Column

Gematigde burgers claimen Europa terug

Sommige mensen postten woensdagavond een foto van Geert Wilders met Marine Le Pen en Frauke Petry. Daarbij de tekst: ‘One down, two to go’. Zo is het. Je kunt het nog sterker stellen. De Oostenrijkers kozen in december óók tussen een pragmatische, pro-Europese liberaal en een eurosceptische extreemrechtse populist die dweept met ‘sterke leiders’ als Poetin en Trump. Ook toen werd de populist, waar heel Europa voor sidderde, flink op zijn plek gezet. Dus het is eerder: ‘Two down, two to go’.

Overal in Europa begint de ruime meerderheid van gematigde burgers zijn stem te vinden. Het regent ineens initiatieven van burgers die wel veranderingen willen, maar niet van plan zijn om daarmee de Europese Unie en nationale democratieën kapot te laten vallen. Integendeel: ze willen beide oplappen, sterker maken. Tot nogtoe zwegen deze mensen.

Ze waren confuus. Het politieke gevecht is niet meer tussen links en rechts, maar tussen een open en een gesloten samenleving. De populisten voelden zich meteen thuis in die nieuwe dichotomie. Andere burgers niet. Ze waren geïntimideerd door het geschreeuw van de populisten. Door de barrage aan onderbuikredeneringen die opeens synoniem heetten met ‘democratie’. Door de simplistische antwoorden die Wilders of Le Pen bedachten voor reële problemen en angsten. De burger is niet gek. Hij vond alleen zijn stem alleen even niet.

Dat verandert. Deze zondag worden er in vijftig Europese steden in zeven landen pro-Europese bijeenkomsten gehouden. Dit initiatief, Pulse of Europe, begon in januari met vierhonderd man op een plein in Frankfurt. Nu zijn er vijftigduizend volgers op Facebook. Een van de organisatoren is de 49-jarige Stephanie Hartung, advocate. „De eerste demonstratie van mijn leven,” zegt ze, „was mijn eigen demonstratie. Het voelt goed. De populisten domineren elk debat, terwijl maar een op de acht, negen burgers sympathiseert met Wilders of Petry. We moeten het initiatief terugpakken en de meerderheid zijn stem teruggeven.”

De ironie is dat Europa steeds meer een burgerproject wordt.

Operatie Libero Nederland werd opgezet door vijftigers en zestigers. Om dezelfde reden. Geënt op de Zwitserse studentenbeweging die binnen één jaar drie gevoelige referenda won, probeerden de initiatiefnemers op straat en op Internet een tegengeluid te geven. „Naïevelingen”, zei iemand. „Die slaan geen deuk in een pakje boter”. Maar dat Libero werd opgericht, is wel een signaal dat er iets gebeurt in de samenleving. Ineens nemen onbekenden het voor je op – kalm, goedgehumeurd, beargumenteerd – als je op Facebook uitgescholden wordt.

Ook is er NoNexit, een broer en zus die waarschuwen voor een exit uit de EU. Hun Europa-kennis is beperkt, hun enthousiasme aanstekelijk oprecht. Verder zijn er De Straat Op en In Beweging, die met kiezers debatteren over politiek. En kijk eens elders in Europa. Zestig organisaties organiseren op 25 maart een Europa-mars in Rome, om de verjaardag van het verdrag van Rome te vieren. Twee jonge Berlijners, Herr & Speer, willen elke Europeaan op zijn achttiende verjaardag een gratis Interrailkaart geven – zodat Europeanen elkaar ontmoeten. In Brussel wordt dat al opgepakt. In Wenen organiseert Katharina Moser huisbezoeken bij mensen uit andere EU-landen. Organisatoren van de ‘Hug A Brit’-actie die Britten moest overhalen om Bremain te stemmen, broeden op een pan-Europees project. Diverse burgers componeren Europese manifesto’s.

Gutmenschen? Meer dan dat. Zonder gemotiveerde vrijwilligers was Alexander Van der Bellen nooit president geworden. Zijn campagne leunde op hen, tot in bergdorpjes. Emmanuel Macron in Frankijk doet hetzelfde. Hij heeft geen partijapparaat en krijgt (anders dan Le Pen) geen sou van de staat. En Marche draait op burgeractivisten. De ironie is dat Europa, dat vaak wordt weggezet als het speeltje van een geisoleerde, gepriviligeerde elite, steeds meer een burgerproject wordt. 2017 kan weleens een prima verkiezingsjaar worden.