Peeks verhaal inspireert de moord op Fortuyn een groep mannen, ze leerden ervan en zij plegen een politieke moord die nog beter lukt, hun motieven ongewisser, de maatschappelijke ontwrichting daardoor groter.

Dit weekend las ik het verhaal van A.F.Th. van der Heijden, ‘Lof der leugen’, over president Tsaar, ‘president aller Russen’, die wegkomt met het neerhalen van een passagiersvliegtuig, omdat zijn macht zo ver reikt dat hij alle rechtsstatelijke reddingsboeien lek kan prikken. Ondertussen maakten we ons zorgen over een andere despoot, uit Turkije.

En woensdagochtend, net na het stemmen, las ik het ijzingwekkende ‘De neuzen van onze laarzen’ van Walter van den Berg, waarin een knokploeg die zich ‘Meeuwen’ noemt de Amsterdamse wijk Slotervaart in trekt om daar ‘moslims en deugmensen’ te gaan aanpakken. Het wordt een ordinaire pogrom – ‘Progrom!’ volgens een van de deelnemers, een niet zo snuggere. Deze woensdagochtend voelde dit verhaal als mogelijke werkelijkheid, als het ergste, maar zeker niet minst denkbare geval.

Wild plan

De polsslag van de tijd, van nú, klopt als een waanzinnige in Als dit zo doorgaat, de bundel waar deze verhalen in staan. De bundel ontstond als ‘wild plan’ pas anderhalve maand geleden, na de inauguratie van Trump, vertelt de initiatiefnemer, schrijver Auke Hulst (1975), in het voorwoord. ‘Als dit zo doorgaat’ werd het uitgangspunt, waarbij de deelnemende schrijvers ‘dit’ in engere zin konden opvatten als de opkomst van het populisme, en in ruimere zin als de toestand van de huidige wereld. Vierentwintig schrijvers schreven op stel en sprong een bijdrage – alleen het verhaal van Van der Heijden is afkomstig uit zijn MH17-roman-in-wording. (Het is alsof A.F.Th. smalend grinnikte: een verhaal over een actueel onderwerp, ik schrijf niets ánders.)

Wie dus nog beweert dat de Nederlandse literatuur een reservaat voor wereldvreemde navelstaarders is, is definitief af.

Brandend actuele verhalen, maar het zijn ook goede verhalen – om inhoudelijke én stilistische redenen. Ze zijn goed opgebouwd en goed geschreven, altijd doordacht en soms dubbelzinnig, en profetisch maar overtuigend. Tegenvallers zijn er, daar ontkom je bij zo’n project niet aan, maar die zijn op één hand te tellen. Dat is een behoorlijk verheugende score. Bovendien maken de hoogtepunten veel meer indruk, ook dankzij de verscheidenheid van hun inhoud.

Jan van Mersbergen schrijft diep ontroerend over een voetbalteam dat probeert afscheid te nemen van een teamgenoot die moet emigreren: zijn gezin is in het buitenland als een inreisverbod van kracht wordt. Wytske Versteeg vervlecht in haar verhaal haarfijn de aftakeling van een ziek lichaam met de afbrokkeling van een mensbeeld. Lieke Marsman schreef een activistisch gedicht, een poëtische tirade die duidelijk maakt hoe de invasie van de buitenwereld navelstaren onmogelijk maakt – want het ware antwoord (dat we niet kregen) op de vraag of we bang moeten zijn, luidt: ‘Nee, we moeten niet bang zijn, maar dankbaar / dat we zoveel chaos en verwarring geschapen hebben / dat ieder wezenlijk gevaar / in ieder geval niet van buiten zal komen’.

A.H.J. Dautzenberg schreef cultuurpessimistische satire, hij ontwierp een beangstigend grappige ‘bol.com CPNB Top 40’, de bestsellerlijst van begin 2027, als een neo-nationalistische VOC-mentaliteit de poenverdeling in de boekenwereld bepaalt. Frank Westerman deelt ook mokerslagen uit in een meesterlijk opgebouwd literair essay over ‘invasieve exoten’ en de normalisering van xenofobie, over de Oostvaardersplassenfilm De nieuwe wildernis als het nieuwe Nibelungenlied en Orwells Animal Farm als Trump-doctrine: ‘De opstand van de varkens is inmiddels geslaagd; de elite is verjaagd uit de zetel van de macht.’

Jamal Ouariachi varieert in ‘De zaak 17/26’ op Harry Mulisch’ De zaak 40/61, en doet op zijn beurt verslag van een strafzaak tegen een politicus die ‘de rechtstaat heeft gesloopt’ en dan geen peroxide-blonde kuif meer draagt. Daarbij kruipt Ouariachi voortreffelijk in de rol die Mulisch ook had, die van morele deelnemer aan het proces, een rol die hem als Marokkaanse Nederlander te beurt valt. Want, zoals zijn alter ego schrijft, ‘in al die jaren in vrijheid, tot ver voorbij mijn dertigste, wilde ik geen Marokkaan zijn, wilde ik eigenlijk niets met die hele cultuur en dat volk te maken hebben, maar toen begonnen anderen mij Marokkaan te vinden. Ineens was ik voor anderen wat ik voor mezelf nooit geweest was.’

Zo’n verhaal, ik las het vóór woensdag, lijkt inmiddels wat meer sciencefiction dan toen deze bundel vorige week verscheen: het gevaar van de peroxide-blonde rechtstaat-sloper is sinds midden deze week iets minder reëel geworden. De rechts-nationalistische pogrom van Van den Berg ondenkbaarder. Dat werpt een vraag op over de waarde van Als dit zo doorgaat: maakt de verkiezingsuitslag, de populistische revolte die niet kwam, de verhalen niet al gedateerd? Is er nu van Als dit zo doorgaat eigenlijk niet veel meer over dan een mooi tijdsbeeld van de donkere stemming onder schrijvers in februari 2017?

Twee stappen verder

Dat valt, op donderdag, mee. Afgezien nog van het feit dat onze verkiezingen echt geen invloed hebben op Amerikaanse inreisverboden, komt dat vooral doordat de beste verhalen al een stap verder deden dan het beschrijven van wat er zou gebeuren ‘als dit zo doorging’. Ze gingen twee stappen door, minstens. Daarom maakte dat verhaal van Gustaaf Peek over die politieke moord zoveel indruk. Het draait juist om de ongrijpbaarheid van de daders en de uitgebleven opheldering van hun motieven: ‘Wie weet of de wereld nu in de toekomst leeft die ze hoopten te creëren of dat ze iedereen dieper in hun nachtmerrie hebben gejaagd.’ Zo’n verhaal bekruipt je, omdat het gaat over onze tijden van nepnieuws en toegenomen technische verfijning. Daarom was Walter van den Berg ook zo goed: het gaat niet alleen om de rel, maar om het hoe en waarom van die relschopper. En zoals Ouariachi schrijft: ‘Domheid is overal domheid, het zwijgende meebewegen van de massa is overal hetzelfde.’

‘Literatuur kan simultaan hyperactueel zijn en de tijd overstijgen’, schrijft Hulst. Dat blijkt andermaal waar: deze fictie doet ertoe, nu en straks. Het is te hopen dat dit zeer geslaagde wilde idee zo snel mogelijk navolging krijgt.

    • Thomas de Veen